NS hoopvol naar volgende eeuw

Minister Netelenbos (Verkeer) beloofde gisteren dat de NS mag gaan rijden met hogesnelheidstreinen op binnenlandse trajecten. Voor de spoorwegen is die keuze van levensbelang.

Nederland wordt steeds mobieler en vervoerders die in staat zijn de mensen daarbij snel en comfortabel te helpen, kunnen een ruime beloning tegemoet zien.

Voor de Nederlandse Spoorwegen was het dan ook van levensbelang dat ze gisteren de toezegging kregen van minister Netelenbos (Verkeer en Waterstaat) dat ze in principe met hogesnelheidstreinen mogen gaan rijden op binnenlandse trajecten. Weliswaar moeten de overheid en de NS het nog eens worden over de prijs hiervoor, maar er bestaat weinig twijfel over dat ze daar uitkomen.

NS-topman Den Besten maakte geen geheim van zijn tevredenheid met de plannen van Netelenbos. ,,Het kan een stuk zekerheid geven'', zei hij. ,,Het betekent dat we weer kunnen investeren in materieel.'' De NS heeft vaak betoogd dat het bedrijf wel kon ophouden, als de HSL-markt buiten zijn bereik zou blijven.

Vooral onder de vorige minister, Jorritsma (VVD), stond het echter allerminst vast dat de NS ook met dit contract zou gaan strijken. Zij zou graag hebben gezien dat de NS met andere spoorbedrijven had moeten wedijveren om de hogesnelheidstrajecten binnen te halen.

De spoornota van het kabinet (`De derde eeuw spoor') waarmee Netelenbos (PvdA)gisteren met de nodige vertraging voor de dag kwam, ademt echter een andere geest dan een eerdere, nooit in behandeling genomen versie van Jorritsma. Veelzeggend is dat een opmerking van de grote liberale voorman Thorbecke uit 1871, dat de staat concurrentie niet behoort te vrezen en juist moet aanmoedigen, van het schutblad van de nota is verdwenen.

Zoals vorige zomer al tijdens de kabinetsformatie was afgesproken, krijgt de NS ook tot 2010 het alleenrecht op het zogeheten kernnet van (profijtelijke) intercity- en sneltreinverbindingen. Wel zal de overheid de NS in ruil voor deze concessie houden aan goede prestaties. Hiervoor zal een contract worden opgesteld. Belangrijke criteria daarbij zijn de punctualiteit van de treinen en hoeveel spitsreizigers de NS weet te vervoeren naar de grote steden. Maar ook hierbij hoeft de NS dus voorlopig geen concurrentie te vrezen.

Het kabinet houdt voorts vast aan het afstoten van 33 onrendabele lijnen in de regio. Daarom zal de overheid de subsidies die de NS voor dit doel ontving voortaan schenken aan de provincies, die op hun beurt via aanbestedingen nieuwe exploitanten van het regionale vervoer moeten zien te vinden.

Netelenbos mag de NS dan minder hard aanpakken dan Jorritsma, ze wil het bedrijf evenmin in de watten leggen. Zo schrijft ze in haar nota dat de NS geen hoofdrol mag spelen op de markt van de internationale hogesnelheidstreinen die vanuit Nederland naar bestemmingen in het buitenland rijden. De rechten daarop gaan via een aanbestedingsprocedure bij voorkeur naar andere gegadigden.

Hoe het beleid ten opzichte van de hogesnelheidstreinen er echter precies uit gaat zien, blijft nog onduidelijk. Moet de NS, die nu een van de drie partijen is bij de exploitatie van de Thalys van Amsterdam naar Parijs, nu uit deze onderneming stappen? En zal bijvoorbeeld de Franse staatsspoorwegmaatschappij toegang krijgen tot het Nederlandse HSL-net, zonder dat de NS ook maar de geringste kans heeft om ooit op het Franse net te komen?

Dat Netelenbos de NS niet in de watten legt, blijkt ook uit haar voornemen het bedrijf een gebruiksvergoeding op te leggen van zo'n 250 miljoen gulden per jaar voor het gebruik van de door de overheid aangelegde infrastructuur. Aan dergelijke stappen valt op grond van Europese regels niet langer te ontkomen, al laat de Europese Commissie de lidstaten nog wel de nodige speelruimte bij de vaststelling van de hoogte van die gebruiksvergoeding. Het beginsel hierachter is dat van `de gebruiker betaalt'. De vergoeding zal niet alleen voor de NS maar ook voor andere personen- en vrachtvervoerders gelden.

Den Besten keek gisteren niettemin zuinig bij dit nieuws en noemde zulke bedragen ,,zeer aanzienlijk'' in verhouding tot de omzet en de winst van zijn bedrijf. Hij waarschuwde dat de NS zich zo wel genoopt zou zien de tarieven te verhogen. Voorzichtigheid is daarbij overigens geboden, voegde hij er direct aan toe. ,,Een tariefsverhoging leidt tot een dalend aantal reizigers en dus ook tot minder inkomsten.'' Na een prijsverhoging van zes procent vier jaar geleden had de NS dat onmiddellijk gemerkt, zei hij.

,,De verwachting is dat NS en eventueel andere vervoerders zich nog zullen verzetten tegen de hoogte en deze vorm van de gebruiksvergoeding'', schreef Netelenbos al in haar nota. Gisteren onderstreepte ze bovendien dat de bedragen voor de vergoeding nog niet vaststaan. Met een beetje duwen en trekken kan Den Besten de vergoeding dus nog wel naar beneden krijgen.