Signalen ontdaan van betekenis

De Fransman Jean Pierre Raynaud (1939) heeft een voorkeur voor voorwerpen met een onheilspellende, alarmerende uitstraling. Bij de vervaardiging van zijn kunstwerken maakt hij gebruik van onder meer rode waarschuwingsborden, ziekenhuisschalen waarin na sectie organen en ledematen worden gedeponeerd, een tegelvloer uit een mortuarium, of fluoriscerende tape waarmee radioactief besmette gebieden worden afgezet. De mens dient zich tot elke prijs te wapenen tegen het permanente gevaar van de stedelijke omgeving, is zijn stelling. Zo bouwde hij in 1974 een huis in een buitenwijk van Parijs, dat van onder van boven betegeld was met glanzend witte tegels. Ook maakt hij betegelde ruimtes en gesloten cabines die hij Espaces Zéro noemt.

Raynaud is als oorlogswees onder de hoede van de Franse staat opgevoed en opgeleid tot tuinman. Nadat hij zijn diploma op zak had was het eerste dat hij deed een grote roodgeschilderde bloempot volgieten met cement, niet direct een handeling waar een grote passie voor de natuur uit spreekt. Schoorvoetend zocht Raynaud zijn weg in de wereld van de beeldende kunst. Halverwege de jaren zestig vond hij aansluiting bij de Nouveaux Réalistes, een groep kunstenaars, onder wie bijvoorbeeld Martial Raysse en Arman, die hun inspiratie vonden in de wereld van alledag. Marcel Duchamp, uitvinder van de ready made, was hun grote voorbeeld. Objecteurs werden door de bekende criticus Pierre Restany genoemd, omdat zij hun kunstwerken samenstelden uit gewone voorwerpen die zij om zich heen aantroffen. Met de Zero-beweging heeft Raynaud ook een voorkeur gemeen voor serialiteit, de herhaling van hetzelfde motief.

Tot zijn vroegste werken behoren wandreliëfs in de kleuren rood en wit – vrijwel zijn hele oeuvre is beperkt tot rood en wit. Muur 814 bijvoorbeeld bestaat uit polyester, geëmailleerde platen, porselein en plastic reliëf. In deze `muur' verwerkte Raynaud onder meer een patrijspoort, een alarmbel, kant-en-klare zware metalen deuren met sloten en kettingen, en een schop, alles knalrood, en hier tussendoor schilderde hij heel groot het cijfer 3. De rode delen worden ritmisch afgewisseld door monochrome witte platen. Het is een mooi, humoristisch en radicaal werk dat helemaal thuis hoort in de jaren zestig. Er klinkt de opwinding van de ontdekking van een nieuwe beeldende taal in door.

Overal vertoont het werk van Raynaud die typisch Franse vermenging van industriële materialen een koele, formalistische esthetiek. Maar het is hem om meer te doen: Raynaud heeft een verhaal te vertellen, een drama te verbeelden. Daarom ook noemde hij zijn vroege werken psycho-objets. `Mijn objecten zijn agressief, en dat wil ik zo, want ik wil het publiek wakker schudden uit zijn apathie', zegt hij.

Het probleem is dat het verhaal en de vorm niet altijd goed op elkaar zijn afgestemd. Alleen in zijn beste werken wordt het drama op een beeldende in plaats van op een verhalende manier verteld. Zoals bijvoorbeeld in het genoemde Muur 814, of in een ander vroeg werk, een stopbord gemonteerd achter een verweerde houten paal.

Gaandeweg veranderde jammer genoeg dat wat aanvankelijk een nieuwe beeldtaal was in een vormgevingsproblematiek. Een voorbeeld hiervan zijn de recente tegelreliëfs. Ze zien er perfect uit, glanzend wit en precies van de juiste proporties. Aan de tegels bevestigde Raynaud een of meer roestvrij stalen vleeshaken met een vlijmscherpe punten. Ik vraag me af of deze reliëfs wellicht een protest zijn tegen de varkensindustrie of tegen het eten van vlees in het algemeen, maar verder roepen ze geen interessante vragen op. Hetzelfde geldt voor een vloersculptuur bestaande uit ruim honderd ziekenhuisschalen op wieltjes met daarin de brokstukken van wat ooit het door Raynaud gebouwde huis was. Aan alles voel je dat het de bedoeling is dat er betekenis aan moet worden gehecht, maar welke? Het ziet er allemaal te luxe en te fraai uit, en de grote hoeveelheid is overbodig.

Het lijkt erop dat Raynaud de greep op een meer persoonlijke thematiek kwijt is geraakt, en het nu zoekt in voorwerpen die van zichzelf een signaalfunctie hebben, die van zichzelf dreiging oproepen. Maar door deze voorwerpen keurig op een rij te presenteren, zoals hij doet met rollen fluoriscerende waarschuwingstape in witte dozen, ontkracht hij die signaalfunctie juist. Wat overblijft zijn betekenisloze, kille, formalistische objecten.

Tentoonstelling: Jean Pierre Raynaud. De Pont, Wilhelminapark 1, Tilburg. T/m 27 juni. Di t/m zo 11-17 u.