`Wij stappen in een deel van ons verleden'

Dit jaar vertrekken de Duitse politici uit Bonn. In het eerste deel van een serie over de verhuizing naar Berlijn vandaag een gesprek met de verantwoordelijke regeringscommissaris.

Joachim Zietzschmann is op alle mogelijke manieren klemgezet. De een kon zijn zieke moeder niet in de steek laten, de ander moest een gehandicapt broertje verzorgen, een derde kon niet zonder haar paard, iemand riep dat zijn vrouw zich zou laten scheiden. Eigenlijk kon niemand van Bonn naar Berlijn verhuizen.

,,De dreigementen waren niet van de lucht'', zegt Zietzschmann. Hij is Umzugsbeauftragter, regeringscommissaris bij de Duitse voorlichtingsdienst van bondskanselier Gerhard Schröder. Zietzschmann is speciaal belast met de verhuizing van de politiek naar de nieuwe hoofdstad. Twee kantoren heeft hij, een in Bonn en een in het centrum van Berlijn vlakbij de Friedrichstrasse.

De laatste vier jaar pendelt Joachim Zietzschmann (62) met zijn koffer tussen de oude en de nieuwe hoofdstad. Doordat de Bondsdag in de zomer van 1991 voor Berlijn als hoofdstad koos, moeten regering, parlement en de helft van de ministeries dit jaar verkassen en het veilige leven langs de Rijn vaarwel zeggen.

Over een maand wordt het symbolische startsein gegeven. Op 19 april trekken de 669 leden van de Bondsdag naar het hart van Berlijn om de gerenoveerde Rijksdag te openen – onder de glazen koepel die de Britse architect Sir Norman Foster op het honderd jaar oude gebouw heeft laten plaatsen. Dan behoort de Rijksdag, door keizer Wilhelm minachtend het Reichsaffenhaus genoemd, opnieuw `Dem Deutschen Volke', het Duitse volk.

Voor 8.000 overheidsdienaren en hun gezinnen, cavia's en konijnen is er geen ontkomen aan. Der Umzug nadert met rasse schreden. De verhuiscaroussel draait op volle toeren. Dagelijks lopen uitgeputte ambtenaren en politici kilometers door de straten van Berlijn, op zoek naar een huis en een school voor de kinderen. Tal van diplomaten, journalisten en lobbyisten hebben zich de afgelopen maanden reeds in de hoofdstad gevestigd. Berlijn houdt er rekening mee dat er in totaal zo'n 60.000 inwoners bijkomen.

President Roman Herzog beet het spits af. Vorig jaar betrok hij als eerste politicus uit Bonn zijn nieuwe werkruimte – een ovalen zwart marmeren gebouw (`het ei') in het park van paleis Bellevue. Ook minister Werner Müller van Economische Zaken kan al `over'. Onlangs nam hij de sleutel in ontvangst van zijn gerenoveerde ministerie, het voormalige Invalidenhaus dat koning Frederik de Grote in 1747 nog voor zijn soldaten had laten bouwen.

Wat fascineert Joachim Zietzschmann het meest aan de grote trek naar Berlijn? ,,Wij stappen in een deel van ons verre verleden: Pruisen, het Derde Rijk, de DDR. Het nieuwe regeringscentrum wordt grotendeels opgetrokken in Mitte, rondom Unter den Linden. Eerst zetelden hier de Hohenzollernkeizers, toen de nazi's in de Wilhelmstrasse, daarna veroverden Ulbricht en zijn communisten het plein waar vroeger het stadspaleis stond.''

Het vroegere Oost-Berlijn staat volop in de steigers. Achter de façades van de DDR en op de kale plekken van Mitte – littekens van de oorlog en de daarop volgende verwaarlozing voltrekt zich een ingrijpende verandering. Hier wordt het nieuwe Berlijn zichtbaar.

Zietzschmann, die de stad nog uit zijn studententijd kent, wordt door het Tränenpalast in de Friedrichstrasse keer op keer herinnerd aan de spookachtige grensovergang tussen West en Oost, waar familieleden elkaar bij het afscheid in de armen vielen. Nu proberen honderden bouwkranen de sporen van het verleden te retoucheren.

Mitte ondergaat een metamorfose. De Rijksdag, de regeringsgebouwen, de hypermoderne kantoren van Sony en Daimler-Benz aan de Potsdamer Platz. Dure winkels, modieuze restaurants aan de Gendarmenmarkt. Hele straten zijn wegens renovatie onbegaanbaar. Rondom de populaire Hackescher Markt met zijn talrijke jazzcafés, theaters, galeries en filmhuizen, bloeit het uitgaansleven op.

In het centrum, dat vroeger tot de DDR hoorde, ontstaat op de grondvesten van het oude Berlijn een nieuwe stad. Wie had zich kunnen voorstellen, zegt Zietzschmann, dat Joschka Fischer, binnenkort als minister van Buitenlandse Zaken in een gebouw trekt waar Hitler het gestolen goud van de joden opsloeg en waar later de communisten onder leiding van Erich Honecker regeerden? Fischer, de vroegere groene rebel, vindt het zelf een `verwarrend vooruitzicht' om in de vroegere Reichsbank achter zijn bureau te schuiven. ,,Ook dit hoort bij het afrekenen met de geschiedenis'', zegt Zietzschmann.

Zo verhuist de nieuwe minister van Financiën, Hans Eichel, naar het vroegere Rijksluchtvaartministerie aan de Wilhelmstrasse waar het nazi-kopstuk Hermann Göring zijn plannen uitbroedde voor het bombardement op Rotterdam en Londen. Minister Walter Riester van Arbeid en Sociale Zaken trekt in het voormalige propagandaministerie van Joseph Goebbels. De minister van Defensie, Rudolf Scharping, neemt zijn intrek in het `Bendlerblock', het vroegere hoofdkantoor van de Wehrmacht, én van het militaire verzet tegen Hitler. Een beeldje van een jongen met vastgebonden handen herinnert aan de terechtstelling van graaf Von Stauffenberg, die op 20 juli 1944 een mislukte aanslag op de Führer pleegde. Alleen Schröders kanselarij wordt nieuw gebouwd, en ligt net nog in het westerse deel van de stad.

,,Het zal wennen zijn voor veel ambtenaren'', zegt Zietzschmann. De meeste ministeries dragen nu eenmaal de sporen van het verleden. `Tussen al die grote, pompeuze Pruisische gebouwen gaan de Duitsers zich weer anders gedragen', zei een parlementariër uit Bonn onlangs in alle ernst. Mede daarom hebben veel overheidsdienaren en Bondsdagleden de verhuizing jarenlang gedwarsboomd. Zietzschmann: ,,Om de weifelaars tegemoet te komen hebben we een `sociaal-pijnpunten-systeem' ontwikkeld. Degenen met de meeste punten – een werkende vrouw, een zieke oma, kinderen die in de laatste klas van de middelbare school zitten – mochten in Bonn blijven.

,,In de praktijk werkte dit als een sociaal korset. Met weinig punten kun je toch één heel groot menselijk probleem hebben'', zegt Zietzschmann die geen van de 700 medewerkers van de voorlichtingsdienst tegen diens zin wil overplaatsen.

Hij heeft heel wat ruziënde echtparen op bezoek gekregen. ,,Echtgenotes weigerden te verhuizen, maar wilden evenmin dat hun man ging pendelen en de hele week `alleen' op een Berlijns flatje zat. Dat was natuurlijk niet mein Bier'', reageert Zietzschmann en kijkt veelbetekenend. Allemaal waren ze bang dat hun man, eenmaal in de grote stad, onmiddellijk vreemd zou gaan.

Zietzschmann constateert dat zelfs zijn eigen medewerkers nu pas beginnen warm te lopen voor Berlijn. De regering heeft hen de nodige douceurtjes moeten bieden. Zo mogen de 5.000 ambtenaren, die voorlopig zullen pendelen omdat hun familie nog in Bonn blijft wonen, twee jaar lang elk weekeinde gratis naar huis vliegen. Ze krijgen `scheidingsgeld' voor hun achtergebleven vrouw en voor de kinderen. Degenen die het aandurven in Berlijn een huis te kopen, kunnen een fikse premie verwachten of een forse huurtoeslag. Extra bijles voor kinderen, vergoeding van de makelaar. Het zijn de `gouden bruggen', die de staat ruim 100.000 mark per gezin kunnen kosten.

Zietzschmann, die zelf minstens 1000 keer heen en weer gevlogen is tussen Bonn en Berlijn: ,,Achteraf vind ik, dat wij de twijfelaars beter hadden kunnen afkopen. Waarschijnlijk waren we dan voordeliger uit geweest.''