BETH ORTON

De warme melancholie in haar stem wijst onmiskenbaar terug naar jaren zeventig-fenomenen als Joni Mitchell en Sandy Denny. Toch is de Engelse zangeres Beth Orton geen folkie met een overdreven hang naar het verleden. Haar samenwerking met dance-artiesten als The Chemical Brothers en Red Snapper illustreren haar interesse in toekomstmuziek, terwijl ze op haar recente Best Bits-ep goed werk deed door de legendarische jazzvocalist Terry Callier aan de vergetelheid te onttrekken. Ortons tweede cd Central Reservation is geen revolutionaire stap vooruit na haar veelgeprezen debuut Trailer Park uit 1996, maar bevat met gastbijdragen van onder anderen Everything But The Girl's Ben Watt en (opnieuw) de doorleefde soulstem van Terry Callier voldoende afwisseling om niet in het stoffige retro-folkstramien van het meisje met de gitaar te vervallen. De sfeervolle liedjes zijn zo nu en dan voorzien van violen of andere `klassieke' middelen als de vibrafoon in Pass in time. Even goed werken Beth Ortons bespiegelende teksten over vreugde, verdriet, dromen en gebroken harten in de triphop-achtige context van het door Ben Watt van beats & programming voorziene Stars all seem to weep of de dance-reprise van het titelnummer, dat klinkt als een nummer dat Carole King voor Aretha Franklin had kunnen schrijven. Zo mooi, tijdloos en toch relevant voor nu is deze muziek.

Beth Orton: Central Reservation (Heavenly/BMG 74321 63975-2)