Schilder Postma worstelt met stijlclichés

Een bocht in de Hollandse kustlijn vormde in de jaren zeventig jarenlang het enige thema van schilder Hannes Postma (Haarlem, 1933). Zoals Monet zijn waterlelies of Klaas Gubbels zijn koffiepotten onuitputtelijk en in vele variaties schilderde, zo legde Postma dit kleine stukje zee, strand en duin vast in een reeks schilderijen. De vele versies van het strandgezicht vormden enkele jaren later zelfs de aanleiding tot het oprichten van een heuse beweging: de Hoek van Hollandse School. Onder deze naam vormde Postma samen met drie van zijn leerlingen van de Rotterdamse academie een ironisch, licht dadaïstisch groepje, dat onderzocht in hoeverre het gebruik van clichés kon leiden tot nieuwe schilderijen. Het uitgekauwde kustlijnmotief van leermeester Postma werd door de Hoek van Hollandse School hergebruikt in een reeks schilderijen die wat betreft stijl verwezen naar moderne meesters als Lichtenstein, Magritte, Man Ray, Malewich en Duchamp.

Deze werken zijn jammer genoeg niet te zien op Postma's overzichtstentoonstelling (de schilder werd onlangs 65 jaar) in het Dordrechts Museum. Ze hadden een luchtige afwisseling kunnen vormen op een tentoonstelling die nu wel erg serieus en gedegen overkomt. De werken zijn in chronologische volgorde opgehangen en tonen een voorzichtige ontwikkeling van een stijl die aanvankelijk aansluit bij de Nieuwe Figuratie van de jaren zeventig maar later verandert in een meer persoonlijke, expressionistische schilderwijze.

Laverend tussen abstracte en figuratieve elementen, neemt Postma op geen enkel punt in de tentoonstelling een uitgesproken standpunt in. Het meest gedurfd zijn de werken waarin de twee extremen, de abstractie en figuratie, elkaar ontmoeten binnen één compositie. Zo kan het voorkomen dat een blauwe driehoek naast de schedel van een eenhoorn is gezet of een uitgewerkt portret samen met een blauwe lijn in een grijs vlak zweeft.

Het overzicht begint in 1977, het jaar dat de Hoek van Hollandse School in hetzelfde museum haar belangrijkste en tevens laatste tentoonstelling beleefde. Tot dat moment was het Postma's streven geweest de anonimiteit van het schilderij te bevorderen en het eigen handschrift te verlaten, maar vanaf 1977 begint hij voorzichtig met het ontwikkelen van een individuele stijl. De eerste werken op de tentoonstelling zijn braaf en academisch geschilderd. De serie `Herverkaveling' uit 1977 toont een verzameling kleurvlakken die in de ruimte zweven en die bekeken worden door bleke figuren. Bij nadere beschouwing lijken deze man en vrouw op vrije interpretaties van bekende beeldhouwwerken van Maillol of Rodin.

Het citeren van bekende werken uit de kunstgeschiedenis neemt duidelijkere vormen aan in een serie van rond 1980. Hierin komen gestileerde vormen in primaire kleuren voor die we kennen uit het werk van Stijl-kunstenaar Bart van der Leck. En halverwege de jaren negentig duiken rasters op in Postma's doeken, die geschilderde weergaves lijken van de kartonreliëfs van Jan Schoonhoven. In beide gevallen combineert Postma deze citaten met een greep uit zijn eigen beperkte assortiment aan symbolen, zoals koppen (zowel hoofden als theekoppen), vogels en eenhoorns. `Ongemanierd rangschikken' noemt Postma deze eclectische manier van samenvoegen zelf.

Gaandeweg de tentoonstelling begint de verveling toe te slaan. Dit wordt mede veroorzaakt door het grote aantal schilderijen dat middels scheefstaande schotten in een soort doolhofopstelling in de museumzaal is gepropt. Aanbeland bij de jaren negentig, merk je dat Postma steeds hetzelfde trucje herhaalt in zijn stijve composities. Een diagonale lijn deelt het doek in tweeën en scheidt het abstracte deel van de figuratieve voorstelling. De ene keer is het een bomenrij die perspectivisch verdwijnt in de verte, dan weer zijn het rijen vogels, kommen of melkkannen. In het meest recente werk, voor een deel te zien in Galerie Espace, worden de diagonalen doorsneden door een patroon van dunne horizontale en verticale lijnen, die met behulp van een kam in de verf zijn getrokken. Dit leidt in eerste instantie tot een verrassend effect, maar al snel wordt het een schilderkunstig maniertje.

Vergeleken met het werk van generatiegenoten als Lucassen of Gubbels komt het oeuvre van Postma onuitgesproken en gedateerd over. Te vaak vervalt de kunstenaar in oppervlakkige verwijzingen naar andere kunstenaars (het kantelen van een schilderij à la Mondriaan) of flauwe woordgrapjes (Post MA, Memento Memory). Het cliché dat de schilder sinds de opheffing van de Hoek van Hollandse School zo doelbewust uit zijn werk probeerde te verbannen, is dan weer ongemerkt zijn schilderijen binnengeslopen.

Tentoonstellingen: Hannes Postma. T/m 9 mei in het Dordrechts Museum, Museumstraat 40, Dordrecht. Di t/m zo 11-17u. (reist door naar het Museum voor Moderne Kunst in Arnhem, 12 juni t/m 5 sept). T/m 4 april in Galerie Espace, Keizersgracht 548, Amsterdam. Wo t/m za 13-17u. Catalogus ƒ37,50.