Misplaatst imago van een strenge politieagent

De Registratiekamer houdt toezicht op de naleving van privacywetten en doet onderzoek. Als zij misstanden opspoort, is er volgens de kamer zelden sprake van opzet.

VOOR DE TWEEDE maal die donderdagochtend – het telefonisch spreekuur van Erik Bogaards van de Registratiekamer is nog geen uur geleden begonnen – komt er een telefoontje binnen van een burger die zich ongerust maakt over handelsinformatiebureau X. Net als de vorige beller is de vrouw ongevraagd door het bureau benaderd met het dringende verzoek om informatie te verschaffen over haar financiële situatie. Ze heeft haar hoofd inmiddels gebroken over de vraag waarom: ze heeft geen kredietaanvraag lopen en schulden heeft ze ook niet. Ze voelt zich knap opgejaagd door de praktijken van X.

Zesduizend telefoontjes per jaar van burgers, bedrijven en overheidsinstanties over alle mogelijke privacyvraagstukken hebben van voorlichter Bogaards een wijs man gemaakt. Kalmpjes informeert hij: ,,Heeft u soms net een mobiele telefoon aangeschaft, mevrouw?'' Sinds twee nieuwe telefonie-aanbieders de Nederlandse markt bestormen, krijgt hij regelmatig dit soort klachten. Slechts de naam van het bedrijf dat door de telefonie-aanbieders wordt ingehuurd om onderzoek te doen naar de kredietwaardigheid van eventuele nieuwe klanten, verschilt. Bogaards zet de feiten op een rijtje: ,,Ja mevrouw, het bureau mag u deze vragen stellen, al is het een andere zaak of het fatsoenlijk is. Maar u bent niet verplicht om mee te werken en u heeft er ook recht op om te weten waar men deze informatie voor gaat gebruiken.''

De Registratiekamer, een zelfstandige dochter van het ministerie van Justitie, houdt al tien jaar toezicht op de naleving van de Wet persoonsregistratie (WPR) en op alle andere privacywetten die sindsdien zijn opgesteld, zoals de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA). Elke organisatie, profit of non-profit, die persoonlijke gegevens van burgers vastlegt, moet zich volgens deze wetten aan nauw omschreven voorwaarden houden, die de privacy waarborgen. Wie wil weten of zijn persoonsgegevens voldoende beschermd worden, kan contact opnemen met de Registratiekamer.

De vragen tijdens het telefonisch spreekuur vormen een topje van de ijsberg. Beleidsmedewerker Marlies van Eck is iedere dag druk bezig met het behandelen van schriftelijke klachten - ongeveer driehondervijftig per jaar. De Registratiekamer kan eventueel bemiddelend optreden tussen de burger en de instelling waartegen de klacht is gericht. Vanuit hun Haagse toren, die ingekneld staat tussen het ministerie van Landbouw en de grauwe kolos van Buitenlandse Zaken, adviseren de vijftien beleidsmedewerkers daarnaast bedrijven en instellingen zoals ziekenhuizen, sociale diensten, banken, verzekeraars, politiekorpsen, winkelketens en uitvoeringsinstellingen.

Een paar keer per jaar verricht de Registratiekamer bovendien een uitgebreid onderzoek. Signalen van medewerkers dat er iets structureel mis lijkt te zijn bij een bepaalde instelling of stormachtige ontwikkelingen in een branche, vormen meestal de aanleiding voor dergelijk onderzoek. Zo is het onderzoek naar het beheer van de bevolkingsadministratie van drie gemeenten net afgerond; het team is nu bezig een groot incassobedrijf door te lichten. Daarbij zoekt het onder meer naar antwoord op de vraag hoe lang het bedrijf persoonsgegevens bewaart, onder welke voorwaarden deze aan derden worden verstrekt en hoe juist en volledig de gegevens zijn.

De Registratiekamer dreigt door deze onderzoeken het imago van een politieagent te krijgen. Toen het onderzoek bij de drie gemeenten was afgerond, was algemeen bekend dat de kamer aan alle drie een dikke onvoldoende had uitgedeeld omdat ze een potje hadden gemaakt van de persoonsgegevensbeveiliging. De 48 medewerkers van de Registratiekamer voelen zich niet aangesproken door het strenge imago. ,,Ik handel vaak op nadrukkelijk verzoek van instellingen zelf'', zegt beleidsmedewerker Van Eck. ,,Nu adviseer ik bijvoorbeeld systeembouwers van verscheidene instellingen die hun persoonsgegevens gaan combineren, hoe de privacy binnen bestanden met persoonsgegevens gewaarborgd kan worden.''

Beleidsmedewerker Theo Hooghiemstra voelt zich evenmin een politieagent. Natuurlijk windt hij zich soms mateloos op als een instelling op grove wijze de privacyregels schendt. Zoals laatst, toen hem een klacht bereikte van een patiënt die driehonderd gulden moest betalen om zijn ziekenhuisdossier te mogen inzien. Terwijl inzage een wettelijk recht is. Wie bij de Registratiekamer komt werken, doet dat omdat hij meent dat het recht van de burger beschermd dient te worden. Marlies van Eck wordt nog steeds boos als ze op een feestje vertelt waar ze werkt en voor de honderdste keer te horen krijgt: `Waar maakt die Registratiekamer zich toch zo druk over?' of `Wat kan mij het schelen als er in het winkelcentrum of in de discotheek overal videocamera's worden neergezet? Ik heb toch niks te verbergen?' Van Eck, fel: ,,De beelden uit zo'n camera zijn hartstikke manipuleerbaar, maar dat beseft zo iemand niet.'' Of zomaar je naam en adres opschrijven om de Bonuskaart van Albert Heijn te krijgen, zodat je bepaalde producten met korting kunt kopen, dat begrijpen de medewerkers evenmin. De meesten willen met de kaart niets te maken hebben. Toch is er ook wel één die met heimelijk genoegen een valse naam heeft opgegeven en de kaart wel degelijk gebruikt.

Het is onvermijdelijk dat er af en toe iets mis gaat bij het beheren van een persoonsgegevensbestand, zeggen de medewerkers. In de meeste gevallen is dat echter geen boze opzet maar een kwestie van naïveteit bij de bewuste instelling. Ook volgens voorzitter Peter Hustinx zit het met de intenties van het management meestal wel goed, maar laat het feitelijke gedrag nogal eens te wensen over. Instellingen die zijn doorgelicht door de Registratiekamer zouden ,,uiteindelijk best blij'' zijn dat ,,de gaten in hun beveiliging blootgelegd zijn''. Toen het onderzoeksrapport over de drie gemeenten uitkwam, kreeg hij van andere gemeenten dan ook positieve reacties. Die herkenden de gesignaleerde tekortkomingen en wilden weten hoe ze het beter kunnen doen.

De Registratiekamer zelf is trouwens ook niet immuun voor kritiek. Het verwijt dat de kamer kritiek op doorgelichte instellingen te bot naar buiten zou brengen, heeft er bijvoorbeeld toe geleid dat het publiciteitsbeleid onder de loep is genomen.

De voorlichters geloven niet dat het werk van de Registratiekamer veel zal veranderen als de nieuwe wet op de persoonsgegevens er eenmaal door is. Goed, er zullen twee nieuwe juristen worden aangetrokken voor extra werkzaamheden. Het is echter niet wegens de nieuwe wet, maar uit realiteitszin dat de Registratiekamer nu voorzichtig nadenkt over een andere koers. ,,Het is ondoenlijk om werkelijk toezicht te houden op de honderdduizenden instellingen en bedrijven die met gegevensbestanden werken, als je nog geen vijftig medewerkers in dienst hebt'', zegt voorzitter Hustinx. Hij kan zich voorstellen dat de Registratiekamer in de toekomst meer een instantie wordt die `toezicht houdt op het toezicht'. Zij zou bijvoorbeeld – zoals de APK in de autobranche – een kwaliteitsborging kunnen instellen voor alle instellingen die met persoonsgegevensbestanden werken. De bijbehorende periodieke keuring zou uitbesteed worden aan derden, maar de Registratiekamer zou de keuringsvoorwaarden vastleggen en controle uitoefenen op de controleurs. Ook de publieksvoorlichting en de bemiddeling tussen burger en instelling zou kunnen worden overgedragen aan anderen – aan organisaties zoals de Consumentenbond, de bureaus voor Rechtshulp en de vakbonden. Over deze en gene opties wordt binnenskamers druk gediscussieerd. Maar vooralsnog zijn ze toekomstmuziek en doet de Registratiekamer haar werk nog gewoon als vanouds.