Aandeelhouder kan koersen niet sturen

Wie door de fabriekshallen van vliegtuigbouwer Boeing loopt ziet hoe groot de invloed van de aandeelhouder in de Verenigde Staten is. Grote posters vertellen de werknemers dat ,,zoekgeraakt gereedschap slecht is voor de aandeelhouders''. Deze posters zijn in Nederlandse fabriekshallen niet te vinden, maar het is de vraag hoe lang dat nog duurt. Drie jaar geleden kwam de commissie–Peters met veertig richtlijnen om bedrijven doorzichtiger te maken en de invloed van aandeelhouders te vergroten. Daarbij lijkt het niet te blijven. De kapitaalverschaffer gaat het liefst op de stoel van de ondernemer zitten.

Dat werd vorige week plotseling duidelijk toen de Vereniging van Effectenbezitters (VEB) haar nieuwe strategie onthulde: de belangenbehartiger van ruim 20.000 particuliere beleggers gaat zich dit jaar nadrukkelijk met de strategie van slecht presterende beursfondsen bemoeien, terwijl zij zich eerst beperkte tot het kritisch volgen van bedrijven. Nu krijgen de havenfondsen Pakhoed en Van Ommeren direct het dringende advies te fuseren en dienen uitzendbureau Content en bierbrouwer Grolsch zich snel te laten overnemen. De VEB stelt dreigend over de meerderheid van de aandeelhouders te beschikken.

Het is de vraag of de aandeelhouder die tot fusies of overnames maant niet een te grote broek aantrekt. Allereerst is lang niet altijd duidelijk of zo'n stap tot koerswinst voor de aandeelhouder leidt. Zou vandaag een bod worden gedaan op Content, dan neemt de bieder de huidige beurskoers als uitgangspunt en legt daarop een premie van bijvoorbeeld 20 procent. Dat de koers van Content twee jaar geleden dubbel zo hoog was zal de nieuwe eigenaar een zorg zijn. Voor de aandeelhouder die twee jaar geleden in Content stapte is het wel een probleem; hij heeft zijn verlies te pakken.

Tevens moet de VEB zich afvragen of strategie en succes van een bedrijf wel zo belangrijk zijn voor de koersvorming. Dat klinkt misschien raar, maar de financiële markten zijn niet rationeel. Koersen van kleinere fondsen, waar de VEB vooral op mikt, staan momenteel onder druk.

De druk op de kleinere fondsen heeft alles met de komst van de euro te maken: door deze eenheidsmunt kunnen grote beleggers zonder valutarisico's over de grens handelen. Tegenover de Nederlandse beleggers die over de grens actief worden, en dus minder in eigen land besteden, staan grote buitenlandse die de Nederlandse markt betreden. Kenmerk is dat die investeerders hun geld niet in kleinere, onbekende fondsen steken, maar in de Unilevers en Aegons van dit land. Ook de VEB moet weten dat fusies en overnames deze druk op de kleine fondsen nooit kunnen compenseren. Pas wanneer de grote fondsen veel te duur zijn geworden, zal de koers van de kleinere spelers echt aantrekken.

Hoewel de VEB anders doet vermoeden, zijn koersen in de praktijk moeilijk te sturen. Eerder deze maand maakte voedingsconcern Unilever bekend met een superdividend van 16 miljard te komen. Dit voornemen bracht de koers per saldo nauwelijks in beweging, hoewel elke belegger 14 gulden 50 per aandeel krijgt, het aantal aandelen fors daalt en het winstpotentieel per aandeel dus toeneemt.

Een belangrijk argument voor de vergroting van aandeelhoudersmacht is, aldus de mondige belegger, dat die ontwikkeling nu eenmaal in de Verenigde Staten is te zien en dus hier ook onvermijdelijk is. Maar er zijn wel meer ontwikkelingen in Amerika waarvan het te hopen is dat die aan de Europese voordeur voorbijgaan. Bijvoorbeeld de gigantische claims die overheden en bedrijven in dat land bedreigen.

Ook de VEB zelf trekt geregeld ten strijde tegen Amerikaanse invloeden: bijvoorbeeld tegen de riante optieregelingen voor de commissarissen van de zieltogende automatiseerder Baan die deze toezichthouders vorige week door de aandeelhoudersvergadering aanvaard kregen. Commissarissen mogen geen opties krijgen, stelt de VEB terecht, omdat zij hierdoor mogelijk de langetermijnbelangen van het bedrijf uit het oog verliezen.

Door de scherpe aanpak van de VEB dreigt de aandeelhouder alleen maar terrein te verliezen. Veel kleinere (matig presterende) beursfondsen hebben zich tegen ongewenste overnames beveiligd door de gewone aandeelhouders slechts te voorzien van certificaten, aandelen zonder stemrecht. Dat stemrecht is meestal ondergebracht bij een administratiekantoor dat slechts in naam onafhankelijk is. Op deze manier kunnen beleggers zelfs met een meerderheidsbelang machteloos staan.

Wie wel eens een vergadering van aandeelhouders heeft bezocht zal zich afvragen of het wel een goed idee is dat deze verschaffers van kapitaal zich bemoeien met het strategisch beleid. Niet alleen leert de praktijk dat het merendeel van de vragen en opmerkingen uit de zaal detailkwesties betreft, ook wordt bij zo'n bijeenkomst duidelijk dat de aandeelhouder slechts één belang heeft: de koers moet omhoog. Logisch, maar de belangen van andere stakeholders – werknemers, milieu of omwonenden bijvoorbeeld - komen zelden of nooit aan de orde bij een aandeelhoudersvergadering. Het is nu juist de taak van de directie ook die belangen mee te wegen.

Beleggers zullen ermee moeten leven dat van bedrijven niet hetzelfde kan worden geëist als waartoe het transportconcern Nedlloyd vorige week bereid bleek. Een dag nadat de VEB Nedlloyd had aangespoord tot splitsing van activiteiten maakte het Rotterdamse concern bekend zijn wegvervoer te verkopen, waardoor van het bedrijf weinig meer overblijft. Wat rest is een berg geld, vergelijkbaar met de HAL, de voormalige Holland-Amerika Lijn. En het aandeel van beleggingsmaatschappij Nedlloyd? De koers explodeerde vorige week, maar in vergelijking met anderhalf jaar geleden was het fonds nog altijd bijna de helft minder waard.

Erik van der Walle is redacteur van NRC Handelsblad.