Franse banken beloven teruggave joodse tegoeden

De Vereniging van Franse banken (AFB) heeft beloofd alle tegoeden terug te geven die hebben behoord aan in de Tweede Wereldoorlog weggevoerde joden. Bovendien zullen de 106 aangesloten commerciële banken een substantiële bijdrage geven aan in de inrichting van een Holocaust herdenkingscentrum in Parijs.

Dat heeft de AFB gisteren meegedeeld onder erkenning dat de banken ,,een rader zijn geweest in de verschrikkelijke machinerie van de confiscatie van joodse eigendommen in Frankrijk''. Daarom rust op hen de plicht slachtoffers van de anti-joodse wetten in Frankrijk schadeloos te stellen. Verderop heet het dat de Franse banken alle moeite zullen doen de `slachtoffers van de Shoah, ongeacht hun nationaliteit' genoegdoening te geven.

De overkoepelende Raad van Joodse instellingen (Crif) heeft de toezegging verwelkomd, ,,al komt die laat''. Het in Amerika zetelende Joodse Wereldcongres (JWC), dat al enige tijd druk uitoefende op de Franse banken, heeft het akkoord echter afgewezen als ,,verraad aan de herinnering van de slachtoffers van de Holocaust''.

Het Crif en het JWC ruziën al maanden over wie de onderhandelingen met de Franse banken moet voeren. Volgens de Franse organisaties claimt het JWC ten onrechte te spreken namens alle joden. De New Yorkse wethouder van Financiën Alan Hevesi heeft de Franse banken opgeroepen ook te gaan praten met advocaten die in de VS met rechtszaken dreigen namens de slachtoffers.

Tot de banken die na de oorlog met slapende tegoeden van verdwenen rekeninghouders zijn blijven zitten behoren alle bekende grote banken van nu, zoals Crédit Lyonnais, Société Générale, Paribas, Banque National de Paris, de Franse dochter van Barclay's, Crédit Agricole, CCF en Banque Worms.

In joodse kringen groeit het ongeduld over het uitblijven van conclusies van de door premier Jospin ingestelde staatscommissie-Mattéoli die onderzoekt wat er met alle bezittingen van gedeporteerde joden is gebeurd. Een eerste rapportage gaf weinig houvast, terwijl veel recent onderzoek wijst op aanzienlijke naoorlogse confiscaties door rijk en gemeentes.

Volgens de bankenvereniging ging het om 333 miljoen Franse francs (110 miljoen gulden) aan contant geld en om 2 miljard Franse francs (bijna 700 miljoen gulden) aan effecten die zijn geconfisceerd, maar het grootste deel van die tegoeden zou na de oorlog al weer zijn teruggegeven. Van de 65.000 rekeningen die werden bevroren tijdens de oorlog, zou ongeveer 6 proecnt hebben toebehoord aan joden die zijn gedeporteerd. Hoe groot het tegoed nu nog is, kon de voorzitter van de bankenvereniging niet zeggen. ,,Er zijn niet zo veel slapende rekeningen, maar er zijn er wel een paar.''