De reizigerszijn de dupe

Geen geweld zo zinloos of er valt wel een zin aan te geven. Vraag maar aan de NS. Het bedrijf dat jaarlijks meer dan 150.000 klachten krijgt, vóór 2003 naar de beurs gaat, en opeens beleidsnotities volkalkt over punctualiteit en klantvriendelijkheid.

Twee weken geleden sloot de NS de monumentale stationshal in Kampen. Sindsdien is er geen verwarmde ruimte meer waar reizigers beschutting kunnen zoeken. Ook de wc's zijn niet meer te bereiken. Bijzonder ververvelend, erkent Nienke de Hort, die zich NS Stations Communicatiemanager mag noemen. Maar de NS had geen keus. Het bedrijf was niet opgewassen tegen de terreur van plaatselijke jongeren, zegt De Hort. Ze bekladden muren en deuren. Ze vernielden banken en ruiten. En wat nog het ergst was: door bedreigingen en intimidatie gaven ze reizigers en personeelsleden ,,een onveilig gevoel''.

De NS heeft wel degelijk weerwerk geboden, verzekert de communicatiemanager. Graffiti werd zo snel mogelijk verwijderd. Als de automatische deuren weer eens ontzet waren, werden ze onmiddellijk gerepareerd. De NS zorgde er ook voor dat door Spoorwegpolitie en regiopolitie extra werd gepatrouilleerd. Maar zo gauw de agenten waren verdwenen, kwamen de jongeren weer terug. Nooit eerder heeft de NS een stationshal wegens geweld tot verboden gebied moeten verklaren. De communicatiemanager noemt het `tragisch' dat het zover kon komen. Ze heeft het over de tijdgeest, over de doden die in Leeuwarden en Gorcum zijn gevallen door zinloos geweld.

Gemeente en politie reageerden geschokt op de sluiting. Hun verontwaardiging richtte zich niet tegen de jongeren. Burgemeester H. Kleemans van Kampen voelde zich gepasseerd. Op het gemeentehuis was van de ongeregeldheden bij het station nooit iets vernomen. Gemeentewoordvoerder Jelle Wouda spreekt over ,,een eenzijdige actie'' van de NS. Volgens hem is er bij het station van een onbeheersbare situatie nooit sprake geweest. Ook de regiopolitie IJsselland vindt het verhaal van de NS over de noodtoestand op het station zwaar overtrokken. Het afgelopen halfjaar zijn bij de politie niet meer dan twee klachten binnengekomen. De NS heeft de politie nooit te hulp geroepen. Waarom liet de NS het tot een sluiting van de stationshal komen zonder overleg te voeren met gemeente en politie? Waarom kreeg zo'n gesprek pas een kans toen de sluiting eenmaal een feit was, en dan nog op initiatief van de gemeente, vraagt politiewoordvoerder R. Kloppenburg zich af.

Het station van Kampen dateert uit het begin van de eeuw. Het bakstenen gebouw is een kruising van herenhuis en kerk. Een fraaie houten overkapping. Gietijzeren staanders. Als je naar binnen tuurt, zie je een ruimte vol afval waar vroeger het restaurant heeft gezeten. Een onttakeld lokaal waar restanten van loketten zich bevinden. Maar je ziet ook het prachtige houten plafond, de beschilderde tegels, de gekleurde binnenramen die een eeuw van vernieuwingsdrift hebben getrotseerd. `Vanwege overlast is deze stationshal gesloten', staat er op de witte plakkaten die met plakband aan de glazen deuren zijn bevestigd. `De tijden veranderen', zegt de sticker daaronder die reclame voor het spoorboekje maakt.

Het majestueuze pand is niet helemaal verlaten. In de ene vleugel zit een fietsenmaker annex fietsenstalling. In de andere vleugel huist zo'n moderne stationswinkel die de NS `Wizzl' gedoopt heeft, en waar je behalve een retourtje Leeuwarden, ook twee broodjes kaas, een gezinspak Durex en macaroni kopen kunt. Beheerder H. Spruijt van de Rijwielshop plaatst de terreur in de stationshal graag in perspectief. Zeker, de jongeren bezorgden overlast. Ze dronken bier op de trappen van de stationshal, ze voetbalden met lege bierblikjes, ze staken vuilnisemmers in de fik. Maar hijzelf ondervond niet veel hinder. Hij joeg ze weg als het hem te gortig werd. Tenslotte waren ze aanvankelijk maar met zijn vieren. Ook later ging het nooit om meer dan vijftien man.

B. Timmer van snackbar Timmer vindt dat de NS de problemen over zichzelf heeft afgeroepen. De witte keet waarin zijn zaak is gevestigd, kijkt uit op het station. Volgens hem is het stationsplein van oudsher een hangplek voor jongeren die zich vervelen. Ze zijn misschien soms lastig maar best voor rede vatbaar. Als ze een van de banken voor zijn snackbar bekladden, drukt hij ze een spons in de hand. Ze breidden hun rijk pas uit tot in het station toen vorig jaar zomer de stationsrestauratie werd gesloten. Met de sluiting van de loketten die door de stationswinkel overbodig waren geworden, gaf de NS de jongeren vrij spel. Sindsdien was er geen toezicht meer in de stationshal. De NS heeft de verloedering nog eens in de hand gewerkt, vindt Timmer, door de loketten met planken dicht te timmeren. ,,Het ziet er niet uit. Als je van die stationshal een verdomhoekje maakt, dan wordt het dat ook.'' Dat vertelt hij terwijl hij dozen met frites naar binnen sjouwt. `Opgeblazen', noemt Timmer het geweld en vandalisme in de stationshal. ,,Laat de NS maar eens eerst bij zichzelf te rade gaan. Waarom plaatsen ze geen videocamera in de stationshal? Waarom zetten ze hun reizigers in de kou?''

De NS had natuurlijk ook de stationswinkel in de stationshal kunnen vestigen. Dan was het ordeprobleem niet eens ontstaan. Maar dat zou 50.000 gulden per jaar meer aan energiekosten hebben gevergd, weet een gedienstige NS-medewerker te melden. NS vond de hal ook te groot. De NS heeft een schitterende stationshal opgeofferd aan een commerciële ingreep. De reizigers zijn de dupe. De plaatselijke jeugd krijgt de schuld.

Gemeente en politie hebben met de NS afgesproken dat het bedrijf met een plan van aanpak komt.