`Oplosmiddel verkleint kans op nageslacht'

Werken met oplosmiddelen als xyleen en tolueen verhoogt de kans op onvruchtbaarheid. Dat blijkt uit onderzoek door medewerkers van de vakgroep humane epidemiologie en gezondheidsleer van de Landbouwuniversiteit in Wageningen.

De onderzoekers ir. E. Tielemans en dr.ir. D. Heederik analyseerden gegevens van bijna negenhonderd echtparen, die bij de vruchtbaarheidsklinieken van het Academisch Ziekenhuis Utrecht en het Dijkzigt Ziekenhuis in Rotterdam aanklopten.

Daaruit bleek dat een aantal personen uit beroepsgroepen die veel worden blootgesteld aan oplosmiddelen, zoals schilders, drukkers, autospuiters en tapijtleggers, over weinig en zwak zaad beschikken. De onderzoekers verrichtten ook metingen op de werkplek. In urinemonsters werden afbraakstoffen van xyleen en tolueen aangetroffen.

Volgens Tielemans promotor dr. E. Te Velde van de Utrechtse universiteit is er geen wetenschappelijk verantwoorde uitspraak te doen over de vruchtbaarheid van deze beroepsgroepen.

Naar schatting een half miljoen werknemers komen regelmatig met oplosmiddelen in aanraking. De oplosmiddelen kunnen ook een aantasting van het zenuwstelsel veroorzaken, beter bekend als de schildersziekte.

Staatssecretaris Hoogervorst (Sociale Zaken) werkt aan een geleidelijke vervanging van oplosmiddelen door veiliger alternatieven. Binnenschilders en tapijtleggers mogen vanaf volgend jaar geen verf en lijm met oplosmiddelen meer gebruiken. (ANP)