Omhelzing luidt onzeker tijdperk in voor NAVO

Militaire actie van de NAVO krijgt nu de voorrang in Kosovo. Maar een succesvolle afloop is op voorhand niet zeker. Bij de NAVO doen verscheidene spookbeelden de ronde.

De Amerikaanse gezant Richard Holbrooke en NAVO-chef Javier Solana omhelsden elkaar gisteravond op het NAVO-hoofdkwartier geëmotioneerd ten afscheid. De Spanjaard omklemde het grote lijf van de vredesbemiddelaar alsof hij nog eens extra wilde zeggen dat het aan diens inspanningen niet gelegen had. Holbrooke, net terug uit Belgrado na twee bijna acht uur durende gesprekken met de Joegoslavische president Miloševic, zag er afgepeigerd uit. Solana, op de drempel van een grensverleggend NAVO-besluit, oogde somber, maar ook vastberaden.

Holbrooke had zojuist de negentien NAVO-ambassadeurs gerapporteerd over zijn mislukte missie naar Miloševic. Hij had niet meer met de Joegoslavische leider onderhandeld, daar was totaal geen basis voor, had Holbrooke hun verteld. De kater daarvan leek nu pas goed tot hemzelf door te dringen. ,,De zaak is hiermee symbolisch en formeel aan jou overgedragen'', zei Holbrooke tegen Solana met zijn gebruikelijke gevoel voor drama en momentum. ,,Jij bent een groots diplomaat'', zei Solana.

Hun bearhug symboliseerde een – in elk geval tijdelijke – scheiding der wegen: militaire actie krijgt nu de voorrang boven diplomatieke inspanning in de Kosovo-crisis. Drie kwartier na Holbrooke's vertrek maakte Solana, om kwart over elf, bekend dat hij opdracht had gegeven tot luchtaanvallen tegen Joegoslavische doelen.

Bij de NAVO waren gisteravond meer ervaren diplomaten geëmotioneerd na het besluit tot militaire actie, dat een historisch precedent is: het is de eerste keer in haar vijftigjarig bestaan dat de NAVO, een verdedigingsorganisatie van negentien landen, een aanval lanceert tegen een soevereine staat. ,,Dit is niet niks. We gaan nu een tijdperk in, waarvan we het vervolg niet kennen. Dit is onbekend terrein'', zei een diplomatieke deelnemer aan de besluitvorming, die er zichtbaar nog niet van bekomen was.

Succes is niet verzekerd. Bij de NAVO doen verscheidene spookbeelden de ronde. Toen de NAVO in 1995 de Bosnische Serviërs bombardeerde, was de kans groot dat zij spoedig aan de onderhandelingstafel zouden aanschuiven, hetgeen gebeurde. Maar nu durft niemand op het NAVO-hoofdkwartier een zinnige inschatting te maken over de kans dat Miloševic – na NAVO-bombardementen – zijn offensief tegen de Kosovo-Albanezen staakt en een vredesregeling ondertekent. NAVO-diplomaten erkennen het risico dat het `grootste kruitvat' van ex-Joegoslavië, zoals Kosovo jarenlang is genoemd, nu geheel uit elkaar spat, met als gevolg een nog grotere oorlog in Midden- en Zuidoost-Europa.

De vrees binnen de alliantie bestaat dat de Serviërs de komende dagen als de NAVO aanvalt, ,,all-out'' gaan, met nog grootschaliger etnische zuiveringen en moordpartijen onder de Kosovaren. De NAVO kan daar weinig tot niets tegen doen omdat het bondgenootschap de komende etmalen nodig heeft om de Joegoslavische luchtverdediging uit te schakelen en zelf meer armslag te krijgen. Pas als Fase 1 voorbij is, komt Fase 2: de aanpak van de zware wapens van Joegoslavië.

,,Wij kunnen pas over de Serviërs heengaan als wij eerst hun luchtverdediging hebben uitgeschakeld. Zij kunnen dus nog een paar dagen hun gang gaan in Kosovo'', zegt een NAVO-diplomaat.

Niet alleen een nog grotere vlucht van Kosovaren naar de buurlanden, met dreigende destabilisatie vandien, is een spookbeeld. Het absolute doemscenario blijft een mogelijke uitzaaiing van het conflict zelf, door de nabijheid van Albanië en Macedonië (met minimaal eenvijfde deel Albanezen), en de NAVO-partners Griekenland en Turkije. Dit doemscenario circuleerde al tijdens de oorlog in Kroatië en Bosnië en raakte op de achtergrond door het vredesakkoord van Dayton, maar maakt nu de afloop van NAVO-bombardementen op voorhand onzeker.

Ook als deze spookbeelden geen bewaarheid worden, dan nog blijven NAVO-luchtaanvallen een precedent in de internationale verhoudingen, waarvan ook anderszins de gevolgen niet te overzien zijn, bijvoorbeeld op het terrein van het volkerenrecht: de NAVO treedt immers op zonder een duidelijk mandaat van de VN-Veiligheidsraad. Zet dit ook voor andere landen of organisaties de deur open om volkerenorganisatie links te passeren, als het hun zo uitkomt?

De NAVO laat zich voorts niets gelegen liggen aan het oordeel van Rusland, dat fel tegen militair ingrijpen is. Voor de NAVO als alliantie is dat misschien geen grote factor van betekenis, maar wel voor individuele lidstaten als Duitsland en de Verenigde Staten: voor hen is `het aan boord van de Russen' ook in de kwestie-Kosovo steeds een belangrijk doel geweest, en zelfs gedeeltelijk de oorzaak van de trage internationale reactie in deze crisis.

Vrede brengen in Kosovo is het hoofddoel van het NAVO-optreden. Maar NAVO-diplomaten erkennen dat er ook nog een niet-uitgesproken doel voor de langere termijn is: ,,Miloševic wegkrijgen, dat wil hier iedereen.'' Zij wijzen erop dat de NAVO er in elk geval voorlopig in is geslaagd haar geloofwaardigheid en eenheid te behouden: ,,Als wij nu niks hadden gedaan, was dit echt het einde van de NAVO geweest.''