Philips zoekt kansen in eenvoudige televisies

Jan Oosterveld is één van de mensen achter Philips' strategie op het gebied van massa-elektronica. ,,Negentig procent van de tv's zijn de meest eenvoudige modellen. Gaat u naar de winkels en kijk wat écht verkoopt.''

Concurrent Sony onthulde onlangs een strategie die haaks lijkt te staan op die van Philips. Het Japanse bedrijf wil de levering van films, muziek en zelfs verzekeringen via Internet uitbreiden. Philips heeft die ambities met de verkoop van Polygram juist overboord gegooid. Wordt Philips aan het twijfelen gebracht doordat een belangrijke concurrent een geheel andere weg is ingeslagen?

Jan Oosterveld, lid van Philips' Groepsraad: ,,Een markt is geen laboratorium. Ik zou ook prima de stelling kunnen verdedigen dat je in `content' [mediainhoud zoals films of muziek] moet blijven. Maar wij hebben, hoe je er ook tegenaan kijkt, Polygram op het goede moment verkocht. In de afgelopen maanden hebben we 1,5 miljard gulden verdiend op het pakket aandelen Seagram dat we bij de verkoop van Polygram hebben verworven. Die bedragen verdien je niet zo snel met de verkoop van televisies. Sony heeft juist acht miljard afgeschreven op de film- en muziekactiviteiten. Ik denk dat we een balanspositie hebben gecreëerd waarom ze ons benijden.''

Sony stelt Internet in zijn nieuwe strategie centraal. Wat doet Philips?

Oosterveld: ,,Het is obvious dat steeds meer producten deel uit zullen gaan maken van een netwerk. Ook wij richten ons daarop.''

Philips' strategie voor massa-elektronica steunt op twee pijlers, legt Oosterveld uit. ,,De eerste is dat door de digitalisering het onderscheid tussen amusement, computers en consumentenelektronica gaat verwateren. Over de tweede pijler hebben we tot op heden weinig gesproken. Die berust op de constatering dat Eindhoven niet langer het centrum van de wereld is. Producten werden vroeger ontwikkeld door producenten van consumentenelektronica en in een later stadium toegepast in de computerwereld. Ik denk bijvoorbeeld aan een beeldbuis voor een tv die later wordt gebruikt als computermonitor. Tegenwoordig is het omgekeerd. De mode wordt gemaakt door de producenten van apparatuur voor communicatie en computers. Daar moet Philips op inspelen.''

In de Verenigde Staten zal Philips, na het mislukken van de gezamenlijke onderneming met het Amerikaanse Lucent, telefoons van een concurrent onder de eigen merknaam op de markt gaan brengen. Oosterveld wil nog niet zeggen welke producent daarvoor zal worden ingeschakeld.

Concurrenten introduceren hier op de computerbeurs Cebit in Hannover zaktelefoons waarmee op Internet gesurft kan worden. Philips is nog niet zo ver?

,,Wij hebben een blauw oog opgelopen. Daarvan moeten we even herstellen voordat we weer meedoen.''

Een van de conclusies uit de studie naar massa-elektronica was dat Philips geld kan verdienen met traditionele producten (televisies en videorecorders) als het mondiaal een topdrie-positie weet op te eisen. Wat moet er verbeteren om dat te bereiken?

Oosterveld: ,,Er is niet alleen hightech onder de zon. Philips en Sony verkopen mondiaal allebei ongeveer evenveel televisies. Negentig procent van de tv's zijn de meest eenvoudige modellen. Gaat u naar de winkels en kijk wat écht verkoopt. Met geografische diversificatie is voor ons nog erg veel winst te behalen. China zal over vijf tot tien jaar 20 procent van de mondiale omzet voor massa-elektronica voor zijn rekening nemen. Over tien jaar is de Cebit in Shanghai.''

In de ontwikkelingscyclus van een land, zegt Oosterveld, ontstaat vroeg vraag naar de producten die Philips verkoopt – en daar liggen dus kansen.

,,Mensen die net geen honger meer hebben willen geen Rolls Royce. Ze willen videospelers, lampen, medische producten en kleine huishoudelijke apparatuur. Soms slaan ze een paar stadia over. Ze nemen geen telefoon met een vaste verbinding. Ze kopen meteen een zaktelefoon.''