Geweld voor vrede

NAVO-SECRETARIS-GENERAAL Solana heeft gisteravond laat bevel gegeven over te gaan tot luchtaanvallen op de strijdkrachten van de federale republiek Joegoslavië. Hij deed dit nadat de Amerikaanse diplomaat Holbrooke zonder resultaat van zijn laatste missie naar Belgrado in Brussel was teruggekeerd. Holbrooke had ten overvloede president Miloševic twee eisen voorgelegd: onmiddellijke ingang van een bestand in Kosovo en aanvaarding van de legering van een NAVO-vredesmacht in die Servische provincie. Volgens Holbrooke was zijn gesprekspartner een serieuze discussie over deze eisen uit de weg gegaan. Anderzijds had Miloševic goed begrepen wat de consequenties van zijn houding zijn. Na zijn bezoek kon aan Servische kant geen misvatting meer bestaan omtrent de Atlantische vastbeslotenheid, meende Holbrooke.

Solana deed in een verklaring zijn uiterste best om de te verwachten krijgshandelingen te plaatsen in het raamwerk van internationale vredeshandhaving en bescherming van de rechten van de mens. ,,De NAVO voert geen oorlog tegen Joegoslavië. Wij hebben geen geschil met het volk van Joegoslavië dat al veel te lang in Europa is geïsoleerd als gevolg van de politiek van zijn regering'', verklaarde de secretaris-generaal. Dat er voldoende reden is voor militair ingrijpen bewijst het dagelijkse geweld van de Servische strijdkrachten tegen de Kosovaren van Albanese afkomst. Onder het voorwendsel de rebellen van het UÇK uit te schakelen worden dorpen platgebrand, tienduizenden op de vlucht gedreven en terroriseert de Servische politie de achterblijvers. Weer is, naar het voorbeeld van het Servische optreden in Bosnië, etnische zuivering van hele streken aan de orde van de dag.

TOCH HEERST BIJ de NAVO-regeringen enige nervositeit. Voor het eerst in haar vijftig-jarig bestaan staat de organisatie op het punt buiten haar verdragsgebied te interveniëren in een soevereine staat tégen de wil van de regering van die staat. Bovendien volharden twee permanente leden van de VN-Veiligheidsraad, Rusland en China, in hun verzet tegen ingrijpen van de NAVO in Kosovo. Dat met name Rusland, ondanks herhaalde pogingen, er niet in is geslaagd de Servische `broeders' langs de weg van de diplomatie tot inkeer te brengen, weerhoudt Moskou er niet van de NAVO van kwade bedoelingen te betichten. Premier Primakov maakte gisteren, voor een meerdaags bezoek op weg naar de VS, boven de Atlantische Oceaan rechtsomkeert toen vice-president Gore hem op de hoogte bracht van de voornemens van de NAVO.

Een signaal dat er in de Amerikaans-Russische betrekkingen zwaar weer op til is.

In de artikelen 1 en 7 van het Verdrag van Washington van 4 april 1949, waarbij de NAVO werd opgericht, verwijzen de verdragsluitende partijen expliciet naar het Handvest van de Verenigde Naties als richtsnoer voor hun handelen en naar ,,de primaire verantwoordelijkheid van de Veiligheidsraad voor de handhaving van internationale vrede en veiligheid''. Dat is de reden waarom de Atlantische leiders het gewapend optreden van de NAVO plaatsen in het raam van de bedoelingen van het Handvest: het bevorderen van vrede en veiligheid. Nu, als gevolg van de verdeeldheid binnen de Veiligheidsraad, geen resolutie voorligt die de NAVO expliciet mandaat verschaft voor gewapend optreden in Kosovo, tracht de organisatie haar operaties toch als in overeenstemming met het volkenrecht voor te stellen.

DE HUMANITAIRE catastrofe die zich in Kosovo voltrekt, rechtvaardigt ingrijpen. De wekenlange vredesonderhandelingen in Rambouillet en Parijs tonen aan dat alles is geprobeerd om langs diplomatieke weg tot een vergelijk te komen. De vertegenwoordigers van de Kosovaren ondertekenden ten slotte een akkoord dat aan beide partijen recht probeerde te doen. Miloševic heeft niet alleen redelijk overleg geweigerd, hij heeft zijn troepen opnieuw op weerloze burgers losgelaten. Onderhandelaar Holbrooke sprak na zijn laatste gesprek met Miloševic van het ,,somberste moment'' gedurende zijn meerjarige betrokkenheid bij de verschillende burgeroorlogen binnen het voormalige Joegoslavië. Zo begrepen is zelfs een militair succes in Kosovo voor de internationale gemeenschap een morele nederlaag.