Vluchtbomen en knobbelzwanen

`Ik zag haar onmiddelijk!'', zegt de gids triomfantelijk. Eén lichte ritseling in het struikgewas was voor hem voldoende geweest om de vrouwtjesfazant in de gaten te krijgen. Aan de picknicktafel naast het bezoekerscentrum De Hollandse Biesbosch wisselen gids en boswachter anekdotes uit over schutkleuren van dieren en bezoekers die niets zien.

Wie gaat wandelen door de grienden van de Biesbosch zonder gedegen kennis van de natuur is horende doof en ziende blind. En wie niet weet waar de grienden ooit voor dienden, loopt helemaal gehandicapt rond. Gelukkig zijn er gidsen die de bezoeker aan de hand kunnen nemen en wegwijs maken in de natuurlijke historie en de cultuurgeschiedenis van dit schitterende gebied.

Een griend is een wilgenakker. Vroeger werden jonge twijgen, de `rijzers' of `tenen' van de knotwilg gebruikt om manden, visfuiken of matten van te vlechten. De matten werden, verzwaard met keien uit de Ardennen, gebruikt als zinkstukken bij de bouw van dijklichamen. De dikkere takken van de oudere bomen werden gebruikt als `hoep'- of `geriefhout'. Hoepels voor vaten, stelen voor bezems en schoppen, en voor wandelstokken; de takken van de wilg werden aangewend voor vele doeleinden. Maar wie nu woorden gebruikt als: wilgenteen of rijzer doet slechts wenkbrauwen fronsen. Kunststoffen als plastic hebben de wilg en zijn gebruikswaarde uit ons geheugen gewist. Maar waar de Oudemanskil en het Moldiep bijeenkomen, krijgt de wandelaar uitzicht op wilgen zoals die ooit voor de markt werden verbouwd en kan deze boom weer een plaats krijgen in ons historisch besef.

Voor ons, in de vroege lentezon, steken de twijgen van tientallen miniwilgjes omhoog. Staatsbosbeheer laat in het Sterling-griend de wilgen nog onderhouden. Op de snijgrienden worden elk jaar de jonge, dunne twijgen gesneden, op het nabij gelegen hakgriend worden één keer in de drie à vier jaar de dikkere takken gehakt. De gids wijst op de zwaaikom waar de aken, volgeladen met wilgenhout, konden draaien en op de even eenvoudige als ingenieuze systemen die het overtollige water moesten lozen. Varend in het woud van rijzers en takken was het moeilijk de weg te vinden, dus werden sommige punten met bakenbomen, meest populieren, gemarkeerd. Voordat het Haringvliet in 1970 was afgesloten kon het getijdenverschil in de Biesbosch tot twee meter oplopen. Griendwerkers die door het hoge water werden verrast gebruikten de bakenbomen ook als vluchtboom. ,,Vandaar de uitdrukking `je kan de boom in''', zegt Kees, de gids. Of deze verklaring wetenschappelijk helemaal door de beugel kan, durft hij niet te zeggen, maar ,,het blijft een mooi verhaaltje''. Nu is het getijdenverschil hooguit tachtig centimeter. Hoog genoeg om bij nat weer laarzen te huren in het bezoekerscentrum, maar in de populieren hoeven we niet meer te klimmen.

De meeste grienden zijn `aan de natuur teruggegeven'. De doorgeschoten wilgen zijn bemost en sommige zijn omgevallen. Deze bewust verwaarloosde grienden zijn `wilgenvliedbossen' geworden. Het zijn donkere en grillig gevormde bossen met een hoog Olivier B. Bommel-gehalte. Mocht Kwetal ergens wonen, dan verwacht ik hem hier.

Kwetal zien we niet, wel zes baltsende buizerds in glijvlucht. Niet alleen zijn sommige grienden aan de natuur teruggegeven, ook de Mariapolder is dit lot beschoren. De polder staat nu `in plas en dras' en trekt onder meer grutto, tureluur, bergeend en knobbelzwaan aan. Voor vogelaars is dit gebied een waar dorado. Reeën zien we niet, wel tientallen sporen. Soms laten zij zich door het hoge water overrompelen en vinden gidsen of bezoekers hun kadavers. De dood waart in de grienden in een andere gedaante rond voor de waterminnende muskus- en beverrat. Deze dieren worden `weggevangen', wat een mooi woord is voor het bejagen met klemmen en vallen.

Springlevend en zeer aanwezig zullen in mei en juni de brandnetels zijn. Samen met berenklauw en springbalsemien staan ze meer dan manshoog langs de kaden en rietgorsen. Maar botanici komen naar de Biesbosche grienden voor een andere plant: de spindotter. Een plant, uniek voor dit natte gebied. Een reden te meer om nog een keer terug te gaan.

Bezoekerscentrum De Hollandse Biesbosch, Baanhoekweg 53, Dordrecht. 078-6305353, ook voor informatie over wandelen met gidsen. Het griendmuseumpad is gesloten van 1 nov tot 1 maart