Kabinet trotseert Zuid-Holland

Het kabinet wijst de noordrand van de Hoeksche Waard aan voor de uitbreiding van Rotterdamse havenbedrijven. Dit heeft het ministerie van Economische Zaken desgevraagd bevestigd. Het besluit staat haaks op het nieuwe streekplan Zuid-Holland-zuid dat vrijdag wordt vastgesteld.

Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland willen dat het bedrijvengebied wordt aangelegd in het midden van de Hoeksche Waard ten zuiden van het Rotterdamse havengebied.

Het bedrijventerrein van 250 hectare is bestemd voor havengebonden ondernemingen waarvoor in Botlek/Europoort geen ruimte is. Een meerderheid in de Provinciale Staten steunt de lokatiekeuze in het nieuwe streekplan.

In een brief aan het provinciebestuur vroeg minister Pronk (VROM) afgelopen maandag nog de vaststelling van het nieuwe streekplan voorlopig op te schorten. Gisteren liet de provincie weten daaraan geen gehoor te zullen geven. Volgens de provincie had het kabinet eerder beloofd vóór 26 maart een beslissing te nemen.

In de brief schreef Pronk maandag dat er in het kabinet nog geen overeenstemming bestaat over de inrichting van de Hoeksche Waard. Maar volgens een woordvoerder van het ministerie van Economische Zaken hebben Pronk en staatssecretaris Ybema (Economische Zaken) al een akkoord bereikt over de locatie van het bedrijvengebied. Wel praat Pronk nog met minister Apotheker (Landbouw) over de wenselijkheid van een nieuw glastuinbouwgebied bij Cromstrijen.

De provincie Zuid-Holland wil nog niet inhoudelijk reageren op de keuze van het kabinet voor de noordrand van de Hoeksche Waard. Een woordvoerder van de provincie verwacht niet dat Gedeputeerde Staten het streekplan alsnog zullen opschorten. ,,Ook wanneer de provincie het nieuwe streekplan reeds heeft aangenomen, staan het kabinet nog verschillende mogelijkheden ter beschikking om dat plan te wijzigen. Een aanwijzing van de minister van VROM is daarbij het zwaarste middel. Overigens kunnen wij daartegen weer in beroep'', aldus de woordvoerder.

Het akkoord tussen Economische Zaken en VROM betekent volgens de provincie wel dat de economische noodzaak van het bedrijventerrein niet langer wordt betwist.

Minister Pronk had eerder aangegeven daaraan nog te twijfelen. Ook kregen het Nederlands Economisch Instituut en het Landbouw-Economisch Instituut opdracht van het kabinet om het belang van het bedrijventerrein te onderzoeken.