De voorjaarsschoonmaakvan het IOC

remier Kok telt opnieuw zijn knopen: moet hij zijn definitieve zegen geven aan prins Willem-Alexanders lidmaatschap van het Internationaal Olympisch Comité of zijn toestemming intrekken? Drie maanden geleden hield hij nog hoopvol rekening met een vernietigende uitkomst van het interne omkopingsonderzoek van het IOC, dat hem, aldus een van zijn ambtelijke adviseurs in NRC Handelsblad van 24 december j.l., een elegant excuus zou verschaffen om de kroonprins thuis te houden. Maar het rapport van het IOC viel anders uit dan werd verwacht, zij het dat de kust nog lang niet veilig is.

Op het eerste gezicht is de toestand in zoverre cosmetisch verbeterd, dat het IOC een algehele tempelreiniging heeft aangekondigd, die het Olympisch blazoen van omkopingssmetten moet zuiveren, maar die aankondiging betekent nog geenszins dat de Nederlandse minister-president van zijn dilemma verlost is. Koks dilemma is nog steeds: de prins uit het IOC terugtrekken en erkennen dat de eerder gegeven toestemming op lichtvaardige gronden berustte; of doorbijten en de storm doorstaan als er nieuwe omkopingsschandalen aan het licht komen. Weliswaar heeft het IOC scherpere sancties gesteld op omkoping en al zes leden geroyeerd - na de vier die eerder de eer aan zichzelf hielden - maar die strafmaatregelen zijn vooralsnog weinig meer dan een geestenbezwering, op z'n best het begin van een voorjaarsschoonmaak, die op zichzelf nog geen waarborg tegen herhaling biedt.

Maar zelfs als het IOC geheel van smetten vrij zou zijn, dan is de wereld dat nog niet. Maar het Internationaal Olympisch Comité is nog lang niet de kloosterorde, zoals president Samaranch voor ogen staat. Het bestaat niet alleen uit afgevaardigden van landen waar omkoping taboe is. Het telt ook leden uit landen waar omkoping heel gewoon is. Welke zonden Samaranch ook onder zijn Tien Geboden zal brengen, er zullen steeds weer leden zijn die eraan bezwijken. Elke premier die zijn ministeriële verantwoordelijkheid voor het IOC op het spel zet, moet zich er rekenschap van geven dat daar geen kruid tegen gewassen is. De economische belangen die de organisatie van de Olympische Spelen beheersen zijn zo groot, dat elke kandidaat-stad alle verleidingskunsten die de ene mens bedacht heeft om de andere voor zich in te nemen, volop in de strijd werpt. Het is een illusie te denken dat de leden van het IOC alleen bewerkt zouden worden door verleiders uit de traditionele omkopingslanden.

Uit het recente verleden weten we dat ook Amsterdam zich als Olympisch kandidaat niet onbetuigd heeft gelaten. De Stichting Olympische Spelen Amsterdam 1992 wierp de verdenking van omkoping ver van zich, maar werkte met eufemistische begrippen die daar niet voor onderdeden. Omkoping is in Nederland geen operationeel begrip. Noem het: werken in het grijze gebied. Zeg ons wat u zoekt en wij zullen u in dat gebied van dienst proberen te zijn. Een ex-functionaris van die inmiddels ontbonden stichting was in de Volkskrant van 18 maart zo eerlijk toe te geven dat Amsterdam in 1992 uitermate actief was geweest in het `grijze gebied', waarin persoonlijke en zakelijke belangen voortdurend door elkaar liepen.

Volgens diezelfde bron hield ook Amsterdam toen serieus rekening met de voor gunsten gevoelige ontvankelijkheid (omkoopbaarheid, aldus de Volkskrant) van circa vijf IOC-leden. Het voormalige Tweede-Kamerlid mr. Marijn de Koning (D66), die in een vorige functie betrokken was bij die Olympische campagne voor Amsterdam, kent die ontvankelijkheid uit eigen ervaring, zoals ze enkele maanden geleden in deze krant meedeelde. Op die persoonlijke ervaring steunde haar stelling dat ,,corruptie en smeergeld onlosmakelijk verbonden zijn met de Olympische Spelen''. De Amsterdamse stichting - waarin de gemeente Amsterdam actief deelnam - liet zich weliswaar niet in met het verlenen van financiële gunsten, maar strooide wel met geschenken als tv-toestellen en videorecorders. Als zoiets al in Amsterdam gebeurt, kunnen we niet vreemd vinden dat zulke geschenken elders in de wereld tien keer zo groot uitvallen.

Premier Kok moet nu kiezen of kavelen. Over de Tweede Kamer hoeft hij niet meer in te zitten. De Kamerfracties van de paarse coalitie zullen hem niet dwarsbomen als hij zijn toestemming geeft voor Willem-Alexanders beëdiging in juni in Seoul. Het licht staat daar op groen, zo blijkt uit de krant van zaterdag. Die adhesiebetuigingen en de hartgrondige wens van Willem-Alexander zelf (die niets liever wil dan een betrekking ver weg van Den Haag, waar hij niet dagelijks op de vingers gekeken wordt) kunnen Koks jawoord dus niet meer in de weg staan. Als het ja wordt, is het een ja dat hem deze keer niet spontaan uit de mond is gevallen. Dat kan niet gezegd worden van de eerste beslissing, toen de regering nauwelijks wist wat de functie behelsde en er ook geen notie van had in welk vaarwater de prins was verzeild.

Als de kroonprins nu toestemming krijgt naar Seoul te gaan, dan geldt die toestemming for better or for worse. Dat betekent dat men niet in paniek moet raken en kleinzerig moet zijn als de hervormingen van het IOC mochten tegenvallen en het euvel van de kleine corruptie niet met wortel en al uitgeroeid blijkt te zijn. Als er straks weer een IOC'er tegen de lamp loopt (vast geen Nederlander, maar een Latijns-Amerikaan), dan moet Kok (danwel zijn opvolger) zich vermannen en die consequentie van zijn jawoord dragen. Het IOC is een aardse organisatie die ook in gereorganiseerde, en zelfs in gezuiverde vorm, behept zal blijven met de smetten van de wereld. Werkelijkheidshalve moet de regering dan ook de consequentie ervan aanvaarden dat de Nederlandse kroonprins tegen die smetten nooit geïmmuniseerd kan worden als hij tussen de mensen komt.