`Wat heb je weer zitten liegen'

De mooiste zin uit het dubbelnummer van De Parelduiker over uitgever Johan Polak (1928-1992) komt uit de biografische schets, geschreven door journalist Toon Möller. `Zij die hem beter leerden kennen', schrijft hij, `stelden voor zichzelf vast dat Johan Polak in ieder geval niet het genie was dat hij ontkende te zijn.' Treffend, zoals het hele portret van deze tragische man, die over zichzelf zei: `Ik ben joods, ik ben homoseksueel, zo lelijk als een paard, en ik ben miljonair. Je denkt toch niet dat ik iets moois van mensen te verwachten heb'. Deze uitspraak wordt door de biograaf geplaatst tegen de achtergrond van Polaks gewoonte om van Jan en alleman seksuele gunsten te vragen tegen een ruimhartige financiële vergoeding. Hans Plomp deed daar verslag van in zijn roman De ondertrouw. Hij kende de gefortuneerde uitgever via het tijdschrift Merlyn en als Polak hem op dwingende toon vroeg `Kun je me even helpen', dan `hielp' Plomp. In ruil hiervoor kreeg hij gedurende tien jaar een maandtoelage.

Polaks homoseksualiteit en de wijze waarop hij jongeren corrumpeerde door hen financieel van zich afhankelijk te maken, komen ruimschoots aan bod in dit verhaal, dat echter nooit eenzijdig negatief is. Ondanks alles wordt de man die voor velen het klassieke en modern-klassieke erfgoed heeft ontsloten, als een gecompliceerd, veelzijdig en getalenteerd mens neergezet. In voorbeeldig proza, afstandelijk en persoonlijk tegelijk, ontrolt zich zijn vooroorlogse Amsterdamse jeugd, de voor Polak traumatische bezetting waarin hij twaalf naaste familieleden verloor, de liefde voor de poëzie van Leopold en Bloem die hij als adolescent ontwikkelde.

Nog voordat hij aan zijn studie klassieke talen begon, trad Polak voor korte tijd in dienst van uitgever Geert van Oorschot om er het vak te leren. Zelf werd hij pas uitgever in 1962, toen hij samen met Rob van Gennep (1937-1994) uitgeversmaatschappij Polak & Van Gennep oprichtte. Polak was verliefd op Van Gennep, die, zo schrijft Möller, `uit zijn aard die liefde beantwoordde met vriendschap'. Ze vulden elkaar goed aan. Waar Van Gennep geld binnenbracht met het enorme verkoopsucces van het Boliviaans Dagboek van Che Guevara en boeken over Vietnam en Provo, waakte Polak over het schitterende traditionele fonds, bestaande uit voorbeeldig uitgegeven maar peperdure en onverkoopbare poëzie-uitgaven, romanvertalingen, auteursstudies en cultuurhistorische non-fictie.

Het blijft doodzonde dat het begaafde duo in 1969 uiteenging. Van Gennep begon een eigen uitgeverij en boekhandel in de Nes, slechts een paar straten verwijderd van het Spui, waar Polak in het jaar van de breuk naast zijn Athenaeum Boekhandel het Athenaeum Nieuwscentrum opende. Strategisch gelegen tussen het Maagdenhuis en enkele drukbezochte cafés zou dit een centrum worden van cultuurminnend en progressief Amsterdam.

De persoon Polak komt in de biografische schets mooi uit de verf, zowel zijn positieve eigenschappen als zijn minder charmante trekken worden psychologisch geduid. Er is maar één ding storend aan dit verhaal, namelijk dat de auteur nergens zijn bronnen noemt. Geen verantwoording, geen voetnoot, niets en dat terwijl Polak een notoire leugenaar was. Rob van Gennep complimenteerde hem eens met een televisieoptreden, en voegde daar aan toe: `Maar wat heb je weer zitten liegen'. `Lieve Robbie', zo antwoordde Polak hem schriftelijk, `je weet, dat de waarheid me nooit iets heeft kunnen schelen.' De biograaf haalt deze anekdote zelf aan, maar de lezer kan hem niet controleren, omdat nergens wordt vermeld waar deze brief van Polak zich bevindt. Zelfs van uitspraken over Polak die tussen aanhalingstekens staan, noemt Möller de bron niet. Wie weet zijn ze wel van de weinig in waarheid geïnteresseerde Polak zelf afkomstig.

Gelukkig zijn de bijdragen van Mark Pieters over Polak als uitgever en van H.T.M. van Vliet over Polak als editeur wel keurig geannoteerd. In zijn mooie artikel over Polaks bibliofiele verzameling put antiquaar Steven A. Bakker uit zijn eigen geheugen en is de bron dus bekend. Zeer de moeite waard is ook het interview dat Katrien Gottlieb voor Het Parool maakte met Polak over zijn relatie met Gerard Reve. En dan vergeet ik nog bijna te vermelden dat het hele nummer fraai is geïllustreerd met onder andere mooie foto's van de lelijke man. Ontroerend is vooral het getekende portret dat Frits Müller voor de cover maakte van een olijk kijkende Johan Polak, gehuld in knalrode sjaal.

De Parelduiker, jaargang 3 nummer 4/5, december 1998. Prijs ƒ29,50.