PETER SCHAT

Plato's dialoog over de liefde en Tsjaikovski's dood – Peter Schat wist ze in Symposion (1994) met elkaar te verenigen. In de opera kan alles, mits een sterke muziek voor de eenheid zorgt. In 1981 begon Schat aan zijn Tweede symfonie opus 30 die zich bij de première in 1983 ontpopte als een voorstudie voor Symposion. Het bevatte toen drie delen, een ouverture, een ballet en een lofzang op de liefde. Op de cd van Gelders Orkest, dat zich afgezien van enige te moeizame complexe passages kranig weert en altijd raak de sfeer treft, is er nog een Presto misterioso aan toegevoegd, door Schat later gecomponeerd.

Is het nu noodzakelijk om te weten wat er in de opera tijdens de diverse delen gebeurt, zoals bijvoorbeeld een strijd tussen de oermensen en de goden? Schats commentaar: ,,Het is geen programmamuziek en over de muziek zelf, over de gevoelige snaren die geraakt zijn, valt geen zinnig woord te zeggen — dat weet iedereen die met dat soort snaren is toegerust.'' Waarvan acte.

Met Schats Etudes voor piano en orkest opus 39, in 1992 in première gebracht, bevinden we ons op minder theatraal terrein. Houvast biedt een negentien maal terugkerend mottomotief in de vorm van een breed uitwaaierend arpeggio, opgelost in een uitstervend tremolo. Bij de Lisztconcours-prijswinnaar Martijn van den Hoek is deze ode aan de etude in vertrouwde handen. Virtuoze figuren ratelen en klateren, vloeien en sproeien, al naar gelang is voorgeschreven — een feest voor het oor!

In een zelfportret vroeg Schat zich eens af: ,,Wie durft er zo direct te zijn als Beethoven?'' Maar hier geldt: als Chopin. Schat durfde het al eerder aan, in de Polonaise opus 29, opgedragen aan zijn vader, die hem de liefde voor het pianospel bijbracht.

Zo sluit zich de cirkel in een dialoog over de liefde.

Peter Schat: Etudes en Tweede symfonie. Martijn van den Hoek en Gelders Orkest o.l.v. Richard Dufallo. Donemus Composers' Voice CV 76.