Ten gerieve van bureaucratische belangen

Het kabinet heeft vergaande plannen met de organisatie van de sociale zekerheid. Het College van toezicht sociale verzekeringen is – om het zacht te zeggen – ongelukkig met die voorstellen. Er is vooral geluisterd naar betrokken instanties en die letten op macht en competenties, zegt collegelid Olga Fles. Voor de mensen om wie het gaat – de uitkeringsgerechtigden – wordt het alleen maar meer rompslomp en onzekerheid.

`Grote risico's.' Daarover gaat een gesprek met het College van toezicht sociale verzekeringen (CTSV) als het gespreksonderwerp het plan is waarmee het kabinet de sociale zekerheid op de schop wil nemen. Grote risico's, vraagtekens, onzekerheid en onhelderheid vergezellen wat collegelid Olga Fles betreft het kabinetsplan. Niet bevordelijk voor de kwaliteit van de uitvoering, vindt Fles. Waarschuwen voor risico's van kabinetsplannen beschouwt het College nu eenmaal als zijn taak.

Met het plan dat de bewindslieden van Sociale Zaken, minister De Vries en staatssecretaris Hoogervorst, gisteren presenteerden, moet de grootste reorganisatie worden doorgevoerd in de geschiedenis van de Nederlandse sociale zekerheid. Sociale diensten, arbeidsbureaus, uitvoeringsorganisaties: in hun huidige vorm bestaan die na 1 januari 2002 niet langer. Er moet één overheidsloket komen – het CWI, Centrum voor Werk en Inkomen – waarachter de uitkeringsgerechtigde en werkzoekende alle publieke taken rondom de sociale zekerheid kan vinden. Belangrijk is de zogenoemde claimbeoordeling, de bepaling of iemand recht heeft op een uitkering. Dat gaat plaatsvinden in het gebouw van een geprivatiseerde uitkeringsinstelling (in jargon: uvi) zoals nu nog het Gak. Maar die zogenoemde claimbeoordeling gebeurt dan weer door ambtenaren afkomstig van dat ene publieke loket.

Boven al die ruim 200 deels nog op te richten CWI's komt een landelijk instituut, het Liwi. De zetelverdeling van het bestuur van dat Liwi lijkt de betrokken organisaties (onder meer werkgevers, werknemers, gemeenten) meer bezig te hebben gehouden dan een optimaal functionerend sociaal zekerheidsstelsel. De Vries zei het gisteren nog bij de presentatie van zijn plan: ,,Er zijn ontzettend veel belangen met dit plan gemoeid.'' En dan bevatten zijn voorstellen alleen nog maar de hoofdlijnen.

,,Valt dit allemaal nog wel door te denken?'' vraagt Fles zich af. ,,Het is zó complex en er zijn zóveel belangen. Zou je niet met kleinere stappen dit proces moeten doorlopen? Dat hebben we in eerdere adviezen ook gezegd tegen de betrokken bewindslieden De Vries, Hoogervorst, Peper [minister van Binnenlandse Zaken] en Zalm [Financiën].'' En een nog belangrijkere vraag: sluiten deze plannen aan bij een van de oorspronkelijke redenen om de sociale zekerheid te reorganiseren?

Het antwoord op die laatste vraag is ontkennend, wat de toezichthouder betreft. ,,Mensen moeten misschien nog wel naar meer loketten dan er nu zijn'', zegt Fles, ,,terwijl een van de uitgangspunten van de hele operatie het komen tot één loket was. Het zou simpeler en klantgerichter moeten worden, maar als je dan bij het ene loket bent geweest, moet je naar een volgend en dus moeten gegevens overgedragen worden. Je krijgt ook hele grote onduidelijkheden waar je nu moet zijn als iets niet goed gaat, want de beslissing over een uitkering wordt deels de verantwoordelijkheid van het CWI en deels van een geprivatiseerde uitvoerder. Waar moet je dan heen? Daar moet je als uitkeringsgerechtigde maar zelf achter zien te komen, met ingewikkelde procedures die allemaal heel lang gaan duren.'' Conclusie? ,,We zijn er erg bang voor dat de bureaucratie alleen maar toeneemt. De bureaus voor rechtshulp krijgen met dit plan handenvol werk.''

Met de problemen waarmee mensen met een bijstandsuitkering, WAO'ers, WW'ers of werkzoekenden te maken krijgen als de kabinetsplannen doorgaan, is het voornaamste bezwaar van het CTSV geduid: de mensen om wie het gaat zijn uit het oog verloren. ,,Wij geloven'', zegt Fles, ,,dat de belangen van de uitkeringsgerechtigde met deze plannen niet zijn gediend. In het hele proces is hij niet aan het woord geweest. Wel gehoord zijn de instituties, maar die reageren allemaal vanuit hun bureaucratische belangen: waar liggen macht en competenties?''

Misschien dat de belangen van de mensen om wie het gaat nog tijdens de debatten in de Tweede Kamer aan de orde komen, hoopt Fles, maar dat zal niet eenvoudig zijn: ,,De Kamer wordt nu groen licht gevraagd voor deze nota die slechts hoofdlijnen aangeeft. Die zijn te grof om de echte consequenties ervan te doorzien: de kosten zijn niet duidelijk en de effecten niet. Daardoor groeit een nieuw stelsel mogelijk tot iets uit waarvan de Kamer achteraf zegt: ja maar dit hadden we niet gewild.''

Het zou niet de eerste keer zijn. In de afgelopen jaren vroegen steeds meer Kamerleden en bewindslieden zich af of de privatisering van de Ziektewet in 1996 nu wel zo'n goed idee was. Ze hebben sindsdien het ziekteverzuim zien toenemen, de premies voor de commerciële verzuimverzekeringen zijn met tientallen procenten gestegen, de tweedeling in de zorg wordt in de hand gewerkt en werknemers met een wat zwakkere gezondheid dreigen buiten de boot te vallen. Er circuleren schattingen dat het privatiseren van de Ziektewet zo'n 10.000 arbeidsplaatsen heeft gekost en veel minder heeft opgeleverd dan men dacht.

,,Ook dat proces is van tevoren niet goed geregisseerd'', zegt Fles over die privatisering. ,,En waar we het nu over hebben is nog veel complexer. Dat is waarvoor we waarschuwen: het werkende weg reorganiseren leidt tot processen die niet meer te managen zijn.''

Privatisering, daar draait het bij Paars om en dus ook bij de reorganisatie van de sociale zekerheid. Het CTSV gaat niet zover om het kabinet te adviseren dat het terug moet keren op die ingeslagen weg. De keuze voor de markt is gemaakt en de toezichthouder sluit zich daar bij aan. Maar zorgen maakt het College zich wel: ,,De kwaliteit van de uitvoering is de laatste jaren niet verbeterd. Integendeel: die is achteruitgegaan. Des te risicovoller is het om op dit moment het hele stelsel te reorganiseren.'' Van de andere kant beschouwt Fles de huidige situatie als onzeker en onduidelijk en dus is het goed dat het kabinet in ieder geval met een plan komt.

,,Met dit plan wordt meer publiek gemaakt dan er al publiek was'', stelt ze. ,,Het is een hybride model. Wij hebben gezegd dat het kabinet moet kiezen voor meer privatisering en marktwerking. Vanwege de gewenste helderheid. Als je A zegt door de weg naar meer marktwerking op te gaan, moet je B zeggen, maar niet er tussenin gaan zitten. Voorbeeld: vertegenwoordigers van de uvi's gaan bij de CWI's werken om de overdracht van mensen van het ene overheidsloket naar het geprivatiseerde Gak of Cadans soepel te laten verlopen. En van de andere kant gaan staatsartsen in dienst van de CWI's bij de uvi's werken. Dan wordt het mij echt onhelder.''

De keuzes die het kabinet in zijn plannen maakt zijn volgens het CTSV niet altijd logisch. De claimbeoordeling – heeft iemand recht op een WAO-uitkering? – wordt een zaak van ambtenaren, maar de inning van de premies komt in handen van de commercie. De gedachte van het kabinet daarachter is dat als de claimbeoordeling een zaak van de commercie is, dat dan de uitvoerders elkaar gaan beconcurreren om wie het strengst keurt en dus het minste aantal WAOers aflevert.

Volgens Fles kan de claimbeoordeling echter wel degelijk worden geprivatiseerd, zolang er goed toezicht is. Commerciële verzekeraars zullen het zeker niet in hun hoofd halen met het keuringsresultaat te marchanderen. Dat geldt niet voor het sanctie- en handhavingsbeleid. ,,Stel dat een werkgever zijn premie niet betaalt. Dan bestaat het risico dat de commerciële uvi geen signaal afgeeft om een sanctie op te leggen, omdat hij dan wellicht een klant verliest. Bij een claimbeoordeling is dat wel het geval. Want een uitkeringsgerechtigde reageert meteen als hij geen uitkering krijgt.''

In de redenering van Fles zouden sancties op een andere manier publiek gemaakt moeten worden. ,,Door een soort SIOD in het veld van de sociale zekerheid neer te zetten, een sociale inlichtingen- en opsporingsdienst.'' Eigenlijk is Fles' SIOD nu al nodig, want het gaat bergafwaarts met de sancties. Werkgevers worden boetes opgelegd die nauwelijks een opgetrokken wenkbrauw veroorzaken. Bovendien wordt bij het opsporen van sociale zekerheidsfraude steeds minder de werkgever en steeds meer de werknemer gezocht en gepakt. ,,Dat zou wel eens te maken kunnen hebben met nadere klantenbinding'', zegt Fles.

Rond de geprivatiseerde premie-inning en vooral de handhaving ervan cirkelen – alweer – risico's. ,,In de kabinetsnota is de afweging daaromtrent niet helder terug te vinden'', zegt Fles. Het kabinet heeft ooit een voorstel gedaan om die risico's te reduceren, namelijk door de belastingdienst voor het innen van de premies te laten zorgen. ,,Maar daarvoor kiest het kabinet niet, want dan wordt nog meer weggehaald bij de uvi's waardoor het nog minder interessant voor ze wordt'', zegt Fles. ,,Er zijn al zoveel handen en voeten van ze afgehakt dat ze bijna niet meer kunnen lopen.'' Immers, de kern van hun werk, de claimbeoordeling, wordt ze al afgenomen.

Om dat laatste te organiseren moet bijna een volksverhuizing plaatsvinden onder de ongeveer 1.500 professionals die de claim op een uitkering moeten beoordelen. Rond hun positie is niet veel meer duidelijk dan dat ze uit hun huidige werk worden getild, ambtenaar worden en ergens anders weer worden neergezet. Verder wacht hun een onzekere situatie waarbij onduidelijk is wat hun rol wordt. ,,Wat doen die mensen de komende jaren? Die gaan voor zichzelf beginnen of houden ermee op.''

,,De gedragseffecten rondom deze plannen moeten niet worden onderschat'', zegt Fles. ,,Er is nu al een leegloop en de kwaliteit van de uitkeringsbehandeling en claimbeoordeling gaat achteruit. Wij hebben tegen het kabinet gezegd: kijk nou uit, want tijdens de verbouwing moet de verkoop wel door blijven gaan.''

Het CTSV wil het maar gezegd hebben: ,,Het kabinetsplan is een risicovol plan.'' Maar hoe het werkelijke stelsel er in 2002 ook uit komt te zien, het CTSV zal er loyaal toezicht op houden. ,,We zeggen dit allemaal niet om later ons gelijk te halen'', legt Fles uit, ,,maar omdat we het onze taak vinden als toezichthouder om voor risico's te waarschuwen. We moeten, onszelf in de spiegel bekijkend, kunnen zeggen dat we er alles aan hebben gedaan om te voorkomen dat er in de toekomst weer een parlementaire enquête naar de uitvoering van de sociale zekerheid nodig is.''