Succesvol GroenLinks voelt zich buitengesloten

GroenLinks haalde bij de verkiezingen voor Provinciale Staten een forse overwinning. Maar het ziet er naar uit dat de partij alleen in Zuid-Holland deelneemt aan het bestuur.

In het hele land worden in verhoogd tempo cursussen `deskundigheidsbevordering' gegeven: hoe je een goede wethouder kan zijn en wat je te doen staat als gedeputeerde in het bestuur van een provincie.

In het partijblad GroenLinks presenteren zich al de schaduwministers in een volgend kabinet, overduidelijk gretig om te gaan regeren. En partijleider Rosenmöller zegt bij herhaling dat GroenLinks klaar staat om aan een nieuwe coalitie deel te nemen.

Toch hebben de coalitiebesprekingen voor de provinciale besturen er niet toe geleid dat die wens van GroenLinks werkelijkheid wordt. Het ziet er naar uit dat dat alleen in Zuid-Holland het geval zal zijn. Op het partijbureau in Utrecht heerst enige teleurstelling. Mirjam de Rijk, de nieuwe partijvoorzitter, wijt de uitsluiting aan het feit ,,dat je bij provincies kunt spreken van een apolitieke bestuurslaag, die uitstraalt dat je geen keuzes hoeft te maken. Wij willen dat nu eenmaal wel.'' Ze geeft aan dat GroenLinks het nadeel heeft dat de partij nog altijd als een nieuwkomer wordt beschouwd. Met name de Partij van de Arbeid neemt én op gemeentelijk niveau én op provinciaal niveau vaak afstand van GroenLinks, terwijl die partij het vaak grondig eens blijkt te zijn met bepaalde standpunten die GroenLinks na aan het hart liggen, over inkomensverdeling, milieu, volksgezondheid. De Rijk noemt het vreemd dat terwijl GroenLinks de laatste jaren ,,niet louter getuigenis wil afleggen, alleen maar wil zeggen wat we vinden, maar daadwerkelijk ook wil aangeven wat we met dat gedachtegoed ook kunnen doen'', de argwaan bij andere partijen niet afneemt als het aankomt op coalitievorming in de provincies. In de partij is er een minderheid die staat te trappelen om bestuursverantwoordelijkheid te nemen, een tweede minderheid die wars is van compromissen en voorlopig geen bestuurlijke verantwoordelijkheid wil dragen en een grote meerderheid in het midden die neigt naar meedoen. De angst bestaat in de partij dat GroenLinks bij het delen van bestuursverantwoordelijkheid op terreinen als inkomensverdeling, milieu (met name de uitbreiding van Schiphol) en het toelaten van asielzoekers te veel zou moeten inleveren. Een harde les voor de partij is de regeringsdeelneming van de PPR in het kabinet-Den Uyl. Die PPR gaf zoveel standpunten prijs dat zij onherkenbaar werd en de kiezers haar daarna zwaar straften voor die regeringsdeelneming en de partij ten slotte verdween. Anita de Jong die op het partijbureau de cursussen `deskundigheidsbevordering' voorbereidt, zegt dat GroenLinks, nu het in de peilingen de vierde partij van Nederland zou worden, er niet omheen kan verantwoordelijkheid te dragen. ,,Je kunt niet nee blijven zeggen. Het oude uitgangspunt van de PSP, een van onze fusiegenoten, dat je geen vuile handen moet maken, hebben we verlaten.'' Wel maakt ze zich zorgen of de partij met zo'n grote groei ook voldoende goede mensen kan vinden om in de raad of in de Provinciale Staten een plaats in te nemen. Overwogen wordt om de termijn van slechts twaalf jaar verkiesbaar zijn te doorbreken.

,,Mensen zijn niet meer bereid om zoveel tijd in de politiek te steken. Ze zijn meer bezig met hun carrière. Het is ondankbaar werk geworden en je vindt er minder waardering voor'', meent De Jong. Partij-ideoloog Jos van der Lans valt haar bij: de partij heeft nu eenmaal in bestuurlijk, ideologisch en intellectueel opzicht onvoldoende ervaring en kwaliteit in huis om aan alles mee te doen.

,,We moeten beter te weten zien te komen wat onze kiezers willen. Hoe zij de sterke behoefte voor de kwaliteit van het bestaan, nu hun materiële zorgen minder groot zijn, ingevuld willen zien. Dat is in de volgende eeuw anders dan de gevestigde partijen ons nu doen geloven. Om als GroenLinks ook bestuursverantwoordelijkheid te dragen, moeten we allereerst nog groter worden, tussen de vijftien en vijfentwintig zetels in de Tweede Kamer. Dan zit je comfortabel. In die Kamer moet er een duidelijke linkse meerderheid zijn. Ten tweede zullen we stil moeten staan en oplossingen moeten aandragen bij al die veranderingen die kiezers bezighouden: opvoeding, volksgezondheid, geweld, normen en waarden. Het zijn thema's die GroenLinks wat heeft laten liggen'', aldus Van der Lans.

Bij het aanvaarden van die verantwoordelijkheid draait het vaak om gelijk hebben maar ook om gelijk krijgen. Ideologisch sterk gedreven politici hebben het nogal eens zwaar met het sluiten van compromissen. Op het partijbureau van GroenLinks erkent men de worsteling met dat dilemma. In 40 van de 548 gemeenten draagt GroenLinks bestuurlijke verantwoordelijkheid. In de meeste gemeenten is er al van vóór de fusie van GroenLinks in 1990 een traditie van meedoen en loopt het sluiten van compromissen goed. In de gemeente Nijmegen echter waar GroenLinks bij de provinciale verkiezingen de grootste partij zou zijn geworden, is het na enkele maanden al misgelopen in het college. Het partijbestuur heeft een onderzoek gelast waarom de twee eigen wethouders in Nijmegen zo kort na het aanvaarden van bestuursverantwoordelijkheid terugtraden.

,,Niets te vertellen hebben, niet meer dan summiere bijstellingen van allang gemaakte, oude politieke keuzes, en het vooruitzicht van nog eens 3,5 jaar oppositie voeren in het college, daar zag ik het nut niet van in'', zei een verbitterde GoenLinks wethouder Theo Lucassen bij zijn vertrek in december. En afdelingsvoorzitter Wilfred Rubens voegt er nu aan toe: ,,CDA en PvdA verwijten ons dat we nog met één been in het actiewezen staan. Dat is onzin. We kunnen als partij best banden onderhouden met het actiewezen en bestuursverantwoordelijkheid dragen. Maar we schijnen hier nog steeds verdacht.''

GroenLinks worstelt met de verleiding van de bestuursverantwoordelijkheid