Zeven Academy Awards voor `Shakespeare in Love'

Van de twintig Oscars die gisteren in Los Angeles werden uitgereikt voor prestaties in de lange speelfilms van het afgelopen jaar, ging er niet één naar een traditionele Hollywoodstudio. Dat is de enige echte primeur van de uitreiking van de Academy Awards.

Al het andere deed zich al eens eerder voor in de geschiedenis van de Academy of Motion Picture Arts and Sciences. Shakespeare in Love won zeven Oscars, waaronder die voor beste film, maar deze film is niet de eerste grotendeels Engelse film van een `onafhankelijke' distributeur die met de meeste prijzen is gaan strijken. La vita è bella, de Italiaanse holocaustkomedie van Roberto Benigni, kreeg drie Oscars, waaronder die voor beste buitenlandse film. Dat is er één minder dan in 1983 het Zweeds gesproken Fanny en Alexander van Ingmar Bergman kreeg. En hoewel de in het Italiaans acterende Benigni de verrassende winnaar is van de Oscar voor beste acteur, kreeg hij een van zijn prijzen uit handen van Sophia Loren - zij was in 1961 Oscarwinnares met haar hoofdrol in het Italiaans gesproken La ciociara.

Hollywood verkeert in verwarring, zo bleek tijdens deze 71ste uitreiking van de Academy Awards en die verwarring geldt meer dan de vraag of de 89-jarige Elia Kazan wel een staande ovatie mocht krijgen voor zijn ere-Oscar. Een fors deel van de aanwezige sterren en regisseurs bleef nors voor zich uit kijken en applaudisseerde niet. Kazans bekroning was controversieel, omdat de regisseur in 1952 acht voormalige collega's genoemd had als mede-communisten voor de onderzoekscommissie van senator McCarthy. Hoewel Martin Scorsese en Robert DeNiro Kazan op het podium warm aanbevolen, moest deze zijn dankwoord zeer afgemeten houden. De camera's registreerden het boze zwijgen van de acteurs Nick Nolte, Ed Harris en Jim Carrey, en het warme applaus van Warren Beatty, Meryl Streep en Kathy Bates. Zo'n vertoon van onenigheid is niet de manier waarop Hollywood zichzelf het liefst aan de wereld toont.

`Love is groovy, wees positief', vatte een van de winnaars van de Oscar voor de beste speciale visual effects (in de film What Dreams May Come) de gewenste geest van de Oscars nog maar eens kernachtig samen. Roberto Benigni, inmiddels het favoriete knuffelbeest van Hollywood, noemde zijn film niet voor niets `Het leven is mooi'. De Oscars zijn een populariteitsverkiezing voor een groot deel en Benigni scoort hoog, zij het eerder vanwege het cliché van mediterrane levensvreugde dan om zijn capaciteiten als regisseur of acteur. Hij gaf het publiek wat het van hem verwachtte: hij klom op de stoelleuning en dankte in slechter Engels dan hij in interviews ten beste geeft, de leden van de Academy voor hun `hagelbui van vriendelijkheid'. Ook wees hij op `het geschenk van een armoedige jeugd'. Na nog even te hebben gedreigd een duik te nemen in `de oceaan van edelmoedigheid' die het publiek voor hem betekende, droeg Benigni zijn Oscar op aan `degenen die hun leven hebben gegeven' zodat hij daar een komedie over kon maken.

De voornaamste attractie van de Oscarshow was presentatrice Whoopi Goldberg. Ze droeg kostuums uit alle vijf in die categorie genomineerde films en opende de show als koningin Elizabeth I, met afrokapsel en lorgnet: `The African Queen'. Ze maakte de ene na de andere scabreuze grap en nam met veel zelfspot de ijdelheid van de Hollywoodgemeenschap op de korrel. Ze waarschuwde de gasten zich tijdens de feestjes na afloop een beetje te gedragen. Er was immers vorig jaar een producent zo dronken geworden, dat hij met een vrouw van zijn eigen leeftijd naar huis was gegaan.

De Amerikaanse distributeur van Life Is Beautiful en Shakespeare in Love, de firma Miramax van de broers Harvey en Bob Weinstein, behaalde in totaal tien Oscars. Ook al is Miramax sinds enige tijd eigendom van Disney, de Weinsteins opereren nog steeds eigenzinnig en weinig subtiel. Ze staan onder vuur van de critici, omdat ze agressiever campagne voeren en meer geld uitgeven dan de reglementen van de Academy wellicht toestaan. Een goede tweede was dit jaar de nieuwe studio DreamWorks van Steven Spielberg, die zes Oscars won: vijf voor Spielbergs eigen Saving Private Ryan (onder meer voor beste regie). Als er brand uit zou breken, moet eerst Spielberg eerst gered worden en dan de andere aanwezigen, zei Whoopi Goldberg. Daar zit een kern van waarheid in. Heel Hollywood heeft zijn hoop gevestigd op Spielberg, die tenminste zijn studio leidt met creatieve uitgangspunten.

De overige vier speelfilm-Oscars werden eerlijk verdeeld tussen PolyGram en de kleine maatschappij Lion's Gate, die zowel Affliction (beste mannelijke bijrol voor James Coburn) als Gods and Monsters (beste scenariobewerking) uitbracht. Universal verwierf de buitenlandse rechten op Shakespeare in Love en Disney bezit Miramax, maar Warner Bros., Paramount, Columbia en 20th Century Fox gingen voor het eerst collectief met lege handen naar huis.

Intussen loopt het grootste deel van de wereld de liefde voor film mis, die regelmatig het narcisme van de Oscarshow en het valse sentiment (met als dieptepunt het snotterige dankwoord van Gwyneth Paltrow, beste actrice in Shakespeare in Love) doet vergeten. De complete show is buiten de Verenigde Staten bijna nergens meer te zien, dankzij de boekhoudersmentaliteit van de jonge studio- en televisie-executives. Televisiemaatschappij ABC vroeg zo'n hoge prijs voor de uitzendrechten dat de melding dat er in 112 landen naar gekeken wordt geen overdrijving is, maar een leugen. In de Benelux werd de show alleen in het Duits doorgegeven voor schotelbezitters, namelijk op Pro Sieben. En in Engeland was het uitsluitend te zien via het betaalkanaal Sky Premier, dat te vinden is in een enkele dure hotelkamer. Als Hollywood met de Oscar publiciteit wil maken voor de Amerikaanse filmindustrie, die immers in het buitenland meer geld opbrengt dan op de thuismarkt, dan is het weinig produktief zich te laten leiden door dergelijk door snel winstbejag gedicteerd, provincialisme.