Pressler: magische eenvoud

Mozart verklaarde de melodie tot het hart van de muziek. Menahem Pressler, wereldberoemd als oprichter en pianist van het Beaux Arts Trio, denkt er net zo over. Naar Nederland gekomen om een solistische bijdrage te leveren aan de jubileumserie van het tien jaar oude Nieuw Sinfonietta Amsterdam, liet de bejaarde meesterpianist tijdens zijn superieure vertolking van Mozarts weemoedige Pianoconcert in Bes, KV 595 horen dat muziek pas echt muziek kan worden wanneer alle noten zingen. De Mozart van Pressler klonk magisch door zijn gesublimeerde eenvoud. Met de organische puls van de muziek als leidraad, liet Pressler het laatste pianoconcert dat Mozart geschreven heeft stromen en vloeien als een rivier van klatergoud. Met de zijde-achtige kwaliteit van zijn toucher, zijn geraffineerde pedaalgebruik, zijn verrassende rubati, zijn perfect gedoseerde spanningsopbouw en zijn verfijnde uitwerking van klankleur en dynamiek, bracht Pressler een adembenemende communicatie op gang tussen Mozart en het publiek. Niet Markiz, maar Pressler dicteerde de buigzame en invoelende orkestbegeleding van het Nieuw Sinfonietta Amsterdam. Met twee schitterende toegiften van Chopin en Debussy, onderstreepte de vitale Pressler met een leeftijdsloze bevlogenheid dat voor hem de vreugden van het leven samenvallen met de vreugde van het musiceren.

Sjostakovitsj' Prelude en Scherzo, op. 11, een expressief jeugdwerk met een lamento inleiding en een grillig scherzo vol razernij en ironie, vertolkte het Nieuw Sinfonietta Amsterdam met geconcentreerde inzet en respectabele orkestdiscipline. Dat de beide kamermuziekwerken op het programma, de Langsamer Satz van Webern en de door Mahler bewerkte orkestversie van Beethovens Strijkkwartet in f, op. 95 veel minder overtuigend klonken was vooral te wijten aan de onverenigbaarheid van twee verschillende genres: het op de levende dialoog tussen vier individuen gebaseerde strijkkwartet, en de door één individu gestroomlijnde muziek voor kamerorkest. Dat Lev Markiz grote kwaliteiten heeft als dirigent behoeft geen betoog, maar zijn aanpak is zo conscientieus en dominant, dat de muziek als het ware veranderd in een perfect ingekleurde ets van zijn hand. Daardoor sneuvelde in Beethoven de broodnodige individualiteit van de vier afzonderlijke stemmen, en daarmee verdween helaas ook het voor Beethoven zo essentiële contrast uit de muziek.

En tijdens de wat braafjes uitgevoerde hyperromantische Langsamer Satz van Webern sprong alleen de uit Letland afkomstige eerste celliste Kristine Blaumane uit het geheel naar voren als een natuurtalent met genoeg muzikale zeggingskracht om recht te doen aan de kamermuziek.

Concert: Nieuw Sinfonietta Amsterdam o.l.v. Lev Markiz, m.m.v. Menahem Pressler (piano). Programma: Sjostakovitsj: Prelude en Scherzo, op. 11. Mozart: Pianoconcert in Bes, KV 595. Webern: Langsamer Satz. Beethoven/Mahler: Strijkkwartet in f, op. 95 'Serioso'. Gehoord: 24-3 Concertgebouw Amsterdam.