Kees!

De Libris Literatuur Prijs kent de traditie van een bekende Nederlander als voorzitter van de jury. Daar is niets op tegen zolang de betrokkene affiniteit heeft met de Nederlandse literatuur, maar bij sommige voorzitters waag ik daaraan te twijfelen. Jos van Kemenade? Wim Dik? Lijken me geen mensen die met Herman Brusselmans of Ronald Giphart opstaan, laat staan naar bed gaan.

Dit jaar presideert Ruud Lubbers de Libris-jury. Gisteren mocht hij in een lange toespraak de namen van de genomineerden bekendmaken: Mulisch, Claes, Van den Brink, Nooteboom, Tepper en Timmer. De aanwezigen in de Nieuwe Kerk te Amsterdam waren ongetwijfeld nogal benieuwd hoe Lubbers het er vanaf zou brengen. Zou hij plotseling blijk geven van een verbluffende eruditie? Of zou hij misschien gekweld uitroepen dat het tijd wordt dat politiek en literatuur een bezield verband met elkaar aangaan?

Niets van dit alles. Lubbers ploegde zich door zijn saaie tekst als een sombere scholier, die zijn opstel voor de klas moet voorlezen en die weet dat het verre van briljant is. Hij deed zijn best, daar niet van, maar zijn dictie was aan de doffe kant en enkele details verrieden zijn positie van dilettant.

In de (literaire) kritiek komt het woord `fascinerend' vaak voor. Recensenten zijn er nu eenmaal dol op. Ze noemen een boek liever `fascinerend' dan `boeiend'. Ook in de tekst die Lubbers moest uitspreken, en die voor een groot deel door andere juryleden was geschreven, kwam enkele malen het woord `fascinerend' voor. Niemand had ervan opgekeken als Lubbers het woord op de normale manier had uitgesproken.

Maar we hoorden opeens: fasjinerend. We keken elkaar eens voorzichtig aan. Hoorden we dat wel goed? Wacht! Daar kwam het weer! En jawel: ,,Een fasjinerend experiment.''

Toch zagen de aanwezige literaten dit nog door de vingers. Het had eigenlijk wel leuk geklonken. Maar toen kwam dat andere moment. Lubbers noemde Cees Nooteboom geen Sees Nooteboom, maar Kees Nooteboom. Kees! Hier hield de vergevensgezindheid op, al was het maar uit compassie met Nooteboom.

Wij, lezers van Nederland, kennen Nooteboom allemaal een beetje. We weten dat hij niet de bescheidenste schrijver is die God in een goedgeefse bui op ons stukje aarde heeft neergezet. En daarom beseffen we drommels goed dat hij geen prijs kan accepteren uit handen van een juryvoorzitter die zijn voornaam verkeerd uitspreekt – hoe fascinerend die fout ook is.

W.F. Hermans heeft wel voor minder bedankt.