Die wanhoop... die zat er wel in hè?

Leo Hendriks: ,,Ze zochten eigenlijk een drummer, en zo ben ik bij dat groepje gekomen. Het was de bedoeling dat ik een drumstel zou aanschaffen en drumlessen zou nemen. Tijdens de eerste repetities moest er ook gezongen worden. Ik zong twee nummers van Cliff in. Ik zat op de mulo, dus ik sprak wel Engels. En daarop werd besloten dat ik zanger zou worden.

We speelden op studentenfeestjes – de muziek-scene in Limburg was erg behoudend. Mijn broer speelde in zo'n traditioneel bandje, in een zaaltje waar aan stijldansen werd gedaan. Veel Duits werk, Peter Kraus, Freddy Quinn... Maar als jonge knapen wil je wel wat anders. De naam van onze band was: The Froggs. We waren nog zo jong: onze ouders moesten garant staan toen we op afbetaling de apparatuur gingen kopen.

Het moet in 1966 geweest zijn, toen onze manager terug kwam van vakantie uit Italië en een singletje meebracht dat daar een hit was. Het heette Piange con me. `Dit moet je eens horen', zei die, `een fantastisch nummer.' We waren meteen enthousiast. Het was niet al te moeilijk na te spelen. Alleen die tekst... wie kende er nou Italiaans? Ik heb een geheel nieuwe tekst geschreven met de titel Be mine again. Het klonk nogal dramatisch, maar in de belevingswereld van een zeventienjarige moet het allemaal een beetje heftig zijn natuurlijk. Die wanhoop... die zat er wel in hè?

In het najaar speelden we op het `Beatfestival' in Heerlen en daar was ook Bob Bouber die producer was van een elpee met Nederlandse beatbands, getiteld `Beat behind the dikes'. Hij hoorde `Be mine again' en zo is het gekomen. Wel vond de platenmaatschappij dat de naam van de band veranderd moest worden. `The Troggs' uit Engeland hadden net een gigantische hit met `Wild Thing' en ze vonden `The Froggs' daar te veel op lijken. Dus kwamen ze met het voorstel van `The Skope' en hoe of we dat vonden. `Nou', zeiden we, `ja, The Skope, ja, prima.' En dus heetten we voortaan `The Skope'.

`Be mine again' werd op die plaat gezet, maar op een of andere manier sloeg het zo aan dat werd besloten het ook op single uit te brengen. De elpee en het singletje werden in Hilversum in de Phonogram studio's opgenomen. Je komt daar aan met het Volkswagenbusje, en dan was het: `Gauw opstellen en inspelen, we hebben twee uur de tijd voor jullie!' Twee uur! Voor zowel de A- als de B-kant!

Dat singletje werd regelmatig gedraaid, ik werd dan gebeld door familieleden die zeiden: `We hebben dat liedje weer op de radio gehoord, jullie worden vast heel beroemd!' Als vanzelf volgde daarop een televisieoptreden in het programma `Moef Ga Ga'. We kregen via de platenmaatschappij van die aluminiumachtige pakken en daarin traden we op. Die pakken, die zouden ons `image' worden. We waren heel populair, je werd op straat herkend en tijdens optredens riepen de fans van: `Ik wil een plukje haar van jou'.

Maar toen dat plaatje een beetje begon te lopen, zaten we aan Bob Bouber vast. In onze onwetendheid hadden we een contract getekend. Je moest op een zondagmorgen naar Friesland en dan kwam je pas de volgende ochtend weer terug. Vierentwintig uur in touw! Maar... omdat we nog minderjarig waren bleek het contract niet rechtsgeldig: de ouders hadden moeten tekenen. We zijn daar nog mooi mee weggekomen. Het was wel meteen gedaan met de relatie met Bob Bouber. Met de optredens werd het stukken minder.

Het tweede singletje kwam uit in 1967, een eigen compositie getiteld `Wanna dance'... Het haalde het niet bij `Be mine again'. De poging om dat succes te evenaren was mislukt. We hadden inmiddels een gitarist erbij gekregen die echt muzikaal was. Hij kon noten lezen. Hij kon maar niet begrijpen dat het met de band bergafwaarts ging, haha.... Die aluminium pakken hadden we al moeten inleveren.

`The Skope' viel, zou je kunnen zeggen, van de ene dag op de andere uit elkaar om de doodeenvoudige reden dat er geen contracten meer waren... en dan de opkomst van de discotheken... dat is de doodsteek geweest. Een paar jaar daarna ben ik getrouwd.

Ik werkte in die tijd nog op de papierfabriek tot in 1982 de reorganisatie kwam. En ondanks alle sollicitaties bleek het onmogelijk om weer aan de slag te komen.

Als invallend zanger-gitarist kon ik wat verdienen in het dansorkest van mijn broer. En toen de vaste gitarist wegging ben ik er fulltime ingestapt. In het seizoenscircuit: vier uur per avond, zeven avonden in de week. Juni, juli, augustus, en in de winter op de schnabbeltoer.

In Valkenburg speelden we uiteindelijk avond aan avond hetzelfde repertoire – zuiver geënt op het toeristisch gebeuren. Je paste je aan aan de stemming: de ene avond ging het geweldig en de volgende keer kwam er geen hond binnen. Dat is moeilijk te verkopen aan de baas, het gaat tenslotte om het geld. Toen ook de drummer besloot ermee te stoppen werd een drumcomputer aangeschaft... ik voelde me een soort veredelde jukebox. Men begrijpt niet hoe intensief muziek maken is, wanneer je er niet meer achter staat: het wordt een dwang, want er moet brood op de plank. Op een gegeven moment stond ik, met mijn 51 jaar, Jantje Smit te vertolken. Dat werd me te veel.

De doktoren zeiden dat zo'n tumor kan ontstaan door een verwaarloosde maagzweer en die ontstaat weer door stress. In maart werd ik in het ziekenhuis opgenomen en onmiddellijk geopereerd. Gelukkig kreeg ik, geheel onverwachts, een baantje aangeboden op het stadsarchief in Maastricht. Ik weet niet hoe dit anders af had moeten lopen.

De oorspronkelijke titel `Piange con me' betekent eigenlijk `Huil met mij', maar daar zijn we pas later achter gekomen.''