Miloševic is als Hitler

Zestig jaar geleden droomde Hitler van een Derde Wereldrijk. Om die droom te realiseren gebruikte hij de meest drastische middelen. Vertegenwoordigers van de toenmalige Volkenbond, Europese regeringsleiders en Amerikaanse regeringsfunctionarissen bezochten met de regelmaat van de klok Hitlers burcht in Berchtensgaden om hem van zijn onzalige plannen af te brengen. Ondanks vage toezeggingen ging Hitler onverdroten voort zijn macht en expansiedrift uit te breiden. De laatsten die Hitler bezochten waren de premiers van Frankrijk en Engeland, respectievelijk Daladier en Chamberlain.

De terugkeer van vooral Chamberlain was een euforisch gebeuren. Op het Londense vliegveld daalde hij, zwaaiend met de `overeenkomst' de vliegtuigtrap af en onderging een grootse huldiging voor het bereikte resultaat, namelijk dat de vrede weer was gered. Het werd zijn ondergang.

Na het Rijnland, de bezetting van Oostenrijk, Sudetenland en de liquidatie van Tsjechoslowakije besloot Hitler op 1 september 1939 Polen binnen te trekken, hetgeen leidde tot de Tweede Wereldoorlog.

Als 18-jarige heb ik vijf jaar lang de bezetting aan den lijve ondervonden. Die periode staat met inktzwarte letters in het geheugen van al degenen die de oorlog en de bezetting hebben meegemaakt gegrift.

Zestig jaar later. Hebben de huidige regeringsleiders enig besef wat het wil zeggen vijf jaar oorlog mee te maken? Nee dus, want de geschiedenis herhaalt zich.

Lees anno 1999 voor Hitler: Miloševic, voor Polen: Kosovo, voor Poolse vluchtelingen: Kosovaarse vluchtelingen in de sneeuw, voor de Volkenbond: de Verenigde Naties en ten slotte de tot op het bot verdeelde Europese Unie waarvan de leden alleen maar uit zijn op eigen politiek en geldelijk gewin.

Een verdeelde gemeenschap waar geen kracht van uitstraalt en die voor Miloševic en de zijnen slechts een speeltje is. De straten van de Servische hoofdstad Belgrado zijn helverlicht met kaarsjes met de opdruk `Laatste waarschuwing'. De Serven doen precies hetzelfde als wat de Duitsers zestig jaar geleden deden in Polen.

Dankzij het getreuzel van de Europese leiders maken zij gebruik om van al dat uitstel Kosovo plat te walsen, de bevolking voor zich uitdrijvend om terugkeer onmogelijk te maken. In de jaren dertig was er nog geen televisie. Nu worden wij dagelijks geconfronteerd met beelden van opgejaagde Kosovaren in de sneeuw en de zalvende woorden van allerlei `vredesduiven' die slechts tot resultaat hebben dat andermaal uitstel wordt verleend.

En net zoals zestig jaar geleden Hitler lachte, spot Miloševic met het gedrag van de Westelijke regeringsleiders. Dit kan niet anders leiden dan tot wederom een (wereld)oorlog. Het is triest te moeten constateren dat politieke onmacht de oorzaak is van alle ellende die over de Balkan wordt uitgestort.