Apothekers moeten verder inleveren

Apothekers en apotheekhoudende huisartsen moeten 225 miljoen gulden extra inleveren. Daarmee komt de korting in totaal op 425 miljoen. De korting is volgens minister Borst (Volksgezondheid) nodig om de stijging van de uitgaven voor medicijnen in de hand te houden.

Met deze bezuiniging haalt Borst 65 miljoen gulden meer bij de apothekers weg dan deze aan kortingen en bonussen binnen halen. Het onderzoek dat het bureau PricewaterhouseCoopers (PwC) in opdracht van de minister deed naar de hoogte van de kortingen en bonussen leverde een totaalbedrag op van 360 miljoen gulden in 1997. Daarvan werd door Borst eerder al tweehonderd miljoen gulden bij de apothekers en apotheekhoudende artsen weggehaald.

Het rapport van PricewaterhouseCoopers biedt volgens Borst ,,een goede basis voor het verdere beleid rond de kortingen en bonussen''. Het onderzoek is door drie onafhankelijke hoogleraren beoordeeld. ,,Zij concludeerden dat de representativiteit en de betrouwbaarheid van de onderzoeksresultaten goed zijn'', aldus Borst. Niettemin gaat het volgens haar hier enkel om een minimumbedrag dat een hogere bezuiniging bij de apothekers rechtvaardigt.

Borst verwijst daarbij naar een onderzoek naar de kortingen en bonussen waar de belastingdienst mee bezig is. Uit een tussenrapportage die de minister gisteren eveneens naar de Kamer zond, blijkt dat 101 medicijnengroothandels voor 577 miljoen gulden aan kortingen en bonussen zouden hebben verstrekt. In dit bedrag zijn echter ook de kortingen begrepen die worden verstrekt voor `gewone' handelsproducten die de apothekers leveren. Ook wordt, anders dan bij PwC, onder meer geen rekening gehouden met kortingen die apothekers volledig 'doorgeven' aan verpleeghuizen of verzekeraars.

De minister schrapt de korting van in totaal 4 procent die de apothekers van hun leveranciers krijgen voor contante betaling en het aanhouden van eigen voorraden. Ze vindt dat de kosten die de apothekers daarvoor maken maar moeten worden verwerkt in de vergoeding die deze krijgen voor de afhandeling van elk recept. In januari, bij de voorbereiding van het bonussenonderzoek door PwC, zegde Borst toe dat deze korting ,,buiten discussie blijft zolang het tarief niet (mede) is gebaseerd op gegevens waarbij dergelijke aspecten wel zijn meegenomen''. Borst heeft gisteren het landelijke tarievenbureau COTG gevraagd de tarieven aan te passen. De verhoging van het tarief mag van Borst echter niet leiden tot hogere uitgaven voor deze `receptregelvergoeding'.