Manifest voor een bureaucratische revolte

Vandaag maken de bewindslieden van Sociale Zaken bekend hoe de sociale zekerheid er uit moet gaan zien. Trefwoorden zijn marktwerking en één loket. In de praktijk is de strijd over de territoriumverdeling allang losgebrand.

Aan de WW en WAO verandert niets, aan de manier waarop die bij de juiste mensen moet terechtkomen des te meer. Het is bijna een manifest voor een bureaucratische revolutie, de nota waar minister De Vries en staatssecretaris Hoogervorst (Sociale Zaken) vandaag mee zijn gekomen. Van sociale diensten, arbeidsbureaus en uitvoeringsinstellingen (als GAK en Cadans) zal, als het aan de beide bewindslieden ligt, na 2001 geen sprake meer zijn.

Het zijn nog maar hoofdlijnen die in de kabinetsnota staan. Het gaat over organisaties en instituties – niet over mensen, zoals uitkeringsgerechtigden en werkzoekenden. Over hen en over andere `groepen aan de kant' (langdurig werklozen, alleenstaande ouderen en allochtonen) sprak het voltallige kabinet gisteren in het Catshuis. Het was een `met-de-benen-op-tafel-sessie' waarbij ministers elkaar bij de voornaam aanspreken en van gedachten wisselden over de sociale cohesie in Nederland.

Uiteindelijk moet de sociale zekerheid in Nederland zo'n gesmeerde machine zijn dat groepen geen kans meer krijgen om aan de kant te staan.

Het smeermiddel waar het kabinet voor kiest heet markt. Als marktpartijen elkaar beconcurreren in verzekeringen als de WW en de WAO, zo is de gedachte van het kabinet, dan doen ze dat zo goedkoop mogelijk, liefst goedkoper dan nu. Daardoor zouden de premies omlaag kunnen. En, zo is de gedachte, de verzekeraars zijn gebaat bij zo min mogelijk mensen met een uitkering, waardoor ze hun best zullen doen werkzoekende arbeidsongeschikten snel weer aan werk te helpen.

Het kabinet heeft de plannen om marktwerking bij de sociale verzekeringen toe te staan gekoppeld aan het plan om alle dienst rondom het vinden van banen voor werklozen en de toekenning van bijstandsuitkeringen te concentreren achter één overheidsloket. Achter dat ene loket zouden de sociale diensten en de arbeidsbureaus opgaan. Legt het kabinet dit voornemen alleen nog in hoofdlijnen neer, tussen de betrokken partijen woedt intussen al een hevige competentiestrijd. Elk van hen tracht zoveel mogelijk van hun huidige werk te behouden.

De schakel tussen het ene loket, het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI), en de nieuwe geprivatiseerde uitvoeringsinstelling wordt gevormd door de zogenoemde claimbeoordeling, het oordeel over het recht op een WW- of WAO-uitkering. Het kabinet wilde deze aanvankelijk onderbrengen bij het ene loket. De sociale partners wilden het daarentegen, met allerlei wettelijke waarborgen, in handen geven van de markt. In de vandaag gepresenteerde nota komt het kabinet met een ragfijn compromis: de claimbeoordeling komt onderdak bij de commerciële verzekeraars, maar zal worden uitgevoerd door keuringsartsen die in dienst zijn van een CWI. Met andere woorden: staatsartsen zullen in de markt gaan beoordelen of iemand recht heeft op een WAO-uitkering.

De sociale partners, vooral de werkgevers, memen dat hiermee een bureaucratisch gedrocht ontstaat, maar stellen zich op het standpunt dat dit pas kan blijken als het eerst is geprobeerd en mislukt. Veel belangrijker is voor werkgevers en werknemers dat ze een rol houden in de sociale zekerheid.

Hun rol leek aanvankelijk uitgespeeld, nadat in 1993 de parlementaire enquêtecommissie Buurmeijer concludeerde dat de explosie van het aantal WAO'ers de sociale partners te verwijten was. Sindsdien verdwenen werkgevers en werknemers geleidelijk uit allerlei besturen in de sociale zekerheid en raakten ze invloed daarop kwijt.

Als de vandaag gepresenteerde voorstellen werkelijkheid worden, komen de sociale partners terug, en wel op een cruciale plek, namelijk in het zogenoemde Liwi. Dit is het instituut dat reïntegratie-contracten toetst tussen geprivatiseerde uitkeringsinstellingen en hun klanten. Bovendien coördineert het de CWI's, die de toekomstige spil zijn in de uitvoering van de sociale zekerheid. En zo kunnen de sociale partners alsnog invloed krijgen op het verstrekken van WW, WAO en in mindere mate op de bijstandsuitkeringen. Kùnnen krijgen, want al te specifiek is de kabinetsnota hier niet over. Het is immers een nota op hoofdlijnen.