Veranderend Frankrijk nekt Dumas

De Franse ex-minister Dumas heeft zich bijna een jaar aan zijn stoel vastgeklampt. Steeds nieuwe onthullingen van corruptie leidden tot zijn semi-vertrek.

Roland Dumas is de hoofdpersoon in een veel verklarende Franse schelmenroman die nog geschreven moet worden. Verzetsman, zoon van een gefusilleerde verzetsman, vertrouweling van wijlen president François Mitterrand, liefhebber van vrouwen en kunst, minister van Buitenlandse Zaken, hoogste bewaker van de Grondwet en hardnekkig verdacht van corruptie in functie.

Het moment dat hij koos om terug te treden als op vier na hoogste figuur in het Franse staatsbestel was in stijl. Net toen hij meedeelde ,,verlof te nemen'' als voorzitter van de Constitutionele Raad, begon de Assemblée Nationale de behandeling van een wetsontwerp dat `het vermoeden van onschuld' van verdachten betere garanties wil geven.

Dat wetsontwerp van minister Elisabeth Guigou (Justitie) is de voorlopige uitkomst van een jaren slepend debat. Politici van alle richtingen hebben de justitie op hun hielen en lezen in de pers dagelijks waar ze nu weer van worden verdacht. De beschuldigingen variëren van illegale partijfinanciering tot persoonlijke bevoordeling en fictieve baantjes voor protégés. Met een vroom grondwettelijk gezicht roepen zij om het hardst om meer respect van het beginsel dat men onschuldig is tot het tegendeel is bewezen. Vandaar het wetsontwerp, dat meer over hoge meneren dan om lage sloebers gaat.

Roland Dumas heeft al bijna een jaar geprofiteerd van het ingeroepen vermoeden van onschuld. Anders had hij in april '98 moeten aftreden toen formeel een gerechtelijk onderzoek tegen hem werd ingesteld. De toen vermoede feiten waren ernstig genoeg om de voorzitter van een college dat de zuiverheid van verkiezingen en de grondwettigheid van wetten beoordeelt ertoe te bewegen een stap opzij te doen. Verdacht zijn van het aanwenden van invloed als minister van Buitenlandse Zaken en vertrouweling van de president om een Taiwanese duikbootorder erdoor te loodsen is genoeg aanleiding de eer aan zichzelf te houden. Dumas ontkende alles en hield zich vast aan zijn stoel.

Met een zekere regelmaat verschenen nieuwe onthullingen over zijn vermenging van functie, status, charme en hang naar luxe. Zijn ex-vriendin Christine Deviers-Joncour liet Paris Match expliciete foto's van hun tienjarige verhouding afdrukken en beschreef hoe zij voor de (ook ex-)staatsoliemaatschappij Elf de Veiligheidsraad in New York binnensloop om Dumas nog even een wens van het bedrijf door te geven. Vorige week liet zij alle kamerschermen tuimelen en legde een zes uur durende bekentenis aan de rechters van instructie af – twee geduchte vrouwen, een extra pijniging voor de 76-jarige Don Juan.

Volgens Deviers-Joncour waren vele miljoenen waarvan zij eerder had gezegd dat Elf die haar had betaald als pr-functionaris in speciale dienst, in werkelijkheid voor Dumas bestemd geweest. De man die als voorzitter van de François Mitterrand Stichting het erfgoed van de omstreden oud-president bewaakt, werd weer iets duidelijker getekend als fantasie-artiest van het openbare leven.

De rechtse krant Le Figaro aarzelt vanmorgen tussen waardering voor het semi-vertrek van een linkse icoon en het inroepen van het sleetse onschuld-vermoeden. Libération (centrum-links) maakt korte metten met Dumas, ex-Eurocommissaris Edith Cresson en impliciet president Jacques Chirac: ,,Zij hebben Frankrijk niet zien veranderen. Zij hebben niet gezien dat een democratische cultuur ontstaat in Europa. (..) Frankrijk neemt moeizaam, maar onweerstaanbaar afscheid van de onderontwikkeling van haar politieke cultuur.''