Een massa pelgrims in onbrandbare tenten

De Haj, de Grote pelgrimstocht naar Mekka, is weer begonnen. Twee miljoen pelgrims lopen deze eerste dag van Mekka naar Mina.

Tegen de 2 miljoen moslims zijn weer opeengehoopt in het gebied van Mekka waar vandaag de Haj, de jaarlijkse grote pelgrimstocht, is begonnen. De Haj is de vijfde zuil van de islam, en iedere moslim die de middelen daartoe heeft, man en vrouw, waar hij ook leeft, wordt geacht ten minste eenmaal in zijn leven voor deze gelegenheid naar Saoedi-Arabië te reizen. Dat geldt ook voor islamitische leiders: onder de pelgrims zijn dit jaar onder anderen de Soedanese president Omar Hassan al-Beshir, de Maleisische premier Mahathir Mohamad en de Nigeriaanse leider generaal Abdulsalami Abubakar.

De Haj is een uniek hoogtepunt voor de moslims en tegelijk een jaarlijks terugkomende nachtmerrie voor de Saoedische autoriteiten, de Hoeders van de Twee Heilige Plaatsen die ervoor moeten zorgen dat de pelgrims de vijfdaagse rituelen niet alleen correct kunnen uitvoeren maar ook zo veilig mogelijk doorkomen. Een ongeluk ligt immers in een klein hoekje, en de massaliteit van de Haj maakt een incident gauw een ramp.

Een anti-Amerikaanse en anti-Saoedische demonstratie door Iraanse pelgrims die door de Saoedische veiligheidsdiensten met zwaar geweld uit elkaar werd geslagen, eiste in 1987 meer dan 400 levens. In 1990 ontstond paniek in een tunnel, waarbij 1.426 doden vielen. In 1994 liepen pelgrims elkaar onder de voet tijdens het ritueel dat bekend staat als het `stenigen van de duivel': 270 doden. In 1997 ontstond een vliegende brand in het reusachtige tentenkamp in de vlakte van Mina, waar de pelgrims twee tot drie nachten doorbrengen, die circa 340 mensen het leven kostte. Vorig jaar vielen ongeveer 120 doden toen een brug in Mina bezweek onder het gewicht van pelgrims, eveneens bij het `stenigen van de duivel'.

Als veiligheidsmaatregel hebben de Saoedische autoriteiten na de Iraanse demonstratie van 1987 het aantal buitenlandse pelgrims aan een quotum gebonden. Elk land mag niet meer dan 1 procent van zijn moslim-bevolking sturen. Daarnaast investeert Saoedi-Arabië ter plekke grootscheeps in veiligheidsmaatregelen voor de – overigens natuurlijk zeer lucratieve – Haj. Sinds 1979 zegt Riad daaraan in totaal zo'n 20 miljard dollar te hebben uitgegeven.

Pelgrims koken graag een maaltijd op een primusje, maar dat levert brandgevaar op en mag sinds vorig jaar niet meer: ze moeten zich tevreden stellen met goedkoop fast food dat op 1.500 verkooppunten langs hun route verkrijgbaar is. Daarnaast hebben de autoriteiten zich geconcentreerd op de aanschaf van onbrandbare tenten, van glasfiber bekleed met teflon. In totaal staan er nu 27.000 onbrandbare tenten, tevens voorzien van brandblussers en automatische sproei-installaties die worden gevoed vanuit vier ondergrondse waterreservoirs. In totaal moeten er 40.000 van dergelijke tenten komen om alle 2 miljoen pelgrims te huisvesten. Totale kosten: ongeveer 650 miljoen dollar.

De autoriteiten, die in het geval van brand dit jaar voor het eerst ook de beschikking hebben over 2.000 tankauto's met water, hielden gisteren een blusoefening in een nog leeg deel van het tentenkamp, uitgerekend het deel dat voor de Iraanse pelgrims is bestemd. Hoewel de Saoediërs daarover zwegen, is die keuze niet toevallig. De betrekkingen tussen Saoedi-Arabië en de Islamitische Republiek Iran, beide strevend naar het leiderschap van de islamitische wereld, zijn de laatste tijd aanzienlijk verbeterd. Maar de Saoedische autoriteiten blijven de Iraanse pelgrims met hun politieke agenda met achterdocht bezien. De blusoefening was er de uitdrukking van.