Tweede pianoconcert na 72 jaar in première

Bijna driekwart eeuw na de voltooiing brengt Kees Wieringa het Tweede pianoconcert van Jakob van Domselaer in première. Deze componerende geestverwant van Mondriaan is door tijdgenoten genegeerd en het nageslacht sloeg al evenmin acht op `de componist van De Stijl'.

Het Larense atelier van Mondriaan ligt er verlaten en lichtelijk vervallen bij. Het staat te koop: vraagprijs een klein miljoen. Het naastgelegen boerderijtje, waar de visionaire schilder in 1915 en '16 een kamer huurde, verkeert in zichtbaar betere staat. Hier woonde indertijd Jakob van Domselaer (1890-1960), een begenadigd pianist die in Berlijn bij Frederic Lamond en Ferruccio Busoni studeerde en als componist een geestverwant was van Mondriaan. ,,Ik heb geprobeerd mijn indruk van Mondriaan, zowel van zijn persoon als van zijn werk, te vertalen in muziek'', vertrouwde Van Domselaer de onlangs overleden Mondriaan-biograaf Michel Seuphor toe.

Dat deed Van Domselaer onder meer in zijn serie pianostukken getiteld Proeven van Stijlkunst, waarin hij omstreeks 1916 de toonkunst uitbeende tot op het horizontale (melodie) en het verticale (harmonie) bot. Een doodlopende weg, zo bleek. In de halve eeuw die Van Domselaer nadien, teruggetrokken in het Noord-Hollandse Bergen, nog componeerde werd hij steeds minder radicaal, steeds minder revolutionair. Succes, laat staan erkenning heeft het volgen van `de wil van het geluid' hem niet gebracht, tot grote teleurstelling van de componist en tot grote ergernis van Mondriaan, die na een recital in de foyer van het Concertgebouw over het publiek sneerde: ,,Ze snappen nergens iets van; 't zijn hier stomme honden.''

,,Hier, in dit keuterig huisje, hebben ze aan de keukentafel zitten te discussiëren'', roept Kees Wieringa geestdriftig uit, wanneer we het boerderijtje van de Van Domselaers hebben gevonden. Pianist Kees Wieringa ijvert al jaren voor erkenning van het hermetische oeuvre van Van Domselaer. ,,Hier werd over de wezenlijke zaken in de kunst gesproken, over hoe het nou verder moest met de abstractie. Theo en Nelly van Doesburg kwamen er, de dichters Martinus Nijhoff en Adriaan Roland Holst, de filosoof Mathieu Schoenmaekers. Deze plaats was korte tijd een brandpunt van het modernisme in Nederland. Fascinerend.'' In het Mondriaan-jaar 1994 bracht Wieringa een goed ontvangen cd uit met de Proeven van Stijlkunst (DO records 001); twee jaar geleden soleerde hij bij het Radio Symfonie Orkest in Van Domselaers Eerste pianoconcert. Eén keer eerder stond dit werk op de lessenaars: in 1929 voerde het Utrechtsch Stedelijk Orchest onder Evert Cornelis het concert uit, met de componist als solist. Van Domselaers Tweede pianoconcert uit 1927 is nooit uitgevoerd. Zondagmiddag 28 maart zal Wieringa dit werk, ruim zeventig jaar na zijn ontstaan, in de Stadsgehoorzaal in Leiden in première brengen tijdens een concert van het Nederlands Balletorkest geleid door Jeppe Moulijn. Het concert, waarop verder muziek klinkt van Vermeulen, Diepenbrock en Pijper, is een opmaat tot de tentoonstelling Dageraad van de Moderne Kunst, die van 2 april tot en met 29 augustus te zien is in het Stedelijk Museum De Lakenhal in Leiden.

Wieringa: ,,Van Domselaer voerde de reductie tot het verticale en het horizontale in zijn muziek zó radicaal ver door dat zij uiteindelijk eindigde in chaos, zoals zijn vrouw dat noemde. Ik vind het van wezenlijk belang dat kunstenaars zover gaan met hun methode dat ze op een punt komen dat ze moeten kiezen. Ga ik nog wel verder? Als Van Domselaer verder was gegaan, was hij misschien wel een van de grootste componisten van deze eeuw geworden. Mondriaan ging bij dit nulpunt beland wel door.

,,Van Domselaer behoorde tot het slag kunstenaars dat zich terugtrok uit de maatschappij. Hij was een virtuoos pianist, maar gaf slechts bij hoge uitzondering een concert. Componeren was een levenswijze. Hij stond 's ochtends op en dacht: `met welke klank ga ik me vandaag bezighouden?' Dagenlang onderzocht hij dan één akkoord, een `klankstolling' in zijn terminologie. Pas in het serialisme van na de Tweede Wereldoorlog en in de elektronische muziek zie je weer een vergelijkbaar radicale manier van klankonderzoek. In zekere zin was Van Domselaer daar niet ver vandaan. In uiterste consequentie had hij zijn piano kunnen verruilen voor elektronische muziek. Evenals Mondriaan wilde Van Domselaer namelijk de natuur uit de muziek verbannen. Wat er dan overblijft is de zuivere sinustoon, de dode klank. Componisten als Stockhausen zijn daarmee verder gaan bouwen.

,,In de stukken die hij na de Proeven componeerde, keerde Van Domselaer steeds meer terug naar het idioom van zijn leermeesters Lamond en Busoni. Zijn muziek wordt héél virtuoos en onderscheidt zich sterk van de kaalheid van daarvoor. In het Tweede pianoconcert blaast hij het laat-romantische idee dat je moet epateren op het instrument nieuw leven in. Toch vertoont het concert door de grote contrasten van bloksgewijs naast elkaar geplaatste sferen overeenkomst met de expressiviteit van de Proeven van Stijlkunst.''

Van Domselaer is door tijdgenoten genegeerd en het nageslacht heeft al evenmin acht op hem geslagen. Door een handjevol bewonderaars wordt hij desalniettemin op handen gedragen. Neem Max van Alphen de Veer, die bij Van Domselaer piano studeerde. De medicus Van Alphen werd hoofd geneeskundige dienst bij Philips, is nu in de negentig, maar speelt nog dagelijks Van Domselaer. Niet zo lang geleden bezocht hij Alfred Brendel na een recital en overhandigde hem doodleuk de Proeven van Stijlkunst met de woorden: ,,Is dit misschien iets voor u?''

Het zal waarschijnlijk weinig effect sorteren. Bij de slotmaat van de twintigste eeuw beland, is niettemin de tijd gekomen dat de muzikale oogst van de eerste helft van de eeuw opnieuw kritisch wordt bezien. Van Domselaer, de componerende geestverwant van Mondriaan, is met zijn muzikaal unieke concepties zonder twijfel een kandidaat voor de toekomst. Of om met Roland Holst te spreken: ,,Het is aan het nageslacht te beoordelen of hij gelijk had. Als God hem in zijn werkstukken dat gelijk niet geeft, dan is die God, die hem een leven dwong zich te wijden aan die overtuiging, een raadselachtige verkwister.''

Tweede pianoconcert van Jakob van Domselaer door Kees Wieringa en het Nederlands Balletorkest o.l.v. Jeppe Moulijn. Verder: De Vliegende Hollander van Matthijs Vermeulen en ouverture De Vogels van Alphons Diepenbrock en Zes Adagio's van Willem Pijper. 28/3 15 uur Stadsgehoorzaal Leiden. (071-5140580).