Afspraken van Berlijn

Gemeenschappelijk landbouwbeleid: maximum uitgaven 90,3 miljard gulden per jaar tot en met 2006. Daar boven komt 14 miljard euro voor plattelandsontwikkeling in de periode 2000-2006. De hervorming van de zuivelsector, die volgens de oorspronkelijke voorstellen van de Europese Commissie een prijsverlaging van 15 procent behelsden, wordt uitgesteld tot 2005-2006. De graanprijzen gaan met 15 procent omlaag in twee stappen, in 2000-2001 en in 2001-2002. De prijsverlaging voor rundvlees is 20 procent.

Structuur- en cohesiefondsen voor arme regio's: een totaal budget van 475 miljard gulden van 2000 tot en met 2006. Nederland wilde maximaal 430 miljard, Spanje wilde minimaal 490 miljard gulden. Duitsland stelde als compromis voor 468 miljard. Het werd 475 miljard. Nederland krijgt van 2000 tot 2006 in totaal ruim 7 miljard gulden, waarvan 1,1 miljard gulden wegens ,,de speciale karakteristieken van de werkgelegenheidssituatie'' waarmee wordt gedoeld op de langdurig werklozen en de WAO'ers en 446 miljoen gulden omdat het relatief vaal asielzoekers opvangt.

Bijdragen lidstaten: Groot-Brittannië behoudt zijn `rebate', een teruggave op zijn bijdrage aan Brussel van bijna 9 miljard gulden per jaar. Duitsland, Nederland, Zweden en Oostenrijk krijgen een korting van 75 procent op hùn bijdrage aan de Britse rebate. Voor Nederland betekent dat een bezuiniging van 400 miljoen gulden per jaar.

De BTW-sleutel in de berekening van de bijdrage van de lidstaten aan Brussel wordt verminderd van 0,84 procent in 1999, via 0,75 procent in 2002 tot 0,50 procent in 2004. De berekening op basis van het bruto binnenlands product gaat in dezelfde mate omhoog. Voor Nederland betekent dit een verbetering met ruim 20 miljoen gulden per jaar.