VERGADEREN, VERGADEREN

Druk, druk, druk. Het leven van een Tweede-Kamerlid is hectisch. De post brengt dagelijks vele decimeters papier. De telefoon staat nooit stil. Vertegenwoordigers van belangenorganisaties en andere lobbyisten lopen de deur plat. Zo ook vergt het `netwerken' binnen de partij de nodige tijd en aandacht. Wie onzichtbaar blijft, kan het op de volgende kandidatenlijst wel schudden. Om nog maar te zwijgen over vergaderen, vergaderen, vergaderen.

In de samenleving woekert een onuitroeibaar vooroordeel. Het luidt: Kamerleden hebben een luizenleven. Want zie, op de televisie, al die lege blauwe zetels bij Kamerdebatten. En neem die vele weken waarin de Kamer met reces is. Bovendien, de Kamer vergadert slechts drie dagen per week - dinsdag, woensdag en donderdag. Met zo'n baan loopt niemand gevaar voor burn out en WAO. Toch?

Kamerleden kennen het clichébeeld. Hun verweer is eensgezind. Negentig procent van het Kamerwerk is onzichtbaar voor de burgers. Kamerleden zijn mede-wetgever. De totstandkoming van wetten vergt zo'n drie tot vijf jaar.

In die periode zijn kabinet en Kamer verwikkeld in vaste cycli van nota-overleg, hoorzitting, schriftelijke voorbereiding, algemeen overleg, voortgezet algemeen overleg en plenaire afhandeling. Het is tijdrovend en verantwoordelijk werk. De vonken spatten er niet dagelijks van af, maar het moet gebeuren. Ondanks de (aanzwellende) kritiek van juristen neemt de Kamer haar mede-wetgevende arbeid zeer serieus.

...MET EEN LEGE AGENDA...

Er is alle reden om het Kamerwerk niet populistisch te bejegenen. Alleen, de Kameragenda van de afgelopen maanden geeft daarvoor weinig houvast. Al sinds half december is er in de grote zaal van het Tweede Kamer vrij weinig te beleven. Regelmatig vergadert de Kamer volgens `het lichte schema'. Het betekent dat de zittingen op woensdag pas na de lunch beginnen en dat avondvergaderingen niet nodig zijn. Komende woensdag komt de Kamer niet plenair bijeen bij gebrek aan agendapunten. Het is niet de eerste keer dit kwartaal dat de voorzitter een hele dag uit het schema schrapt.

De schamele Kameragenda vindt zijn weerspiegeling in de dinsdagse stemmingen over moties en wetsvoorstellen. De afschaffing van het bordeelverbod, eind januari, is zo ongeveer de enige wetswijziging van substantie die de afgelopen maanden onder de voorzittershamer is gekomen. Met enige goede wil kunnen nieuwe wetgeving over rechtsbescherming & databanken, bestrijding van seksueel misbruik in het onderwijs en aangescherpt toezicht op het kredietwezen nog worden gerekend tot de belangrijkere besluiten. Maar voor het overige was het de eeuwige golfslag van stemmingen over moties die wekelijks op dinsdag zijn parlementaire springvloed kent - waarna er van de meeste moties nooit meer iets wordt vernomen.

De op groen papier gekopieerde Kameragenda (in jargon: `het groentje') zegt niet alles over de binnenparlementaire werkdruk. In de praktijk kost het werk in commissieverband veel meer tijd dan het plenaire, afrondende debat. Wel zegt de plenaire agenda iets over de mate en de staat waarin de Kamer werk aflevert.

Moderne politici verwoorden hun daden graag in commerciële taal: over de accountability van het product politiek, en zo. Aldus beschouwd viel er de afgelopen maanden aan het einde van de productiecyclus in de Kamer bitter weinig bij te boeken. En ook aan het begin daarvan was het bijzonder rustig. Parlementaire behandeling begint doorgaans met nota-overleg op maandag. Bewindslieden presenteren dan de contouren van nieuw beleid aan Vaste Kamercommissies, op zoek naar draagvlak en steun. Het zijn sessies die van 's morgens elf uur tot soms wel 's avonds elf kunnen duren. In normale tijden wordt er om deze `nota-maandagen' gevochten bij de griffie van de Kamer, die de vergaderschema's opstelt. De afgelopen maanden was het voor de meeste Kamercommissies geen enkel probleem een nieuwe kabinetsnota op de agenda te krijgen. Er waren amper kabinetsnota's.

...HET IS HOLLEN OF STILSTAAN.

Gebrek aan kabinetsplannen aan het begin van het parlementaire werk en gebrek aan afgeronde wetsvoorstellen aan het einde daarvan. Dat is de balans van de Tweede Kamer in het eerste kwartaal van 1999. Hoe komt dat?

Kamerleden van oppositiefracties zien een verklaring in de bloedarmoede van het tweede paarse kabinet. ,,Paars is klaar'', zegt RPF-voorman Leen van Dijke. ,,Na zeven maanden regeren heeft dit kabinet nog weinig van enig gewicht naar de Kamer gestuurd. Wat zijn de grote problemen van dit land? De spanning tussen economie en milieu. De spanning tussen zorg en arbeid. Hebben ze daar al keuzes gemaakt? Nee, ze komen met slappe compromissen, over Schiphol, over zorgverlof. De coalitie spat uit elkaar als ze echt keuzes zouden maken'', vermoedt Van Dijke.

Paul Rosenmöller, fractieleider van GroenLinks: ,,Je ziet enerzijds de stroefheid van dit kabinet, dat tot nu toe vooral met kleine onderwerpjes is gekomen. Anderzijds zie je dat de Kamer zelf ook niet alert genoeg reageert. Alle thema's worden in mootjes gehakt en verspreid over allerlei commissies behandeld. Grote debatten in de plenaire zaal worden zelden gevoerd: debatten waarin echt politieke argumenten worden uitgewisseld. Laatst hadden we bijvoorbeeld een groot debat tussen fractieleiders over asielbeleid. Dat werd een spelletje waarbij de coalitiepartijen elkaar weer in het hok van het regeerakkoord dreven. Inhoudelijk gedebatteerd werd er niet.''

Voorzitters van Vaste Kamercommissies erkennen dat de Kameragenda's wel eens zwaarder zijn belast dan de afgelopen maanden het geval is geweest. Maar ach, vergoelijken de meesten, het vorige kabinet had er druk achter gezet om de vorige periode veel af te ronden en het nieuwe heeft tijd nodig om op gang te komen. Het tweede kwartaal van dit jaar belooft zwaar en druk te worden, zo verwachten ze.

Voorzitter Jan Dirk Blaauw (VVD) van de commissie voor Verkeer en Waterstaat heeft toevallig eind vorige week een brief naar minister Netelenbos gestuurd waarin hij de minister maant weer eens wat `huiswerk' naar de Kamer te sturen. Zijn commissie zit te wachten op welgeteld 57 wetsvoorstellen, nota's, brieven en andere toegezegde stukken. ,,Maar dat is niks nieuws hoor'', verklaart Blaauw. ,,In vorige periodes moest je bewindslieden ook wel eens achter hun broek zitten. Eerst sturen ze niks, dan weer sturen ze stapels tegelijk en willen ze dat je alles liefst gisteren hebt behandeld. Het is hier hollen of stilstaan, ik heb dat vaker meegemaakt.''

Redactie: Gijsbert van Es