B-2 stealth: in dertig uur uit en thuis

Voor de tweede maal bij operatie `Allied Force' kwamen gisteren de moeilijk voor radar zichtbare B-2

stealth-bommenwerpers in actie. Deze toestellen, Spirit gedoopt, kunnen bij alle weertypes hun doelen vinden. Dit zijn veelal diep ingegraven commandobunkers, die van de horizontaal vliegende kruisraketten weinig te duchten hebben. Wederom waren ze afkomstig van de Whiteman luchtmachtbasis in Missouri, midden in de VS. Hun missie duurde zo'n dertig uur: 15 heen, 15 terug.

De B-2 is eigenlijk ontworpen voor een Koude Oorlog-scenario. Ze moesten met behulp van speciale satellieten mobiele Sovjet-kernraketten vinden en vernietigen. Niet iedereen was overtuigd van het nut van zo'n toestel. Zowel de VS als de Sovjet-Unie, aldus de critici, zouden al in radioactief puin liggen voordat het stadium zou zijn bereikt waarin men mobiele raketten zou gaan opsporen.

Bovendien zijn ze nogal prijzig. Aanvankelijk wilde de Amerikaanse luchtmacht er 132 hebben, maar met het wegvallen van de Sovjet-dreiging werden dat er 21. Kosten: 44 miljard dollar. De bouwer Northrop bood aan er nog eens twintig te produceren voor het symbolische bedrag van 570 miljoen dollar per stuk. Ze moesten wel worden omgebouwd om conventionele bommen te kunnen vervoeren.

Ze zijn helemaal niet te duur, zeiden de protagonisten van de B-2, want reken maar uit: per Spirit kunnen zestien geleide bommen worden afgeworpen. Dat is evenveel als acht F-117 stealth-fighter die bij Desert Storm de show stalen door lasergeleide wapens in liftschachten te mikken. En de B-2's zouden zelfs een heel zogeheten strike package van een paar dozijn `gewone' gevechtsvliegtuigen kunnen vervangen. De piloten van toestellen zoals F-15's, F-16's moeten zich namelijk voortdurend bekommeren om de vijandelijke luchtafweer en zich bij elke missie laten vergezellen van EA-6B storingsvliegtuigen, vliegende radarstations en tankervliegtuigen.

De werking van de stealth-technologie is nog steeds een goed bewaard geheim. Het is nota bene ontsproten aan het brein van een Rus, die onderzocht in hoeverre de architectuur van luchthavengebouwen de radarsystemen van verkeersvliegtuigen in de war kan brengen. Uit proefnemingen wist hij een rekenmodel te distilleren, waardoor ook de `architectuur' van vliegtuigen op `radar-gevoeligheid' kon worden getoetst – en gemodelleerd. De stealth-technologie is een combinatie van een rompopbouw die radarstraling verstrooit in plaats van terugkaatst naar de bron. Bovendien is het hele vliegtuig voorzien van een lak die de radarenergie absorbeert. Ook de uitlaatgassen zijn moeilijk waarneembaar doordat deze worden gekoeld. De B-2's lijken nu in ieder geval te hebben bewezen zich in het post-Koude-Oorlog-tijdperk nuttig te kunnen maken.