Het Westen verkijkt zich op Kosovo

Luchtaanvallen tegen Joegoslavië lijken onvermijdelijk. Aldus wordt een humanitaire catastrofe vermeden, zegt het Westen. Wanneer de luchtaanvallen beginnen zal dat de grootste humanitaire catastrofe teweegbrengen, stelt daarentegen Jonathan Eyal.

Tenzij zich te elfder ure nog verrassingen voordoen, lijken luchtaanvallen tegen Joegoslavië nu onvermijdelijk. De militaire doelen zijn duidelijk. Maar de Westerse regeringen zullen geen kans zien de aanvallen om te zetten in een coherente politieke strategie. Want vallen eenmaal de bommen in de Balkan, dan staan twee gevolgen bij voorbaat vast: Kosovo wordt onafhankelijk en er zullen Westerse grondtroepen moeten worden gestationeerd. Er gaat dus precies gebeuren wat het Westen had gezegd te zullen vermijden.

Joegoslavië zal als gevolg van de luchtacties waarschijnlijk aanzienlijke schade lijden. Voor het eerst zullen Britse kruisvluchtwapens in een conflict worden afgevuurd in samenhang met de Amerikaanse arsenalen. Niet alle doelen zullen dadelijk worden getroffen, maar de NAVO-strategie behelst een langdurige campagne waarin, na eliminatie van de Joegoslavische geïntegreerde luchtverdediging, systematisch munitieopslagplaatsen, logistieke aanvoerlijnen en communicatiecentra zullen worden vernietigd. Het bondgenootschap is volledig voorbereid op fel verzet en zal mogelijk enkele vliegtuigen verliezen, maar over het eindresultaat kan geen twijfel bestaan. Een groot deel van de Joegoslavische luchtmacht zal waarschijnlijk niet opstijgen, en doet ze dat toch, dan zal ze uit de lucht worden geveegd. Maar daarna zal het Westen eerst recht voor zware dilemma's komen te staan, want de gehele strategie achter de luchtaanvallen lijkt op verkeerde uitgangspunten te berusten.

Luchtaanvallen zijn in de Balkan eerder uitgevoerd in de zomer van 1995, als onderdeel van een strategie die de Serviërs naar de onderhandelingstafel moest drijven. Deze aanvallen hadden succes, en de Westerse regeringen hopen nu op een zelfde resultaat. Maar elke vergelijking met Bosnië is ongegrond. Vijf jaar geleden waren de Serviërs op het slagveld al verslagen door de Kroaten en hadden ze alle reden om zo snel mogelijk tot een akkoord te komen. Bovendien hield het Westen de mythe in stand dat het de Bosnische Serviërs bombardeerde en niet de Joegoslavische strijdkrachten als zodanig. President Slobodan Miloševic gelooft nog altijd dat vechten alleszins de moeite waard is; en het doelwit is nu zijn eigen land. De Westerse strategie luidt: net zo lang bombarderen tot Miloševic een vredesakkoord accepteert, maar niet zo zwaar dat de etnische Albanezen in Kosovo hun kans schoon zien om naar volledige onafhankelijkheid te streven. De kans op succes is vrijwel nihil: er zijn in de geschiedenis landen met bommen tot overgave gedwongen, maar tot samenwerking nog nooit.

Volgens de heersende opvatting is president Miloševic koppig en irrationeel. Maar in werkelijkheid zit er wel degelijk een rationele lijn in het optreden van de Joegoslavische dictator. Vanuit Belgrado gezien is het volkomen logisch het Westen te tarten en het risico van luchtaanvallen in te calculeren. President Miloševic weet allang dat hij Kosovo zal kwijtraken. In het Westerse vredesplan dat in februari in Frankrijk is besproken en dat voor alle landen van Europa nog altijd de voornaamste beleidslijn is, is alleen de vorming van een autonome provincie voorzien. Maar de Joegoslavische president beseft terdege dat na de komst van een vredesmacht en na vrije verkiezingen geen Westerse regering het gebied ooit meer aan zijn, Miloševic', welwillende genade zal overleveren. Hij beseft ook dat hij in een confrontatie met het Westen Kosovo eveneens zal kwijtraken. Dus zijn keus was: de provincie kwijtraken langs vreedzame weg of in een oorlog. Het lag voor de hand dat hij de oorlog zou kiezen, in de hoop dat zijn volharding het altijd zal winnen van die van het Westen en dat hij in het ergste geval slechts een deel van de provincie zal moeten opgeven.

Ook zijn strategie voor de komende dagen is voorspelbaar. In de eerste fasen van de luchtaanvallen, zal hij niets doen. De Joegoslavische luchtmacht wordt achter de hand gehouden en alles zal in het werk worden gesteld om zoveel mogelijk roerende en onroerende militaire goederen te behouden. Miloševic zal erop hopen dat de besluitvastheid van de NAVO zal wankelen (gezien de moeite die het heeft gekost om binnen het bondgenootschap tot een consensus over luchtaanvallen te komen), of dat het Westen onder druk vanuit Moskou de acties zal staken. Tegelijkertijd zal een massaal grondoffensief tegen de Albanezen worden gelanceerd, ondersteund door de naar schatting 36.000 man Joegoslavische troepen die al in het gebied zijn. De NAVO-toestellen zullen zich tegen deze strijdkrachten richten, maar althans aanvankelijk zal het bondgenootschap zich vooral concentreren op doelen in Joegoslavië zelf. Westerse vliegtuigen zullen niet boven Kosovo in actie komen voordat vaststaat dat ze geen tegenstand van de Joegoslavische luchtverdediging meer te duchten hebben. Pas na verloop van enkele dagen zal de NAVO dus de Joegoslavische grondstrijdkrachten kunnen aanvallen, en ook dan zullen die tussen de Albanese dorpen nog moeilijk te onderscheiden zijn. Het gevolg zal zijn dat een vloedgolf van vluchtelingen Kosovo zal verlaten. Het Westen rechtvaardigt zijn operatie met het streven een humanitaire catastrofe te vermijden. Maar wanneer de luchtaanvallen beginnen zal dat de grootste humanitaire catastrofe teweegbrengen.

Door zijn grondoffensief in Kosovo voort te zetten dient Miloševic twee doelen. Hij weet dat geen enkele Westerse regering troepen de provincie in wil sturen; een bevrijdingsoperatie in Kosovo zou meer dan 100.000 manschappen vergen en aantallen slachtoffers opleveren die geen van de betrokken landen thans voor zijn rekening wil nemen. Maar de beelden van vluchtelingen en telkens nieuwe bloedbaden zullen het Westen dwingen te kiezen tussen ofwel uitbreiding van de acties ofwel het staken van de luchtaanvallen. Daarnaast bereidt Miloševic de verdeling van de provincie voor. De jongste Joegoslavische aanvallen waren alle in het noorden van Kosovo, de regio die de Serviërs ten koste van alles willen behouden. Is dit gebied eenmaal etnisch `gezuiverd', dan kan Miloševic de aanvallen stopzetten en zelfs naar de onderhandelingstafel terugkeren. De luchtaanvallen worden dan gestaakt, Kosovo wordt opgedeeld en de Westerse strijdkrachten zal worden gevraagd zich over het resterende deel van de provincie te ontfermen, inclusief alle vluchtelingen. Via een eigenaardige kronkel zijn de Westerse strijdkrachten nu dus voorbestemd om Kosovo binnen te trekken; de vraag is alleen of ze dat vechtend zullen moeten doen dan wel of ze gaan nadat de gevechten merendeels zijn beëindigd.

Op de langere termijn zullen de luchtaanvallen een complicerende factor vormen in de relatie van het Westen met Rusland. Voor de derde keer in dit decennium (in Irak, in Bosnië en nu in Kosovo) hebben Europese en Amerikaanse regeringen Moskou voor de vorm geraadpleegd en het Russische standpunt uiteindelijk genegeerd.

Daar zijn goede redenen voor; naar het Kremlin luisteren betekent vaak hetzelfde als niets doen. Maar het merkwaardige spel waarbij Rusland de ene dag als een grote mogendheid wordt behandeld en de volgende dag als Europese quantité négligeable zou de woede van iedere Russische leider wekken. De tijd van samenwerken is voorbij, en voortaan zal een consensus in de VN–Veiligheidsraad, die in de Kosovo-crisis slechts een zeer zijdelingse rol heeft gespeeld, nog moeilijker te bereiken zijn, vooral nu China zich ook een actief tegenstander van luchtaanvallen toont.

De gedachte dat het Westen zelf kan bepalen in hoeverre het bij een conflict betrokken wil raken, of de uitslag ervan kan beïnvloeden door van een veilige afstand een paar raketten af te schieten, berust op misverstanden. De Serviërs zullen deze mythe in de komende dagen doorprikken.

Luchtaanvallen tegen Joegoslavië zijn al maandenlang onvermijdelijk. Maar ze vormen ofwel de inleiding tot een serieus gevecht ofwel de zwanenzang van de Westerse inspanningen op de Balkan.

Jonathan Eyal is verbonden aan het Royal United Services Institute.