De veemarkt

Als het boekenweek is, en mijn collega's over het hele land uitzwermen om op scholen voor te lezen, begeef ik mij elk jaar op de dinsdagmorgen naar de Leidse veemarkt in de Groenoordhal. Temidden van honderden klagelijk loeiende koeien, vind je een kraam waar ze plantjes verkopen.

Uiteraard zou ik zelf mijn spitskool, bloemkool, ijsbergsla en andijvie kunnen zaaien, maar op de koude klei ontkiemt er in het vroege voorjaar doorgaans nog niets. Daarom schaf ik jonge plantjes aan. Ik zou ze kunnen betrekken van het tuincentrum bij mij om de hoek, maar in de Groenoordhal zijn ze veel goedkoper. Bij het tuincentrum drie spitskoolplantjes voor een gulden. Op de veemarkt tien spitskoolplantjes voor twee gulden. `En dan krijgt u er nog eentje extra', zegt de in een ouderwetse blauwe stofjas gehulde verkoper mij, `om het gekkengetal vol te maken.'

Overigens is het wel spitsroeden lopen, daar op de veemarkt. Kom je aanfietsen, dan staan reeds tientallen mannen bij de ingang. Wat die daar doen, is mij een raadsel. Zijn het veeboeren, handelaars, of lanterfanters? In ieder geval moet je tussen hen door naar binnen. Terwijl je je door ze heen wurmt, hoor je iemand gemelijk zeggen: `Maar je wilt toch niet alleen in de breedte leven, maar ook in de lengte.' Waarop een ander zegt: `Zeg dat wel, maar met zo'n viagra-pilletje... het leek wel alsof er iemand een rolletje stuivers in m'n pik had gestopt.'

Eenmaal binnen doemt de tweede haag op. Altijd waad je tussen reusachtige blauwe konijnen met afzichtelijk grote oren door. Aan hekken staan broodmagere geitjes en scharminkelige bokjes vastgebonden die men voor weinig geld kwijt wil.

Ik heb al genoeg te stellen met mijn aanloopbokje en mijn lease-geitje, dus het trekt mij niet om nog meer herkauwers aan te schaffen, maar je hart bloedt als je al die vastgebonden mekkerende asielzoekertjes ziet staan.

Vorige week stond er tussen de offerbokjes een kolossale witte geit. Groter dan een pony. Fier keek ze me aan, ze zag er goed uit, en van haar kant was het liefde op het eerste gezicht. Voor al mijn opslag van elzen, eiken en kastanjes zou het een uitkomst zijn, dacht ik, maar daar is ze in drie dagen doorheen. En dan?

Ik heb haar laten staan, maar sindsdien heb ik al viermaal van haar gedroomd. Zoals ze me aankeek, met van die vochtige, smeltende bruine ogen...

Als je eenmaal aan de duisternis van de Groenoordhal gewend bent, begeef je je naar de plantjeskraam. Tussen dranghekken door waarachter honderden kalfjes loeien. Eerst passeer je een kraam waar ze likstenen verkopen. Dan een met griezelig SM-tuingereedschap. Bij de plantjeskraam staan, hoe vroeg je ook komt, al tientallen gepensioneerden die een volkstuintje bezitten. Een nummertje trekken – dat kent men daar uiteraard niet, dus je moet vechten om aan de beurt te komen. Iedereen probeert voor te piepen. Sta je daar te wachten, dan heb je meteen aansprak. `Ken ik jou niet ergens van', zegt een stokoud mannetje tegen me.

`Ja, jôh', zegt z'n buurman, `je ziet toch wel wie dat is? Vorige week bij Opsporing verzocht lieten ze zo'n compositietekening zien van een kale psychopaat die uit een inrichting is ontsnapt.'

Waarop het stokoudje mannetje verschrikt een eindje opzij schuifelt. `Moeten we hem dan niet aangeven', piept hij zachtjes.

`Nee, jôh, je ziet toch dat hij hier slaplantjes komt kopen. Zolang hij tuiniert, is hij ongevaarlijk.'

Als je tenslotte, totaal verdoofd door het geloei, en geteisterd door de stank van al die angstige en dus zich ontlastende dieren, aan de beurt komt, heb je het gevoel dat je zulke offers moest brengen om daar plantjes te mogen kopen dat je niet met een handvol spitskooltjes naar huis wilt gaan. Dus je koopt gewone sla en rode sla en ijsbergsla en andijvie – vijftien plantjes voor twee gulden – en een kistje vol spitskoolplantjes, en bloemkoolplantjes en een krant vol ontkiemde tuinboontjes, en een paar potjes peterselie, en rode bietjes.

`Heb je personeel', vraagt iemand me, `om dat allemaal voor je in de grond te zetten?' Die opmerking dringt pas goed tot me door als ik weer buiten fiets en besef dat mij een kolossale taak wacht.

Gelukkig hoef je niet alles meteen in je klei te wurmen. De meeste plantjes zijn kurkdroog en kun je 't beste een dag of wat in een bakje met water laten staan. Maar toch ... ik heb er de hele boekenweek aan besteed om wat ik op de veemarkt kocht in de klei te zetten.