Het Peugeootje van Margootje

In het morsige bedje ligt een man met een kater en een rossig ringbaardje. Dat moet dus een kunstenaar zijn. Moeizaam richt hij zich op en kijkt om zich heen naar de sporen van het feest van de vorige avond: overal slingers, serpentines en een afwas om depressief van te worden. In zijn kamerjas loopt hij naar het aanrecht om halfhartig aan de vaat te beginnen. Maar al snel geeft hij het op. Dan gaat hem echter een licht op. Hij grijpt in de klei op zijn draaischijf en boetseert vliegensvlug een cartooneske eend, die prompt tot leven komt. En pling! – daar is ook een pak Pril. Nu verdwijnt de vaat als sneeuw voor de zon. Zelfs de theedoek die onze kunstenaar nog vragend ophoudt, is niet meer nodig. ,,Pril entspannt'', zegt een stem buiten beeld.

Het reclamefilmpje dateert uit 1953 en werd volgens de titelrol vervaardigd door de Dollywood-studio van producent Joop Geesink. Het was bestemd voor de Duitse markt en werd in Nederland nooit eerder in het openbaar vertoond. Pas komende zondag is het hier voor het eerst te zien, in het Tuschinski-theater in Amsterdam, als toegift bij de hervertoning van de film Het wonderlijke leven van Willem Parel (1955) naar aanleiding van de 25ste sterfdag van Wim Sonneveld.

Die anonieme man op het artistieke zolderkamertje, die geen woord zegt maar wel alle bijbehorende gelaatsuitdrukkingen ten beste geeft, is Wim Sonneveld. Hij is niet om zijn bekendheid gekozen, want in Duitsland wist natuurlijk niemand wie hij was. Geesink had hem gewoon ingehuurd als model. Eén dagje studio, zo te zien, dat ongetwijfeld behoorlijk werd betaald. Sonneveld was destijds een cabaretier voor een beperkt publiek, die wel een extra centje kon gebruiken.

,,Ik heb in mijn carrière af en toe reclame gemaakt'', schreef hij in 1973 in een onlangs door het maandblad Onze Taal gepubliceerde brief aan de fabrikant van Luxaflex, ,,en het zal u misschien verwonderen dat ik daar bedragen van 50.000 tot 200.000 gulden voor heb ontvangen.''

Maar ook voor kleinere bedragen haalde Sonneveld zijn neus niet op. Al in de jaren vijftig verwerkte hij tegen betaling reclame in zijn cabaretprogramma's (onder meer voor Sola-bestek) en in de jaren zestig was het geen toeval dat hij Margootje in het gelijknamige liedje `in zó'n klein Peugeootje' liet rijden. Sonneveld was in die tijd trouwens niet de enige; ook zijn collega Wim Kan verwerkte desgewenst graag enige sluikreclame in zijn voorstellingen.

Rudi Carrell schreef in zijn memoires dat twee heren van een reclamebureau hem in 1963 tijdens een etentje in hotel Americain in Amsterdam vroegen om te poseren in een advertentie voor Vokol-overhemden. Naar zijn zeggen reageerde Carrell verontwaardigd op dit verzoek: ,,Ik heb nog nooit reclame gemaakt en zal er ook nooit aan beginnen.'' Zelfs de tegenwerping dat Wim Sonneveld ook al voor Vokol had geposeerd, wist de showman niet te vermurwen. Tot één van de twee heren opmerkte dat er 50.000 gulden voor kon worden betaald. ,,Akkoord,'' zei Carrell toen.

Eén keer kreeg Sonneveld echter met het omgekeerde te maken. In een nummer over een huwelijkse twist had hij het woord 'luxaflex' gebruikt als soortnaam. De fabrikant protesteerde. Verbaasd schreef de cabaretier terug dat `luxaflex' een ingeburgerd woord was geworden en verwees naar `de hele moderne wereld van deze mensen'. Daar kon Luxaflex toch geen bezwaar tegen hebben? ,,Of het moest zijn dat de firmanten vinden dat er zich achter hun Luxaflex geen huwelijksdramaatje mag afspelen. Er zullen wel ergere en ook spannendere dingen gedaan worden achter een Luxaflex.'' De geschiedenis vermeldt niet of zijn brief nog werd beantwoord.

Het wonderlijke leven van Willem Parel, en Sonneveld voor Pril: Tuschinski, Amsterdam, 28 maart, 10.30u.