Baltsend futenpaar

Buiten ruikt het weer. Dat vind ik het naarste van de winter, dat niets meer geurt. Om te vieren dat die voorbij lijkt, ben ik gaan wandelen rond het Huis te Warmond. Het drietal reigers dat bovenin in de bomen op hun nesten zit, schreeuwde naar elkaar als volksvrouwen door het open raam. Een groep staartmeesjes, net behendige aapjes, klauterde door de hoogste takken.

In de slotgracht baltste een futenpaar. Ze schudden met hun eekhoornrode wangen, hun crèmekleurige buiken tegen elkaar oprijdend. Zoals onderwaterdanseressen voerden ze een perfect symmetrisch ballet uit. Daarna keerden ze zich van elkaar af, hun donkere kuiven hoog opgericht. Ik was bang dat mijn starende aanwezigheid hun geluk had verstoord.

Maar terwijl ze van elkaar wegzwommen, maakten ze hoge geluiden, als twee duellisten die hun passen afmeten. Het kale kasteel op de achtergrond versterkte dat beeld. De futen doken tegelijk onder, en kwamen boven met elk een blad in hun snavel. Woest watertrappend sprongen ze tegen elkaar op, en wedijverden wie van wie het blad zou aannemen. De bladeren plakten ze op een ondergelopen boomstam, om een nestplatform te maken. Er zit weer romantiek in de lucht.