Kelders

De Gedimino Prospekt is de Weteringschans van Vilnius, en middenin staat het broertje van het Barlaeus Gymnasium: massieve stoepen, theatrale zuilen en hoge houten deuren die een liedje piepen. Het gebouw had een bijenkorf vol brave ambtenaren kunnen zijn, zo'n groot, negentiende-eeuws overheidsgebouw zoals ze overal in Europa nog staan. Maar hier is dat anders, want dit is Litouwen.

Van 1899 tot 1915 was het een rechtbank van het Russische imperium. Tussen 1915 en 1918 werd het gebruikt door de Duitsers. In 1919 zat hier het bolsjewistische revolutionaire tribunaal. Tussen 1920 en 1941 was het een Pools overheidsgebouw – de rest van Litouwen was onafhankelijk, maar de Polen hadden Vilnius geannexeerd. Van 1940 tot 1941 zat er de terreurpolitie van de Sovjet-regering, de NKVD. Van 1941 tot 1944 werkten hier de Gestapo, de SD en de `Sondercommando's' van de Litouwers. Van 1944 tot 1991 was het de KGB-centrale, waar de deportatie en de executie van zo'n 250.000 Litouwers georganiseerd werd.

Ik loop langs de kale cellen, de poeptonnen, de portretten van de jongens en meisjes die hier gemold zijn, de geluidwerende deuren. Een oudere man met donkere wenkbrauwen staat almaar bij een bepaalde cel, hij heet Antonnis Veslawskes, hij zat hier vijftig jaar geleden, vertelt hij, nu is hij voor het eerst weer gaan kijken. ,,Met zeven man in een cel. Veel angst. Isolatiecel. Ik was 19.'' Hij zucht veel. ,,Partizaan, he. Siberië. Toen ik terugkwam, ik was 39.'' Meer krijg ik er niet uit. Hij moet de Duitse woorden ver uit z'n geheugen krabben, en hij is bovendien erg overstuur.