Ogen die ons overal zien

Steeds meer gemeenten maken gebruik van videocamera's om de openbare orde te bewaken. Ze volgen het voorbeeld van banken, benzinestations, voetbalclubs en pooiers.

RUDI DE KOONING was het zat. Zijn discotheek, Plaza in het Zeeuwse Goes, was ieder weekeinde het toneel van kleine vernielingen: kapot gesmeten glazen, gescheurde wandbekleding. De sigaretten werden soms uitgedrukt in de barkrukken. De kosten liepen op, zijn irritatie groeide nog harder.

Aan de vooravond van een grootscheepse verbouwing van zijn discotheek besloot De Kooning dan ook een camerasysteem aan te schaffen, compleet met monitor, voor zo'n vierduizend gulden. Vijf camera's werden in de zaak opgehangen; De Kooning plaatste zelfs twee camera's in het heren- en damestoilet. Niet in de hokjes, wel in het voorportaal, waar de meiden hun haren kammen en ,,over de jongens vergaderen''. De camera's hebben geholpen, zegt De Kooning. ,,De barkrukken worden nauwelijks meer vernield.''

Heeft Rudi de Kooning aan de privacy van zijn klanten gedacht? Nou nee. Op een goede dag heeft hij de camera's opgehangen. In de gang of in de danszaal hangen geen waarschuwingsbordjes – die vindt de eigenaar overbodig. ,,Die camera's zijn toch zichtbaar voor iedereen.'' Daarnaast, zegt hij, kan iedereen de monitor in de entreehal zien. De achterkant welteverstaan, de beelden zelf worden bekeken door drie portiers en hemzelf. Dreigen de zaken uit de hand te lopen, dan stuurt de portier bij de entree zijn collega in de zaal er op af. Via een oortelefoon en een speldeknopmicrofoon op de revers van hun colbert staan ze met elkaar in contact.

Camera's zijn in; privacy is uit. De klanten van discotheek Plaza klagen niet over de extra ogen die hen zelfs tot in de toiletten in de gaten houden. De eigenaar: ,,Ze zeiden gewoon niets. En degenen die er over begonnen, vonden het een goed plan.'' In Groot-Brittannië, binnen de Europese Unie koploper op het gebied van cameratoezicht, hebben onderzoekers diverse keren het publiek naar hun mening gevraagd, zo blijkt uit de notitie Cameratoezicht van de Nederlandse ministeries van Binnenlandse Zaken en Justitie. Uitkomst: 81 procent van de Britten vindt cameratoezicht een effectieve methode om misdadigers te betrappen en aan te houden, 70 procent meent dat camera's kunnen zorgen voor een veiliger gevoel op straat. En slechts 24 procent vreest de controle die de overheid op deze manier over hun leven krijgt.

Politieman Arjen van de Leur, coördinator bestuurlijke preventie bij de regiopolitie Groningen, bezocht onlangs samen met vice-voorzitter Ulco van de Pol van de Registratiekamer het Britse Newcastle. Dat bezoek was geen toeval; de Groningse gemeenteraad wilde het uitgaansgebied in de binnenstad met camera's in de gaten gaan houden. Het aantal geweldsmisdrijven, dat zich stabiliseerde op 220 per jaar, moest naar beneden.

Newcastle, zo constateerde de politieman al snel, bleek te zijn ,,afgegrendeld'' met camera's. De stad en haar omgeving telden er 187. De criminaliteit was sinds de komst van de camera's wel gedaald: van 15.000 `incidenten' in 1991 naar 6.000 in 1997. De Britten hadden zich overigens niets van privacywetgeving aangetrokken – die bestaat daar ook nauwelijks. ,,Ze hebben gewoon camera's neergezet'', zegt Van de Leur. Maar langzamerhand stellen de Britten zich ook vragen over schending van hun privacy.

In Nederland is de discussie over cameratoezicht aangezwengeld door het geweld op straat. Tien jaar geleden vormden camera's een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer, nu zijn camera's bewaker van diezelfde levenssfeer. Ook gemeenten hopen, mede door cameratoezicht, veiligere straten te creëren. Het aantal gemeenten met op de openbare weg gerichte camera's is nog gering (Ede), het aantal gemeenten met vergevorderde plannen is groot (Bergen op Zoom, Amsterdam, Groningen, Arnhem, Middelburg, Enschede, Rotterdam, Terneuzen, Leeuwarden).

Ze worden daarbij gesteund door minister Korthals (Justitie), die begin dit jaar pleitte voor het ophangen van meer camera's in uitgaansgebieden om het publiek in de gaten te houden. Korthals deed dit naar aanleiding van de dood van twee meisjes in een café in Gorinchem, waar een persoon dwars door de gesloten deur van de Gorkumse bar heen schoot.

Kent het toezicht met camera's dan helemaal geen grenzen? Toch wel. Particulieren mogen camera's niet op de openbare weg richten, heeft het kabinet-Kok-I in november 1997 bepaald. ,,Het houden van toezicht op de openbare weg is immers geen taak voor particulieren, maar is voorbehouden aan de overheid'', schreven de toenmalige ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie, Dijkstal en Sorgdrager.

Particulieren lopen voorop als het om gebruik van camera's gaat. De afgelopen jaren zijn overal camera's verschenen. In de nota In beeld gebracht geeft de Registratiekamer een opsomming. Banken hebben camera's geplaatst bij toonbanken en geldautomaten, de Nederlandse Spoorwegen hebben hetzelfde gedaan op grotere stations. De KNVB verplicht alle voetbalclubs in de eredivisie een vast videocamerasysteem te hebben om relschoppers te kunnen opsporen. Alle vestigingen van Holland Casino's hebben videocamera's draaien om zowel de klanten als het personeel in de gaten te houden. Beveiligingsbeambten houden parkeerterreinen in de gaten. Pooiers hebben op de Amsterdamse Wallen camera's gericht op de gevels van hun ramen. En ook onderdelen van de rijksoverheid maken al veelvuldig gebruik van cameratoezicht: Rijkswaterstaat heeft tientallen camera's langs de weg staan.

Echte regels ontbreken vooralsnog voor cameratoezicht, maar de raden van korpsbeheerders, korpscheffen en hoofdofficieren en de Registratiekamer gaan volgende maand praten over stringente regels. De Registratiekamer heeft wel alvast een aantal vuistregels opgesteld. Mensen moeten bijvoorbeeld weten dat ze worden gefilmd, door middel van waarschuwingsbordjes of -stickers. Alleen `bevoegd personeel' mag deze beelden bekijken. Politieman Van de Leur: ,,Dat hoeft niet per se een agent te zijn, een ambtenaar die tijdelijk bij ons is gedetacheerd mag ook kijken.'' En videobanden mogen niet langer worden bewaard dan noodzakelijk; de gebruikelijke periode is vierentwintig uur.

De politie kan de banden opvragen om misdadigers op te sporen. Soms lukt dat. Op basis van een video-opname van een tankstation kon de politie uiteindelijk een Turk opsporen die het huis van een familielid in de Haagse Schilderswijk had aangestoken. De Turk had even daarvoor bij het tankstation een jerrycan met benzine gevuld. Soms zit een privacyvuistregel in de weg. De ontvoerder van mevrouw Boonstra stond ook op een videoband van een tankstation, maar werd na 24 uur `overgetaped', conform de regels. Het personeel had niets bijzonders op de band gezien.

Een ander, omstreden aspect van camera-toezicht is het direct meekijken op de monitor. In Ede heeft de gemeente besloten niet live te kijken. Daar worden de videobeelden pas achteraf gezien. ,,Onzin'', vindt Arjen van de Leur van de regiopolitie Groningen. ,,We willen toch juist delicten voorkomen.'' De politie moet volgens hem in Groningen live mee kunnen kijken en degene die de monitoren in de gaten houdt, moet de beelden direct kunnen doorschakelen naar de meldkamer van de politie.

Ook disco-eigenaar Rudi de Kooning kijkt direct naar de beelden. Hij heeft niet eens een videoband meelopen om de gebeurtenissen op te nemen. ,,Wat heb ik aan zo'n videoband? Het gaat toch om het direct ingrijpen?''