Japonnen voor godinnen

De Franse couturier Madeleine Vionnet verwierf bekendheid met haar moulage-techniek, het schuindraads verwerken van het materiaal en het feit dat ze haar mannequins zonder corset de catwalk opstuurde. In het Haags Gemeentemuseum zijn haar dromerige en ingenieuze ontwerpen tentoongesteld.

In de film The Garden of Allah uit 1936 loopt Marlène Dietrich door de Algerijnse woestijn in een lange, lichte japon. Het lijfje van de jurk sluit mooi om haar bovenlichaam, terwijl de rok om haar benen fladdert. De sjaal om haar nek wappert joyeus in de wind.

Of de Franse couturier Madeleine Vionnet (1876-1975) deze film heeft gezien en er door werd geïnspireerd, vermeldt de geschiedenis niet. Wel werd zij, net als vele andere modeontwerpers in die tijd, sterk beïnvloed door de glamour van Hollywood. Die invloed is terug te vinden in haar ontwerpen uit de jaren dertig, te zien op de tentoonstelling `Vionnet, keizerin van de mode' in het Gemeentemuseum in Den Haag.

Zo heeft een avondjurk van ivoorkleurig crêpe uit 1938 een wijde soepel vallende rok en een gedrapeerd lijfje met om de hals een gedrapeerde band, die op borst en rug geknoopt is. Een andere avondjurk uit de wintercollectie 1938-1939 heeft een rok, gemaakt van golvend gesneden rode en paarse fluwelen stroken. Het lijfje bestaat uit acht banden van schuingeknipte paarse fluwelen banen, die op de borst gekruist zijn. Het zijn dromerige ontwerpen, die voor godinnen gemaakt lijken te zijn.

Madeleine Vionnet wordt door velen beschouwd als de belangrijkste en meest vernieuwende couturier van deze eeuw, bewonderd door grote modeontwerpers als Christian Dior en Givenchy. Ze begon haar loopbaan op haar twaalfde bij een Parijs naaiatelier. Daarna werkte ze bij couturiers in Londen en Parijs en was vanaf 1900 assistente van Mme Gerber-Callot bij Callot Soeurs, waar ze toiles (katoenen modellen) reproduceerde. In 1907 trad ze als ontwerpster in dienst bij Jacques Doucet en in 1912 opende ze haar eigen modehuis, waar ze na de Eerste Wereldoorlog beroemde klanten als de koningin van België, mw. Wiliam K. Vanderbilt en Elsie de Wolfe ontving. Net als Chanel werd ze in 1939 gedwongen haar modehuis te sluiten. En hoewel haar modehuis ook na de oorlog gesloten bleef, nam Vionnet geen afscheid van de haute-couture en bleef ze tot haar dood in 1975 jonge ontwerpers begeleiden.

Madeleine Vionnet was vooral bekend om haar moulage-techniek. Ze ontwierp haar japonnen niet op papier, maar direct op het lichaam van de mannequin of op een schaalmodel pop. Haar filosofie was dat een vrouw zich niet moest schikken naar een kledingstuk, maar dat het kledingstuk zich aan het lichaam van de vrouw moest aanpassen. Vionnet was ook de eerste ontwerpster die haar mannequins, geheel tegen de conventies in, zonder corset modeshows liet lopen - in dezelfde tijd dat in Engeland en Nederland de reformbeweging opgang deed, die onder andere draagbaarder kleding voor vrouwen propageerde.

Een ander kenmerk van Vionnets techniek is dat ze bij haar ontwerpen uitging van de draadrichting van de stof. Ze verwerkte het materiaal vaak schuindraads,wat haar japonnen soepel liet vallen en natuurlijk deed aansluiten bij het lichaam van de vrouw. Daarnaast werd elk aspect - decoratie, banden, sluitingen en knopen - in haar ontwerpen geïntegreerd; alles had een functie. Dat is bijvoorbeeld duidelijk te zien in de ivoorwitte zijden crêpe avondjurk van Vionnet uit de collectie van het Gemeentemuseum. Vier panden van het lijfje en vier van de rok eindigen in aangeknipte slippen, die gestrikt als schouder- en zijsluiting fungeren. Soms waren Vionnets ontwerpen zo ingenieus, maar ook ingewikkeld geconstrueerd, dat de draagster een gebruiksaanwijzing nodig had om de creatie aan te trekken.

De expositie in de nieuwe modegalerij van het Gemeentemuseum geeft een goed en duidelijk overzicht van de haute-couture van Madeleine Vionnet. Ruim veertig bijzondere ontwerpen, die voor het grootste deel afkomstig zijn uit het Musée de la Mode et du Textile in Parijs, worden thematisch in drie vitrines gepresenteerd: ontwerpen met een abstract geometrische constructie, meer classicistisch vormgegeven creaties en modellen met een bijzondere decoratie. Daarnaast zijn er onder meer originele prenten naar modellen van Vionnet te zien, getekend door de futuristische tekenaar Ernesto Thayaht voor het blad `Gazette du Bon Ton', foto's uit tijdschriften als Vogue en ontwerpen van Vionnet-adepten Charles Montaigne en Jacques Griffe. En ook de originele ledenpop die Charles Montaigne in 1939 bij de sluiting van Maison Vionnet ontving, heeft een plaats op de tentoonstelling.

Vionnet, keizerin van de mode, t/m 6 juni in Gemeentemuseum Den Haag, Stadhouderslaan 41, Den Haag. Tel 070-3381111.