WISPELWEY

Sommige concerten zijn niet meer los te denken van hun subliemste vertolkers, zoals het Celloconcert van Elgar, met huiveringwekkende schoonheid en intensiteit op de plaat gezet door Jacqueline Du Pré. Ook de in 1928 door Elgar zelf gedirigeerde opname met Beatrice Harrison is, in zijn veel intiemere dramatiek en bezieling, nog altijd de moeite waard. En dan zijn er nog Elgar-vertolkers als Casals, Rostropowitsj, Yo Yo Ma en Schiff.

De jonge en ambitieuze Nederlandse cellist Pieter Wispelwey verwijst in zijn toelichting bij zijn cd-opname van Elgars Celloconcert op deze `studiebronnen'. Natuurlijk heeft hij óók de partituur grondig geanalyseerd, maar het resultaat is nogal pover.

Zo enerverend als Wispelwey's tweede opname van de Cellosuites van Bach was, zo inhoudsloos en aanmatigend klinkt zijn Elgar. Vanaf de solo-inzet van de cello wordt duidelijk dat Wispelwey en Elgar gevoelsmatig niet sporen. Wispelwey kiest hier deels voor non vibrato, waarmee hij het emotionele karakter van deze openingsfrase op onnatuurlijke wijze geweld aandoet.

Met langzaam aanzwellende `baroktonen', flageoletten midden in een zangerige frase, wiegeliedachtig geschommel van de cadans waar de muziek om uitgesponnen lijnen vraagt, en andere maniërismen drukt hij zijn eigenwijze stempel op Elgar, die bij hem beweging, richting, kleur, verbeeldingskracht en emotionele betrokkenheid mist

Overtuigender klinkt Wispelwey's vertolking van het Celloconcert van Lutoslawski, waarin ook het Radio Philharmonisch Orkest o.l.v. Jac van Steen zich van zijn betere kant laat horen. Beide partijen vatten dit werk op als een kleurrijk spektakelstuk, waarbij de instrumentaal zeer briljante Wispelwey zich uitleeft als een muzikale Houdini.

Wispelwey , Radio Philharmonisch Orkest o.l.v. Jac van Steen. Channel Classics CCS 12998.