Maart roert zijn staart

De tweede kasreserveperiode (de maartperiode) die gisteren afliep werd gekenmerkt door een roerig slot. Gezien de negatieve ervaringen bij de finale van de eerste periode, werd naar het einde van de huidige periode met enige spanning uitgezien.

Tegen het einde van de eerste kasreserveperiode bestond de indruk dat er voldoende `overreserves' beschikbaar waren om de banken die nog niet aan hun reserveverplichting voldeden hieraan alsnog te laten voldoen. Die indruk bleek volledig onjuist. Enkele banken moesten een fors beroep doen op de marginale voorschotfaciliteit waardoor de daggeldrente tijdelijk tegen het `plafond' van 4,5 procent aanduwde.

Het einde van deze kasreserveperiode bleef dergelijke taferelen bespaard, maar geheel rimpelloos verliep de afloop ook dit keer niet. Duwde de daggeldrente de vorige keer tegen het plafond, deze keer rook ze tijdelijk aan de bodem van de rentecorridor van 2 procent.

De forse reservebuffer van het Europese bankwezen werd in de laatste week van de kasreserveperiode in een rap tempo naar beneden gebracht. In de weekstaat is dat te zien in de geslonken aanhouding op de kasreserverekening met ruim 23 miljard euro. De oorzaak daarvan lag mede in de krappere herfinanciering (refi) die het Eurosysteem aan het bankwezen verschafte.

De nieuwe twee weken durende basisherfinanciering lag 23 miljard euro lager dan de vervallende refi. Enige verkrapping kon ook geen kwaad. De gemiddelde aanhouding van het bankwezen bedroeg aan het einde van de vorige verslagweek namelijk ruim 108 miljard euro, terwijl de verplichte gemiddelde aanhouding circa 101 miljard euro per dag bedraagt.

Na het tumultueuze slot van de eerste kasreserveperiode lag enige extra overreserve voor de hand, maar 7 miljard euro (108 minus 101) achtte het Eurosysteem kennelijk te veel van het goede. Mede door de krappere refi daalde de gemiddelde aanhouding deze week naar circa 103,5 miljard euro op dit moment.

Ook dit bleek voor het bankwezen als geheel nog een forse overaanhouding te zijn. Een deel van de dreigende overreserves (waarop geen rente wordt vergoed) werd de afgelopen dagen namelijk in de markt gezet, waardoor de daggeldrente zelfs tijdelijk de bodem van de rentecorridor raakte. De laatste dag van de kasreserveperiode zaten verscheidene banken nog met een overaanhouding in hun maag, konden het niet meer `kwijt' in de markt en werden dus genoodzaakt dit geld op de depositofaciliteit te stallen.

Bron: ING Economisch Bureau