Ton Bruynèl

,,Op het conservatorium moest je Vóór Bach, Bach en Na Bach spelen. Dat deed ik braaf, maar de eerste keer dat ik een hedendaags stuk speelde overviel mij een ongekende sensatie. Ik realiseerde me opeens het verschil tussen herkauwen en dingen doen die je echt meent, die je creativiteit prikkelen. Zo stelt de muziek van Ton Bruynèl je voor veel problemen, maar daagt je tegelijkertijd sterk uit. Hierdoor kom je als interpreet op de beste ideeën. Voor tal van zaken moet je oplossingen vinden, variërend van de timing – ik gebruik principieel geen stopwatch – tot de meest minutieuze ruis die ik, met halve registerknoppen, kan produceren.''

De organiste Lien van der Vliet voert in maart en april het gehele oeuvre voor orgel en klanksporen (elektronisch vervormde klanken) uit van componist Ton Bruynèl (1934-1998). Vanaf de jaren vijftig creëerde Bruynèl zijn muziek in zijn eigen elektro-akoestische studio. Hij werkte veelvuldig samen met kunstenaars uit andere disciplines, onder wie Aldo van Eijk, Carel Visser, Chinkichi Tajiri en Gerrit Kouwenaar. Tussen 1964 en 1992 realiseerde Bruynèl voor de combinatie van orgel en klanksporen vier dwingende composities: Reliëf, Arc, Kolom en Dust.

,,Bruynèl ziet op een geheel eigen manier het orgel als een volwaardig instrument: potent, ook in de hele tere geluiden, als een instrument met niet alleen lawaai, maar ook met prachtige, bijna onhoorbare suizingen. Voor de première van Kolom, waartoe ik de opdracht gaf, heb ik de klanksporen helemaal geanalyseerd; de structuur, de frequenties. Alles. Ik ben na drie dagen en drie nachten weer boven water gekomen met een paar tabellen en tekeningen met kleuren van wit naar grijs. Die heb ik verdeeld over de frequenties die het orgel heeft te bieden.

,,De klanksporen worden in de partituur aangeduid als een oud-Griekse zuil, gevormd door op elkaar gestapelde segmenten. Ieder timbre heeft een eigen grijstint. In Kolom moeten orgel en klanksporen volledig in elkaar opgaan. Ik plaats mijn clusters en korte improvisaties in een architectonische structuur van ruis en trillingen. Soms verglijdend, soms schoksgewijs en pulserend. De ene keer veel noten, de andere keer weinig.

,,Tons oudste werk, Reliëf uit 1964, wilde ik vijfentwintig jaar geleden al uitvoeren toen ik nog op het conservatorium zat. Ton was docent akoestische muziek, hier aan het Utrechts Conservatorium. Sindsdien onderhielden we een vrij intensief contact. Ik zou de muziek van Bruynèl in elk concert willen stoppen, maar dat is niet haalbaar. Het kost ontzettend veel geld om de benodigde apparatuur en de mensen in te huren. De klanksporen worden via een mengtafel ten gehore gebracht door een serie luidsprekerboxen. De vier boxen zijn twee bij twee gegroepeerd. Dat geeft in een kerk, die in alle holtes en ruimtes reflecteert, een fascinerend geluid. Nu een voortijdige dood het bijzondere oeuvre van Ton heeft voltooid, leek het mij een goede zaak zijn werk voor orgel en klanksporen in één keer integraal uit te voeren. De concerten zijn mijn persoonlijke hommage aan Ton Bruynèl.''

Lien van der Vliet speelt Ton Bruynèl: 25/3 St. Stevenskerk Nijmegen; 15/4 Domkerk Utrecht; 29/4 St. Bavo Haarlem. Inl.: (020) 6947349.