Den Haag houdt zich muisstil over NAVO in Kosovo

Over de aanstaande militaire acties door de NAVO in Kosovo heerst in Den Haag een opvallende politieke windstilte.

Geruisloos lijkt Nederland vandaag met zijn NAVO-partners op de Balkan een oorlog in te glijden. De Amerikaanse president sprak zijn landgenoten gisteren via de televisie toe en adviseerde Kosovo op de kaart op te zoeken en met vrienden en kennissen te spreken over de crisis. De Britse premier ging naar het Lagerhuis om tekst en uitleg te geven. In Duitsland was de `groene' minister van Buitenlandse Zaken, Fischer, niet alleen in de Bondsdag in de weer maar ook, gisteren, in zijn eigen partij om de eerste deelneming van de Bondsrepubliek aan zulke acties uit te leggen.

De Nederlandse regering en de Tweede Kamer houden zich opmerkelijk stil over wat er nu op de Balkan staat te beginnen. Minister-president Kok verscheen niet voor een toelichting op radio en televisie en evenmin in de Tweede Kamer. Die had daaraan kennelijk geen behoefte, al vergaderde zij heden bijvoorbeeld niet. Maar dat was al langer zo voorzien.

De minister-president is vandaag en morgen voor de EU-Top in Berlijn. Daar zal hij hard onderhandelen over de toekomstige financiering van de Europese Unie. Nederland kijkt allereerst naar de Europese Unie, met de beurs in de hand, en niet allereerst naar de crisis op de Balkan - dat is het beeld.

Voor deze eigenaardige politieke stilte rondom de NAVO-acties, waaraan Nederland dadelijk toch zelf met F-16's gaat meedoen, zijn staatsrechtelijke en militair-historische verklaringen te geven. Kok heeft géén rechtstreeks mandaat van de kiezers, zoals de Amerikaanse of de Franse president.

Hij is niet opperbevelhebber van de strijdkrachten, zoals Clinton, of de aangewezen eerste man op het terrein van veiligheid en buitenlands beleid, zoals Chirac in Parijs. Hij is ook niet prime minister als Blair in Londen.

En hij heeft geen speciale positie in de regering zoals de Duitse bondskanselier die dankzij zijn Richtlinienkompetenz heeft. Integendeel, Kok is in zijn kabinet onder gelijkgerechtigde collega's.

Op Kok zal in het kabinet weinig druk zijn geoefend om de bevolking toe te spreken over Kosovo en de NAVO-acties. Zijn ministers De Grave, die aan het Binnenhof soms spottend de `bewindsman voor Defensie in het binnenland' wordt genoemd, en Van Aartsen (Buitenlandse Zaken) zijn stevig verdeeld over de noodzaak van Nederlandse betrokkenheid bij `Kosovo'.

De Grave wilde, net als de VVD in de Tweede Kamer en de liberale ministers Zalm en Jorritsma, bijvoorbeeld weinig weten van Nederlandse OVSE-waarnemers voor Kosovo. Het werven van zulke mensen liet Defensie zodoende graag over aan Buitenlandse Zaken.

En er is nog iets: het vaderlandse trauma dat Srebrenica heet. Dat leidt ertoe dat de Tweede Kamer wat meer op de tenen is gaan lopen als het gaat om inzet van Nederlandse militairen in verre streken.

Hier is Nederland, dat weinig militaire traditie heeft en zijn defensiebudget pas opnieuw flink gekort heeft, sinds het einde van de Koude Oorlog misschien weer wat dichter terug bij zijn historische instincten.

Daarover zei Frederik de Grote ooit, zoals het instituut Clingendael vandaag in herinnering brengt in een kritische studie over De Grave's recente Hoofdlijnennotitie:

La Hollande est pacifique par principe et guerrière par accident.