Op zijn Hollands

DE BRITSE PREMIER Blair legde gisteren in het Lagerhuis een verklaring af over het ophanden zijnde militaire optreden van de NAVO in de Kosovo-crisis, de Amerikaanse president Clinton veranderde op het laatste moment zijn toespraak voor een groep ambtenaren in Washington over pensioenhervormingen in een uitvoerige verhandeling over de jongste ontwikkelingen op de Balkan. In de Duitse Bondsdag gaf minister Fischer tekst en uitleg. En in Nederland? Daar was de minister-president in geen velden of wegen te bekennen, en werd het wekelijkse vragenuur in de Tweede Kamer besteed aan zaken als de wachtlijsten voor verpleegtehuizen en vermiste minderjarige asielzoekers.

Op een plek nog geen twee uur vliegen van Nederland staat een internationale oorlog op uitbreken. Voor het eerst in zijn vijftigjarig bestaan dreigt de NAVO een directe confrontatie aan te gaan met een soeverein land, Nederlandse gevechtsvliegtuigen kunnen direct betrokken worden bij luchtacties tegen Servië. Het schijnt allemaal voorbij te gaan aan het Nederlandse politieke machtscentrum dat aan het Binnenhof ligt gesitueerd.

Schijnt, want formeel klopt het allemaal. De legitimatie voor Nederlandse deelname is vorig jaar oktober gegeven toen de leden van de Tweede-Kamercommissies van Buitenlandse Zaken en Defensie met uitzondering van de vertegenwoordiger van de Socialistische Partij instemden met een brief van het kabinet over de mogelijkheid van militair ingrijpen. Aan deze brief was een ingelaste en uren durende kabinetszitting voorafgegaan.

IN DE VOLTALLIGE Tweede Kamer is de escalatie in Kosovo en alle daarmee samenhangende gevolgen nooit aan de orde geweest. De kwestie oorlog of vrede wordt in Nederland op een namiddag in commissieverband afgedaan. Daar kan de Kamer zes maanden later dan nog steeds naar verwijzen. Het is al vaker geconstateerd: enig gevoel voor theater is het Nederlandse parlement vreemd. Als het gaat om nuchterheid kan de Tweede Kamer met recht een volksvertegenwoordiging worden genoemd. Maar in een tijd waar alle politici de mond vol hebben van draagvlakverbreding had er toch iets meer mogen gebeuren. Ongetwijfeld volgt straks de verantwoording achteraf. Maar in deze kwestie zou een verklaring vooraf meer dan ooit gerechtvaardigd zijn geweest.