CoPa en De Bevel

EEN ,,KRANKZINNIG AVONTUUR'.

Zo werd de strafzaak tegen de voormalige Surinaamse legerleider Desi Bouterse genoemd in de verhoren van de parlementaire enquêtecommissie Opsporingsmethoden. Deze boog zich onder meer over het zogeheten CoPa-onderzoek (Colombia-Paramaribo) naar omvangrijke drugssmokkel. Het CoPa-team had een paar mooie zaken gedraaid, zoals dat heet, maar iedereen wist wat het hoofddoel was: `De Bevel' zoals Bouterse zich graag laat noemen. Over dat hoofddoel waren de verwachtingen op donderdag 2 november 1995 ronduit ,,negatief'.

Het krankzinnig avontuur is gisteren dan toch de rechterlijke fase ingegaan. Maar normaal valt deze zaak nog steeds niet te noemen, getuige alleen al het procedurele spektakel dat de opening van de terechtzitting begeleidt. De raadsman wil het hele proces verplaatsen naar een naburig arrondissement en blijft demonstratief weg. De rechtbank denkt duidelijk aan misbruik van procesrecht en stelt de verdediging een soort ultimatum. Intussen wordt de aanklacht met een vijfde drugstransport uitgebreid. De hoofdverdachte zelf schittert door afwezigheid. Zolang hij op eigen bodem blijft, is de kans op uitlevering nihil. Toch schijnt in Suriname zelf zijn ster wel wat te verbleken.

WAT IS DE ZIN van dit juridisch avontuur? Het antwoord dient allereerst te worden gezocht in het thema van de parlementaire enquête, het justitiële en politiële bedrijf. Dit heeft veel in het CoPa-project geïnvesteerd. Het is een zeer langdurig en moeizaam onderzoek geweest waarin de speurders en hun directe oversten de nodige frustraties hebben opgelopen. Denk alleen aan de episode van het geblokkeerde verzoek aan Brazilië om Bouterse uit te leveren. De discussie die dit voorval ontketende, illustreert dat strafrecht en politiek soms dicht bij elkaar liggen. Toch blijft het zo dat strafdossiers worden opgebouwd om ze voor te leggen aan een rechter en niet aan regering en parlement. Het vervagen van het gericht-zijn op de rechter bleek tijdens de parlementaire enquête-Van Traa juist een van de redenen voor de ontsporing van de opsporing.

De zaak tegen Bouterse ziekt nu al zo lang door dat hij een rechter verdient. De tegenhanger, zo waarschuwde een lid van het gerechtshof te Arnhem onlangs met reden in het Juristenblad, is dat de rechter op zijn beurt zorgt voor een ,,krachtige procescultuur' om de gebruikte onderzoeksmethoden te testen. Daar mag de raadsman van Bouterse, en niet alleen hij, de Haagse rechtbank zeker aan houden.

ALLE RECHTSGELEERDE beschouwingen nemen natuurlijk niet weg dat dit ook een politiek proces is, al was het alleen wegens zijn implicaties voor de betrekkingen tussen Den Haag en Paramaribo. Het tweede kabinet-Kok heeft afscheid genomen van de lichte bevlogenheid van het eerste als het om de speciale relatie met de West gaat. Een bijzonder – sommigen zouden wellicht zeggen: krankzinnig – tintje zal deze relatie wel altijd hebben als gevolg van de emigratie naar Nederland. Maar het parool is toch duidelijk om Suriname meer als `echt buitenland' te behandelen.

De evidente beperkingen van de Haagse strafzaak en het gebrek aan directe gevolgen in Suriname zelf vallen daar heel goed mee te verenigen.

Proces Bouterse

In het hoofdartikel CoPa en De Bevel (in de krant van dinsdag 23 maart, pagina 7) werd gesteld dat intussen de aanklacht met een vijfde drugstransport is uitgebreid. Dit had moeten zijn: met een zesde drugstransport.