Taal

In mijn herinnering ging het vroeger zo: je zat op een terras en je bestelde bijvoorbeeld `un vin rouge'. De ober keek dan, ja, hoe, het zou gezellig zijn om nu op te schrijven `alsof hij het in Keulen hoorde donderen', maar zo dramatisch was het niet, hij was niet geschokt of verbijsterd, hij liet geroutineerd merken dat hij het wel gewend was dat er uit een klant in een drukbezochte wereldstad onbegrijpelijke klanken kunnen komen. Samen komen we er wel uit, je kreeg een tweede kans. En een derde kans, en dan brak het licht door. ,,Ah, un vin rouge!'' zei de ober dan. Moderne Socrates die geduldig wacht tot de leerling zelf het juiste antwoord geeft, en niets in zijn houding drukte dan de voor de hand liggende gedachte uit dat de lastige klant dat beter meteen had kunnen zeggen. Hij gaf de bestelling door en even later bracht hij een glas koude rode wijn, want hij wist dat de mensen uit brabbelland dat lekker vonden.

Maar nu ging het heel anders. Waar je ook kwam, als je om een `vin rouge' vroeg werd het prompt bevestigd: `a red wine'. Ze hadden Engels geleerd, maar dat kenden ze vroeger misschien ook wel. Ze hadden iets geleerd wat moeilijker was en een grotere mentaliteitsverandering vereiste. Ze hadden geleerd om het Euro-Frans te verstaan.

Er zijn er die het vervelend vinden als ze in hun beste Frans een vraag stellen en dan een antwoord krijgen in het Engels, maar ik ben zo niet. Je bent toerist en dan moet je ook zo behandeld willen worden. Het is zinloos om te doen alsof je een halve inboorling bent.

De Engelse schrijver Evelyn Waugh maakte in zijn jeugd veel verre reizen naar gebieden waar de Westerse beschaving onbekend was. In zijn reisverslagen behandelde hij de vraag of hij vaak taalproblemen had gehad. Hij sprak alleen Engels en in de gebieden waar hij reisde spraken ze alleen hun eigen taal. Toch was er geen taalprobleem. ,,Spreek de inboorling duidelijk en beslist toe in je eigen taal'', dat was het advies dat hij de wereldreiziger gaf. Als de inboorling het niet verstond, dan deed hij toch wel wat je wilde.

Ik vroeg me af of het ook met het Nederlands zou lukken. Een van de reisboeken van Waugh heet When the going was good. Toen reizen nog leuk was. En inderdaad, in de tijd dat Waugh reisde was het nog zo dat het Engels tot grote hulpvaardigheid moest leiden, ook al werd het niet verstaan, want tot in de diepste binnenlanden was het bekend dat als er maar een vlek gemorst zou worden op het smetteloos schone overhemd van een Engelsman, dan zou dat als een internationaal incident beschouwd worden en de Britse vloot zou machtig uitvaren en desnoods zou de hoofdstad van het inboorlingenland zo lang gebombardeerd worden tot de dader werd uitgeleverd aan het Brits gezag. Nederland had wat dat betreft minder te bieden.

En toch, als je het eens probeert, de inboorling duidelijk en beslist in het Nederlands toespreken, dan merk je dat het ontzag inboezemt. De vreemde taal als het wapen van het onberekenbare monster, de mens. Spreek Nederlands waar je ook komt, en je bent iemand die niet begrepen wil worden, als hij maar gehoorzaamd wordt. Kortom, het beviel me wel dat de Fransen tegenwoordig zo lijdzaam overschakelen op het Engels, waar ze toch altijd slechter in zijn dan wij.

Je wilt dat je met hoge snelheid in een paar uur in het buitenland bent, je wilt ook dat het daar anders is dan hier en je vraagt je af of dat op den duur samen kan gaan. Hoe zullen we het later uitleggen aan de kinderen die met de euro zijn opgegroeid? ,,Je ruilde je geld voor Frans geld, maar je kreeg natuurlijk niet helemaal wat het waard was, want de banken moesten ook leven. Je betaalde dus eigenlijk om in Frankrijk te mogen betalen, en als je terug ging betaalde je nog een keer om het geld dat je over had weer in Nederland te mogen uitgeven. Dat vonden we erg leuk, want dat geld ruilen hoorde bij het tochtje, anders was het niet echt.''

Verkwikkend hoe anders de andere landen nog steeds zijn. Ik had een week geen Nederlandse kranten gelezen en toen ik thuis kwam zag ik dat in die tijd de naam Kok in Europa op ieders lippen was geweest. Er was zware internationale druk uitgeoefend om hem het hoge Europese ambt te laten aanvaarden, maar hij had stand gehouden, hoewel het mogelijk was dat hij van gedachten zou veranderen als vijftien Europese leiders gezamenlijk smeekten.

Vreemd. Ik had iedere dag een Franse krant gelezen en de internationale Amerikaanse krant, waarin ook veel over Europa werd geschreven. 's Avonds keek ik naar het nieuws op de Franse televisie. Niet één keer had ik de naam Kok gelezen of gehoord. In de Nederlandse kranten zag ik dat het overal gegonsd had van zijn naam. Voor de zekerheid keek ik nog eens in de Engelse zondagskrant die ik had meegenomen. Zeven artikelen over de Europese Commissie. Geen Kok. De Engelsen legden uit waarom Tony Blair de Italiaan Prodi steunde, de Nederlanders waarom hij voor Kok was.

Niet dat de buitenlanders het altijd beter hoeven te weten. Erg betrouwbaar zijn die Engelse kranten niet meer. Ik onthield me van een oordeel. Het was me genoeg dat er in het Europa zonder grenzen nog steeds verschillende universa lijken te zijn, het Nederlandse universum en de rest.

Het was natuurlijk ook anderen opgevallen dat de verschillende universa hier wel heel ver uiteen lagen. Gisteren werden ze in deze krant iets dichter bij elkaar gebracht. Logisch verzoend zou je kunnen zeggen.

Rechts onder op de voorpagina staat vaak een zin afgedrukt waar de krant speciale aandacht voor vraagt. Gisteren werd er even met die gewoonte gebroken, en dat was jammer, want op de voorpagina stond een mooie zin van de Brusselse correspondent Ben van der Velden, die de splitsing der universa verhelderde: ,,Sinds vorig najaar werkt de Nederlandse diplomatie actief aan de verspreiding van het beeld dat de Europese regeringsleiders grote achting voor Kok hebben.'' Dat konden die buitenlanders niet weten.