Pinochet niet immuun

,,HET GEZAG VAN DE STAAT verschaft geen immuniteit aan zijn functionarissen voor daden die zijn bevoegdheden onder het internationale recht te buiten gaan.'' Deze waarschuwing was al in 1841 bekend in de internationale betrekkingen. Deze waren zeker in die periode gebaseerd op het ijzeren beginsel par in parem non habet imperium: de ene staat spreekt geen recht over de andere, want dat geeft alleen maar ongelukken. Soevereine immuniteit dus. Aan dit klassieke beginsel heeft oud-dictator Pinochet van Chili zich vastgeklampt in het uitleveringsverzoek van Spanje aan Groot-Brittannië.

De Law Lords in Londen hebben in de met spanning tegemoetgeziene tweede ronde van deze testcase dit beroep van de Chileense senator voor het leven ondubbelzinnig van de hand gewezen, al hebben zij de praktische gevolgen drastisch ingeperkt. Dat doet niet af aan de betekenis van de uitspraak. Het Britse recht geldt op het punt van soevereine immuniteit als zeer traditioneel. Het zat de Britse rechter soms zelf ook niet lekker, zoals in een civiele klacht over martelingen tegen Koeweit in 1996. Het was ,,ongelukkig'', zei de rechter, maar de wet gaf hem geen ruimte dit soort zaken in behandeling te nemen.

Dergelijke precedenten hebben zwaar meegewogen in de deliberaties van de Law Lords. Ook praktisch. Stelt een doorbraak van het beginsel van immuniteit koningin Elizabeth niet open voor een wilde aanklacht wegens het Britse optreden in Ulster of president Clinton voor de bombardementen op Irak? In directe zin is dit niet aan de orde. Een zittend staatshoofd geniet ook volgens de nieuwe uitspraak van de Law Lords nog steeds ,,absolute immuniteit'' buitenslands. Het gaat om de aansprakelijkheid na aftreden. Voor officiële daden tijdens de ambtsperiode blijft de internationale immuniteit zelfs dan intact. Ook wat betreft eventuele misdaden. Anders zou de hele gedachte van soevereine immuniteit immers geen zin hebben.

DE PIJN ZIT HEM in de stelregel van 1841, grove vergrijpen tegen het internationale recht. De betrokkenheid bij martelingen die Pinochet wordt verweten is daarvan ,,een schoolvoorbeeld'', zoals één van de Law Lords het uitdrukte. Dat is zeker na het Verdrag tegen foltering van 1984 – aanvaard door zowel Chili als Groot-Brittannië en Spanje – een internationaal misdrijf dat nimmer valt te rechtvaardigen door buitengewone omstandigheden en dat bovendien bij uitstek plaatsheeft van overheidswege.

Geen rationeel strafrechtssysteem heeft ruimte voor immuniteit wegens dergelijke vergrijpen tegen de mensheid, zei één van de Law Lords. Het college als geheel beperkt vervolgens de betekenis van deze universele stelregel tot het jaar 1988 toen Pinochet al grotendeels was uitgewoed. De reden van dit jaartal is dat het verdrag toen pas door de direct-betrokken staten zelf in hun wet was opgenomen. Ook al was sinds de Neurenbergse processen van na de Tweede Wereldoorlog zonneklaar dat een staatshoofd niet mag folteren. Helemaal kloppen doet dit niet. Duidelijk is dat de Law Lords in nieuwe samenstelling meer waarde hechten aan de traditionele staatssoevereiniteit dan de eerste selectie in november. De afloop van de zaak-Pinochet is dan ook nog niet duidelijk. Maar aan het principe valt moeilijk meer te tornen.