Justitie wijst klacht Lancee af

De Groninger officier van justitie Dorhout en rijksrechercheur Koster hebben geen valsheid in geschrifte gepleegd in het onderzoek in de zedenzaak-Lancee in april 1996. Dit blijkt uit onderzoek onder leiding van de Leeuwarder hoofdofficier H. Brouwer. Er komt dan ook geen vervolging. Het echtpaar Lancee deed aangifte van meineed en valsheid in geschrifte.

In een vanochtend aan de Kamer verstuurde brief onderschrijft minister Korthals (Justitie) de beslissing. Ook wil hij ,,zeer spoedig'' tot afronding van de financiële kant van de zaak komen.

Politieman Lancee werd in april 1996 door een arrestatieteam aangehouden op verdenking van seksueel misbruik van zijn dochter Bianca. Hij zat twaalf dagen in voorarrest. Later trok Bianca de aanklacht in en gaf ze toe het verhaal verzonnen te hebben.

Het echtpaar Lancee deed in 1996, 1997 en vorig jaar aangifte van valsheid in geschrifte door Dorhout en Koster en van wederrechtelijke vrijheidsberoving van Bianca en haar moeder. Dorhout en Kosten zouden volgens de Lancees valse processen-verbaal hebben opgemaakt van verklaringen van Bianca. Uit onderzoek blijkt dat geen sprake is van strafbare feiten, maakte Brouwer vanmorgen bekend. Voor het onderzoek werden 44 betrokkenen verhoord.

Lancee zegt in een reactie ,,verbaasd'' te zijn over de niet-vervolging. Hij gaat in beroep. Brouwer plaatst wel kanttekeningen bij het verhoor van Bianca door Koster. Als teamleider had Koster Bianca niet zelf moeten verhoren en ook duurde het verhoor vijf uur, te lang voor een oriënterend onderzoek. Dat een deel van het verhoor niet bleek opgenomen, omdat het opnameapparaat in de pauzestand stond, noemt hij ,,weinig professioneel''. Van verdraaiing van verklaringen is echter niets gebleken. Dat officier van justitie Dorhout als voormalig lid van de ouderraad van de school van Bianca een gesprek met haar had en daar een proces-verbaal van opmaakte, noemt Brouwer ,,niet verstandig''.