Frankrijk moet kiezen: langer werken of sparen

Nu de naoorlogse babyboom de pensioenleeftijd in zicht krijgt, kan ook Frankrijk er niet onder uit vast te stellen dat er straks niet genoeg werkenden zullen zijn om het legioen gepensioneerden op het huidige niveau van pensioen te voorzien.De keuze is simpelweg: meer premie betalen of langer gaan werken.

Frankrijk moet binnen afzienbare tijd kiezen: jaren langer werken of gaan sparen. Het huidige omslagstelsel voor de oudedagsvoorziening gaat failliet als er niet drastisch wordt ingegrepen. Donderdag krijgt de regering een rapport waar het allemaal in staat.

Landen als Nederland, Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk, en in iets mindere mate de Verenigde Staten, hebben een traditie van sparen voor het pensioen. De grote Europese landen Duitsland en Frankrijk niet. De vergrijzing is universeel, maar Frankrijk heeft een extra probleem omdat `pensioenfonds' zelf een vies woord is. Het staat voor `asociaal', doorbreken van de solidariteit tussen arm en rijk, tussen oud en jong.

Nu de naoorlogse babyboom de pensioenleeftijd in zicht krijgt, kan ook Frankrijk er niet onder uit vast te stellen dat er straks niet genoeg werkenden zullen zijn om het legioen gepensioneerden op het huidige niveau van pensioen te voorzien. Tien werkenden (tussen 20 en 59 jaar) moeten nu voor bijna vier gepensioneerden zorgen. In 2040 zullen tien actieven zeven ouderen op hun schouders moeten nemen. De pensioenuitgaven verdrievoudigen tussen nu en dan, terwijl de loonsom verdubbelt.

Premieverdubbeling of vijf jaar langer doorwerken, is sterk versimpeld het advies van een aantal deskundigen die zich over de kwestie hebben gebogen. Vooral ambtenaren zullen er aan moeten geloven. De marktsector is altijd realistischer geweest in pensioenopzicht. Maar juist bij de overheid hebben de vakbonden hun sterkste aanhang. Bijna alle stakingen van de laatste jaren waren bij de overheid.

Opeenvolgende regeringen weten al twintig jaar dat de tijdbom tikt. Premier Balladur heeft in '93 het aantal jaren dat men premie moet hebben afgedragen om recht te hebben op een volledig pensioen iets verhoogd. Hij heeft verder vrijwel niets meer voor elkaar gekregen. Toen zijn even gaullistische opvolger premier Juppé in '95 de pensioenleeftijd bij de spoorwegen (50 jaar voor rijdend personeel, 55 voor kantoormensen) ter discussie stelde, leverde hem dat een maand platleggen van trein en land op. Dat heeft hij politiek niet overleefd. Een wetsontwerp dat de instelling van pensioenfondsen mogelijk maakte, werd door een meerderheid als zijnde `Angelsaksisch' afgeschoten.

Premier Jospin was dus een gewaarschuwd man toen hij in '97 aantrad. Vandaar dat er nog niets is gebeurd. Behalve de instelling van een reservefonds van 600 miljoen gulden. Men hoeft niet zwaar te hebben gestudeerd om te zien dat een volk van bijna 60 miljoen zielen daar niet lang met pensioen van kan. Na verschillende adviezen te hebben ingewonnen, gaf Jospin de directeur van het `Commissariat au Plan', Jean-Michel Charpin, opdracht een studie te schrijven die alle vorige omvatte en een bruikbare weg voorwaarts uitzette. Dat stuk wordt donderdag aan Jospin aangeboden, maar nu al zijn de hoofdlijnen bekend.

Het ergste pijnpunt voor de vakbonden is de boodschap voor ambtenaren: in plaats van 37,5 moeten zij (om het probleem op te lossen) 42,5 jaar premie gaan afdragen voor hun pensioenopbouw af is. Dat betekent dat velen niet halverwege of achterin de vijftig weg kunnen, maar pas in de zestig. In de particuliere sector moet men meestal 40 jaar sparen.

Zonder deze en andere aanpassingen zal het omslagstelsel tegen het jaar 2040 een tekort van 250 miljard gulden hebben opgelopen. Terwijl het sociale zekerheidsstelsel nu al jaarlijks miljarden tekort komt, zal het AOW+pensioen-stelsel in 2005 al forse tekorten gaan vertonen. Anders gezegd: zonder ingrijpen zal het oudedagssysteem in 2040 vijftien à zeventien procent van het bruto binnenlands product opslorpen, tegen nu twaalf.

De voordelen van bijzondere groepen ambtenaren (personeel van de Parijse métro, acteurs van de Comédie Française, enzovoort) zijn moeilijk te veranderen, schrijft Charpin. Als de verschillen maar niet te groot worden. Heel voorzichtig voegt hij er aan toe: misschien is de instelling van pensioenfondsen, ter aanvulling van het omslagstelsel, een goed idee.

Frankrijk wacht meestal met veranderingen tot het echt niet meer anders kan.